Redactieblog

1397 x bekeken

Planbureau voorziet negatieve gevolgen afschaffen quotering

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft de gevolgen van het afschaffen van melkquotum en varkens- en pluimveerechten onderzocht. De conclusie: de voordelen van behoud van melkquotering en productierechten zijn groter dan afschaffen van deze productieregulatie.

Zonder aanvullende maatregelen leidt afschaffen van de systemen tot groei van de veestapel, dat zal leiden tot meer uitstoot van schadelijke stoffen. Dit heeft gevolgen voor het milieu, gezondheid en welzijn van dieren, risico’s voor de volksgezondheid en landschappelijke waarden. ”Groei van de veestapel leidt tot risico’s voor volksgezondheid, leefomgevingskwaliteit en dierenwelzijn”, concludeert PBL. ”Er zijn onvoldoende garanties dat de toename van ongunstige effecten van groei van de veestapel voorkomen kan worden met het het huidige potentieel van overheidsregulering, technische maatregelen en marktwerking.” PBL voorziet vooral problemen bij het uitvoeren van de mestwetgeving. Die zal bij een grotere veestapel moeilijker na te leven zijn.

De veehouderij heeft ook voordelen voor Nederland. De sector produceert een belangrijk deel van het voedselpakket en draagt sterk bij aan de nationale economie. PBL probeert in de studie een beeld te geven van de optimale omvang van de Nederlandse veestapel, als het gaat om economisch belang, risico’s voor milieu, volksgezondheid en dierwelzijn.

Opvallend is dat dierwelzijn door PBL wordt genoemd als een negatief aspect, terwijl deskundigen zeggen dat het welzijnsniveau in Nederland bij de top van de wereld behoort. Vanuit het oogpunt dat de internationale veehouderij in omvang gelijk blijft, zou het dierwelzijnsaspect niet als nadeel van de Nederlandse veehouderij moeten worden bestempeld.

PBL voorziet dat de melkveestapel na afschaffen van het melkquotum met 20 tot 30 procent zal groeien. De beschikbare fosfaatafzetruimte in Nederland daalt tussen 2010 en 2015 met 18 miljoen kilo naar 136 miljoen kilo per jaar. De daling komt overeen met 40 procent van de fosfaatproductie in de varkenshouderij. Door minder gebruik van kunstmest en lager fosfaatgehalte in het voer kan dit relatief goedkoop. Mestverwerking is een andere mogelijkheid.

De uitstoot van ammoniak vormt eveneens een risico. Het ammoniakplafond van 128 miljoen kilo per jaar werd in 2010 gehaald, maar dit plafond wordt in 2020 aangescherpt. De intensieve veehouderij kan de uitstoot via technische maatregelen beperken, maar bij groei van de melkveestapel zijn emissie-reducerende maatregelen lastiger, constateert PBL.

Het risico van de veestapel voor de volksgezondheid is vooral toegespitst op antibioticaresistentie en de uitstoot van ziektekiemen zoals Q-koorts. Het risico hiervan neemt toe naarmate de veestapel groeit. Technische maatregelen zijn hiertegen zeer beperkt.

De baten van de veehouderij bedragen 2 tot 3 miljard euro per jaar, dat is 0,4 tot 0,7 procent van het bruto binnenlands product. Van de totale veehouderijgerelateerde agribusiness is dit 12 miljard euro per jaar. De schade door stikstofemmissies bedraagt 1 tot 7 miljard euro per jaar.

Het planbureau stelt dat er potentieel veel mogelijkheden zijn om de negatief gevolgen van groei van de veehouderij te beperken. ”De prikkel om deze technieken in te zetten zijn echter onvoldoende.”

Het is logisch dat het planbureau in het onderzoek zijn zorgen uit over afschaffing van de productierechten. De sector heeft tot nu toe vrijwel alleen de opgelegde maatregelen getroffen om schade aan milieu, omgeving en dierenwelzijn te voorkomen. Vanuit de ondernemers gezien is dat logisch: tegenover de extra inspanningen staat geen extra waardering.

Toch blijkt de veehouderij, bij het instellen van regels, zich snel te kunnen aanpassen. Zeker als de markt het vraagt, of als de markt de ondernemers er toe dwingt. De verwachting is dat dit ook na afschaffen van de quotering zal gebeuren. Al zal dit wel leiden tot een meer geconcentreerde veehouderij en grotere bedrijven.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.