Redactieblog

219 x bekeken

Veehouderij domineert parlementaire agenda

Met hoedjes en hoefgetrappel wordt op Prinsjesdag traditioneel het nieuwe parlementaire jaar ingeluid. Maar in deze feestelijke entourage zal weinig feestelijks te melden zijn. Minister-president Mark Rutte heeft al grote bezuinigingen aangekondigd en in dit gure klimaat zullen dit jaar ook voor de land- en tuinbouw belangrijke knopen worden doorgehakt. Vooral de veehouderij staat hoog op de politieke agenda. Een overzicht van de belangrijkste dossiers.

Staatssecretaris Henk Bleker van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI) leek er dit voorjaar een stokpaardje bij te hebben. “Dat komt in september. Daar kom ik in november op terug”, waren veelgehoorde antwoorden op vragen van Kamerleden. Hij schoof hiermee verschillende grote dossiers door naar het parlementaire jaar 2011-2012.

Maar met vooruitschuiven los je de problemen nog niet op. In het nieuwe parlementaire jaar zullen toch oplossingen moeten worden gevonden voor een aantal gevoelige dossiers: het mestbeleid, de toekomst van de veehouderij, het natuurbeleid en het gemeenschappelijk landbouwbeleid, om maar een paar voorbeelden te noemen.

Bleker zit inmiddels een jaar op de stoel van staatssecretaris. Hij gebruikt zijn tijd onder andere om een nieuw mestbeleid te ontwikkelen. Zijn aangekondigde visie op het nieuwe mestbeleid, het Vijfde Actieprogramma Nitraat dat in 2014 van kracht wordt, is moeiteloos over Prinsjesdag heen getild. De staatssecretaris lichtte tijdens eerdere Kamerdebatten al een tipje van de sluier op: hij kondigde grote wijzigingen aan in de aanpak- van het mest- en mineralendossier.

Basis van het nieuwe beleid is evenwichtsbemesting op nationaal niveau en op bedrijfsniveau, als het gaat om de mineralenbalans. Bleker wil dit realiseren zonder dierrechten, die volgens de huidige plannen in 2015 worden afgeschaft. Het Planbureau voor de Leefomgeving uitte vorige week nog zorgen over het afschaffen van productierechten. Dit zou leiden tot groei van de veestapel, wat negatieve gevolgen zou hebben voor milieu, volksgezondheid en dierenwelzijn.

Blekers nieuwe plan is gebaseerd op drie pijlers: vermindering van fosfaataanvoer via het voerspoor, mestverwerking en mineralenkringloop. Daarnaast heeft hij aangegeven dat het een robuust systeem moet worden, dat goed te controleren en te handhaven is. Door alle samenvoegingen van controle-organisaties zullen ook minder ingewijde controleurs eenvoudig moeten kunnen zien of de regelgeving wordt nageleefd. Ook moet de mestboekhouding voor ondernemers eenvoudig zijn.

Met de huidige economische situatie zal het plan ook goedkoop moeten zijn. Met alle bezuinigingen die het kabinet moet realiseren, zal er geen geld beschikbaar zijn om bijvoorbeeld mestverwerkingsinitiatieven stevig financieel te ondersteunen. Als dit gaat gebeuren, dan zal dit vooral via Europese innovatie-gelden moeten, of, zoals de Nederlandse inzet voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is: via een stimulans voor innovatie die via directe betaling aan de boer wordt betaald. Hoewel er vanuit de landbouwsector wel de nodige kritieken zijn te verwachten, lijkt het mestbeleid in de politieke arena geen groot struikelblok voor Bleker: vrijwel alle partijen staan achter een efficiënter gebruik van mineralen.

Een tweede grote dossier dat het komende parlementaire jaar wordt gepresenteerd, is de toekomst van de veehouderij. Volgende week wordt de conclusie van de maatschappelijke dialoog megastallen gepresenteerd. Aan de hand van deze visie zal staatssecretaris Bleker een visie vormen op hoe de toekomstige veehouderij er in Nederland uit mag zien. Veel burgers willen geen grootschalige veehouderijbedrijven meer, terwijl de veehouderij juist kansen ziet voor verbetering van de houderij met behulp van schaalvergroting. Het is aan Bleker om aan te geven op welke manier de veehouderij nog mag ontwikkelen. Landelijk kan dat vooral via wetgeving op het gebied van milieu en dierenwelzijn.

Ruimtelijk beleid, en daarmee de omvang per bedrijf, ligt vooral op het beleidsterrein van regionale overheden. Dat werd pijnlijk duidelijk toen verschillende provincies vergunningen afgaven voor bovengemiddeld grote bedrijven, terwijl Bleker een voorlopig moratorium op de bouw van megastallen had afgekondigd. De situatie in de intensieve veehouderij draagt ertoe bij dat veehouders zelf ook de noodzaak van veranderingen zien: met name in de varkenshouderij en pluimveehouderij zijn de inkomens laag. Tegelijkertijd zijn de meningen van politieke partijen op dit dossier sterk verdeeld. Vanuit de linkse hoek krijgt Bleker vaak verwijten dat hij het te veel opneemt voor de sector.

Daarnaast hebben de staatssecretaris van landbouw en minister Edith Schippers van volksgezondheid aangekondigd in november te komen met een plan voor het terugdringen van het antibioticagebruik in de veehouderij. De sector heeft hiervoor eerst nog een half jaar de tijd gekregen om zelf te laten zien of ze de norm van 20 procent reductie in 2011 en halvering van het gebruik voor 2013 gaan realiseren. Uit de recente Maran-rapportage van het LEI blijkt dat de varkenshouderij goed op weg is. Zeugenbedrijven gebruikten in 2010 al 24 procent minder antibiotica dan in 2009, bij vleesvarkens was dit 31 procent. Of dit voldoende is, zal Bleker dit najaar kenbaar maken. “Anders komen er zeer ingrijpende maatregelen”, gaf Bleker in april aan.

