313 x bekeken

Inbreukprocedure leidt zelden tot gang naar rechter

Deze week viel bij staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) een aanmaningsbrief uit Brussel op de deurmat.

De Europese Commissie vindt dat Nederland het EU-verbod op de legbatterij, dat sinds 1 januari van kracht is, onvoldoende naleeft. In tegenstelling tot wat het ministerie van Economische Zaken beweert, vormt de brief de eerste officiële stap in een zogeheten inbreukprocedure. In het uiterste geval leidt dit tot een zaak voor het Hof van Justitie in Luxemburg met een hoge boete als mogelijke uitkomst. Toch wordt de soep meestal niet zo heet gegeten en dient zich vaak al eerder een oplossing aan. Vijf vragen en antwoorden over het ultieme machtsmiddel van de Commissie.

Waarom doet Brussel dit?
Op 19 juli 1999 is de richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor de bescherming van legkippen opgesteld. Daarin staan nieuwe eisen geformuleerd aan kooisystemen, wat neerkomt op een verbod op de legbatterij. Hoewel de richtlijn dit jaar van kracht is geworden, telt Nederland bijna vijftig bedrijven die nog met de oude kooien werken. Aan de helft daarvan heeft Bleker een halfjaar uitstel verleend, omdat de opgelopen vertraging niet hun eigen schuld zou zijn. Op ambtelijk niveau heeft het ministerie van Economische Zaken geprobeerd de Commissie hiervan te overtuigen, maar dat is niet gelukt.

Is Nederland de enige lidstaat die op de vingers wordt getikt?
Nee, de Europese Commissie heeft aan twaalf andere landen eenzelfde brief gestuurd. Daaronder bevinden zich naast Frankrijk vooral Oost- en Midden-Europese lidstaten, waar de problemen met omschakeling veel groter zijn. Saillant is dat Bleker er herhaaldelijk op heeft aangedrongen dat Brussel de naleving van het verbod op de legbatterij strikt moet handhaven, omdat er anders oneerlijke concurrentie op de Europese markt kan optreden. Ook de Nederlandse pluimveehouderijsector was daarvoor bevreesd.

Uit welke stappen bestaat een inbreukprocedure?
Die begint met een aanmaningsbrief (letter of formal notice), zoals deze week is verstuurd. De lidstaat in kwestie krijgt dan een bepaalde periode om te reageren, in dit geval twee maanden. Indien de Europese Commissie niet tevreden is met de aangeleverde argumenten volgt een nieuwe brief (reasoned opinion), ditmaal met de opdracht de nationale regelgeving zo snel mogelijk in overeenstemming te brengen met de betreffende richtlijn. Bij voortdurende weigering sleept de Commissie de lidstaat voor het Hof van Justitie en verzoekt de rechter om de overtreder een boete op te leggen.

Wat is het risico op een hoge boete?
Dat is niet heel groot. In 95 procent van de gevallen eindigt een inbreukprocedure namelijk niet voor de rechter, maar wordt er in een eerder stadium een compromis gesloten. Als Commissie en lidstaat elkaar wél in Luxemburg treffen en het komt tot een veroordeling, volgt in eerste instantie een dwangsom. Dat is een voorwaardelijke boete, die wordt kwijtgescholden op het moment dat de lidstaat zich alsnog aan de richtlijn conformeert. Pas bij een tweede veroordeling legt de rechter een echte boete op, waar niet aan valt te ontsnappen. Landen die het zover laten komen, moeten dan wel zeer diep in de buidel tasten, want het is niet ongewoon dat er 300.000 euro wordt geëist voor elke dag dat de overtreding voortduurt. In dit specifieke geval van het kooiverbod is het onwaarschijnlijk dat het zover zal komen, aangezien inbreukprocedures vaak twee jaar in beslag nemen; tegen die tijd zijn ook de bedrijven die uitstel hebben gekregen omgeschakeld, of gestopt.

Is een inbreukprocedure uitzonderlijk?
Nee, deze zijn aan de orde van de dag. De Commissie publiceert maandelijks een lijst met nieuwe procedures of beslissingen in lopende zaken en die is doorgaans lang; in januari staan daar ruim vijftig stappen op. De reden daarvoor is dat de inbreukprocedure het enige, échte machtsmiddel van Brussel is om lidstaten te dwingen EU-regelgeving toe te passen.

Of registreer je om te kunnen reageren.