Boerenblogger

171 x bekeken laatste update:15 feb 2012

Dik betalen voor beloften

De fokkerij heeft niet gebracht wat 20 jaar geleden werd ingeschat. Toch betalen boeren nog steeds veel geld voor sperma zonder dat ze enige garantie krijgen.

De wereld om ons heen is roerig, Nederland verkeert in een recessie en het volk is negatief over de toekomst. Ondanks de vele torenhoge beloften zijn er veel flops te melden. Glad graaiende managers wisten in allerlei bedrijfstakken altijd perfect te vertellen hoe het moest, vaak ten koste van hun vakbekwame maar minder gladde collega’s. Bankmanagers trokken de bancaire beslissingen naar zich toe ten koste van de echte bankiers, gevolg: een bankencrisis. In de zorg beslissen de CEO’s ten koste van artsen en verpleegkundigen, gevolg: een zorgcrisis. Bij Ajax hetzelfde doordat managers over voetbalzaken zijn gaan praten in plaats van de voetballers. En als klap op de vuurpijl kennen we natuurlijk allemaal het eurodebacle. Naar waarschuwende critici werd niet geluisterd, zij werden afgedaan als ouderwets en pessimistisch.

Het schijnt wereldwijd de algehele trend te zijn: topmanagers creëren om hun eigen ego te strelen een zo groot mogelijk bedrijf, coöperatief dan wel particulier. Hoe groter de afstand tussen top en werkvloer, hoe ondoorzichtiger, hoe beter. Het eerste wat een manager doet is de gevaren en risico’s in kaart brengen en beteugelen. Wie is mijn vijand, wie mijn vriend en wie moet mijn vriend worden? Transparantie is verdwenen, geluiden vanuit de werkvloer dringen niet meer door, andersdenkenden worden verwijderd en de kwaliteit van bestuur neemt af.

De eerste conclusie van mijn terugblik op 2011 is een positieve. De rundveefokkerij staat midden in de wereld en is volkomen van deze tijd! Het jaar ging snel, de fokkerij gaat snel. Erg snel en volgens geleerden nog steeds niet snel genoeg. Waar fokkerij tot voor kort nog op vaarzen gericht was, draait het nu voor het grootste deel om pinkjes en jonge proefstiertjes. Trots weten snelle ki-managers te melden dat embryo’s al gemerkerd kunnen worden. Hoera, nog één stap te gaan. Waarschijnlijk horen we binnenkort dat het mogelijk is om ei- en zaadcellen te merkeren. De foktechnicus kan dan op Gods stoel gaan zitten en ei- en zaadcel naar keuze bij elkaar gooien. Al deze prachtuitvindingen ten spijt moeten we wel reëel blijven. Beloftes van 12.000 kilo gemiddeld in 2010 hebben we niet helemaal gehaald, evenmin dat nagenoeg alle koeien van embryo’s drachtig zouden gaan worden en klonen gemeengoed zou zijn.

De fokkerij kent met genomics een vele malen grotere jaarlijkse genetische vooruitgang dan enkele decennia geleden. In de praktijk zien we de gemiddelde productie nog licht vooruit gaan, maar vruchtbaarheid, levensduur en ziektecijfers laten een steeds beroerder beeld zien. Pas stelde iemand: genomics, da’s hetzelfde als nadat de RMO is geweest naar de fabriek bellen en zeggen: ‘Nee, dat zien jullie verkeerd. Er zat misschien wel 6.000 kilo melk in de tank, maar in potentie is dit 8.000 kilo. En die 8.000 kilo melk wil ik graag betaald hebben’.

Om dit voorbeeld zullen velen in de lach schieten, maar betaalt de veehouder tegenwoordig €5 voor een proefstier of €25 voor de genomicsbelofte van de toekomst? En al betaalt hij €25 voor het nieuwste wonder, bedingt hij er een garantie bij? Komt de dochtergeteste index uiteindelijk 30 procent onder de belofte, dan geld terug? Helaas komt men hier niet aan toe. Nog voor de resultaten uit het verleden getoetst kunnen worden, zijn de nieuwere en nóg hogere beloftes al gepresenteerd.

Aanhikken tegen het onbezonnen, eenzijdig bedachte, machtsbeluste gedrag van managers en organisatie is één. Maar u bent de klant, de gebruiker, en de boerenbestuurder. Op zijn minst kan ik aan de start van het nieuwe jaar aan u vragen hier eens over na te denken. Van bestuurders mag verwacht worden dat ze kritisch zijn. Ze moeten de gladde praatjes van managers kunnen weerleggen met boerenverstand. En aan boeren vraag ik of ze hun boerenverstand bewaren of ook bellen naar de melkfabriek?

Of registreer je om te kunnen reageren.