Hij overweegt een knip te maken tussen het voorschrijven en verkopen van diergeneesmiddelen, om hiermee het economisch belang van de dierenarts bij het voorschrijven van middelen weg te halen. Daarnaast komt er zeer waarschijnlijk een verbod op koppelbehandeling met een aantal hoogwaardige antibiotica.

Het natuurbeleid zit inmiddels al bijna een jaar in een impasse. Dit dreigt het nieuwe hoofdpijndossier van het ministerie te worden. Staatssecretaris Bleker is er met de provincies nog niet uit als het gaat om de natuurbezuinigingen. De rechtszaak van Das en Boom over het leefgebied van de korenwolf, waarbij de rechter oordeelde dat het ministerie de natuuraanleg moet doorvoeren, brengt Bleker in een nog moeilijker positie. Provincies zijn positief dat zij de regie over het natuurbeleid krijgen, maar over de bezuinigingen zijn ze niet te spreken. De verschillen tussen het budget dat Bleker beschikbaar wil stellen voor de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) en dat provincies zeggen nodig te hebben voor onderhoud van de reeds aangelegde natuurgebieden zijn groot.

Bleker wil de natuurbezuinigingen inkleden door minder strikte doelen te stellen aan de kwaliteit van de natuur, of door de oppervlakte aan te leggen natuur te beperken. De vraag is of dat lukt, met de hete adem van Brusselse regelgeving in de nek en de vele kritiek van binnenlandse natuurbeschermers. Eurocommissaris Janez Potocnik van milieu constateerde deze zomer al dat lidstaten erg achterlopen bij de uitvoering van het milieu-actieprogramma, waar ook Natura 2000 onder valt.

Het toekomstig Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) zal als een rode draad door het nieuwe parlementaire jaar gaan. Dit najaar presenteert Eurocommissaris Dacian Ciolos zijn plannen, waarna een kabinetsreactie zal volgen. Volgend jaar draait het vooral om de Nederlandse inbreng in Brussel, om daar nog invloed uit te oefenen op het Europese raamwerk. De vertaalslag naar het Nederlandse beleid staat geagendeerd voor 2013.

De landbouw, en dan met name de veehouderij, staat al met al prominent op de agenda in de Hofstad. En met de spraakmakende dossiers over een verbod op de nertsenhouderij en een verbod op onverdoofd ritueel slachten in de Eerste Kamer, ontkomen ook de senatoren niet aan de landbouw.

Bezuinigen waar dat kan



Bezuinigingen is al wat de klok slaat. Het kabinet staat voor een zware taak om 18 miljard te bezuinigen in 2013. Met een oplopend overheidstekort zullen deze bezuinigingen mogelijk nog uitgebreid moeten worden.
Uit de macro-economische verkenningen van het Centraal Planbureau, waar RTL Nieuws de hand op wist te leggen, blijkt dat het overheidstekort ondanks de bezuinigingen oploopt naar 1,8 procent in 2015. Dat is een verdubbeling van de verwachte cijfers. Voor 2012 komt het overheidstekort volgens het CPB uit op 2,9 procent. Dat is ook hoger dan verwacht. In combinatie met een hogere werkloosheid, inflatie van 2 procent en een lagere economische groei, zien de economische ontwikkelingen er somber uit.
Het kabinet-Rutte zal flink moeten bezuinigen. Die bezuinigingen zijn al voor een groot deel ingezet: overheidsinstellingen moet inkrimpen en in de zorg en bij defensie wordt aanzienlijk bezuinigd. De discussie over het persoonsgebonden budget is echter nog niet gelopen. Cliënten bij zorgboeren maken veel gebruik van dit PGB. Voor de land- en tuinbouw zijn vooral de bezuinigingen voor natuurbeleid van belang. Mogelijk wordt ook extra bezuinigd op landbouwvrijstelling of de rode diesel. De land- en tuinbouw heeft als voordeel dat ze is aangewezen als een van de topsectoren. In deze topsectoren wordt wel geïnvesteerd, met als doel economische groei.



Economie vóór landbouw

Bijna een jaar geleden werd het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit samengevoegd met Economische Zaken tot het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (ELI). Vanuit de land- en tuinbouw werd in eerste instantie sceptisch gekeken naar de fusie. De wens om een landbouwminister te behouden was groot.
Een jaar later constateren landbouw- en milieuorganisaties dat Economische Zaken een leidende rol heeft genomen. “Je ziet dat Economische Zaken meer invloed heeft op het voormalige LNV dan andersom. Het beleid wordt economisch gestuurd. Het ministerie van EZ heeft een economist die een lange termijnvisie ontwikkelt voor de economie. Ik mis een ecologist, die een visie maakt voor natuur en landbouw”, aldus een woordvoerder van Stichting Natuur en Milieu.
Ook het bedrijfsleven, zoals Vion, constateert dat het economisch belang van de sector meer wordt belicht. De samenvoeging heeft ook nadelen voor de sector: “We merken wel dat de staatssecretaris zijn aandacht moet verdelen over meer onderwerpen”, zegt Wyno Zwanenburg van de varkenshoudersvakbond NVV.
De veranderde insteek van het ministerie is niet alleen het gevolg van de samenvoeging, de coalitie van VVD en CDA drukt hier ook sterk een stempel op. Het daadwerkelijk integreren van de ministeries moet bovendien nog gebeuren.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.