303 x bekeken

'Ondernemer moet oor hebben voor wat er leeft in samenleving'

Veehouders kunnen niet alleen kijken naar efficiëntie bij bedrijfsontwikkeling. Ze moeten luisteren naar de maatschappij. Dat zeggen Bouke Durk en Berend Jan Wilms naar aanleiding van het rapport-Alders.

Hans Alders heeft zijn rapportage van de maatschappelijke dialoog over schaalgrootte en toekomst van de veehouderij in Nederland de titel meegegeven: van mega naar beter. Letterlijk staat er: van groot naar beter. De suggestie wordt hier gewekt dat groot minder goed is.

Vanaf het begin was er al die hardnekkige begripsverwarring rondom schaalvergroting en megastallen. De schaalgrootte van een veehouderij hoeft in beginsel geen relatie te hebben met een grote (mega-)stal. We bouwen ze wel groter, want het moet zo efficiënt mogelijk, maar we vragen niet wat de buurman ervan vind. Efficiënt vanuit de sector geredeneerd heeft te maken met rationele toepassing van economische principes. Kijkend naar de verschillende verdienmodellen in de sector komen we met al onze efficiëntie lekker in een spagaat.

Citaat uit het rapport: ”In de dialoog is geconstateerd dat het voldoen aan wet- en regelgeving nog niet betekent dat er sprake is van maatschappelijke acceptatie. De maatschappelijke eisen, op grond waarvan gesteld kan worden dat er sprake is van een ’licence to operate, gaan in ieder geval een stuk verder. Als het om de meest genoemde argumenten tegen megastallen gaat, dan zien we in de gebruikte argumentatie een (sterke) morele overtuiging spreken. Nadruk in de gebruikte argumentatie ligt bij de tegenstanders vaker op waarden die te maken hebben met het welzijn en de gezondheid van dier en mens, en minder op de economische toekomst van de sector.”

Dat is dus helder. De maatschappij heeft geen boodschap aan de manier waarop wij denken efficiënt te moeten werken. Nog een belangrijk punt uit het rapport: ”De grote meerderheid van de deelnemers aan de dialoog plaatst de veehouderij in het landelijk gebied. Zij constateren dat die keuze betekent dat de veehouderij met haar buren in harmonie moet leven. De dialoog maakt duidelijk dat op verschillende plaatsen in het land de discussie hoog oploopt over de vraag of ontwikkelingen nog wel passend zijn: fysiek en sociaal. En ook dat de sociale cohesie in het geding is. In alle vormen van de dialoog is aan de hand van toekomstbeelden de vraag aan de orde gesteld wat er zou moeten gebeuren.”

De internetdialoog waar zo’n 1.600 personen aan hebben deelgenomen, was niet veel meer dan een uitwisseling van voor- en tegenargumentatie. De echte dialoog wilde maar niet op gang komen. Waar iedereen het over eens is dát er wat moet gebeuren.

Gerda Verburg, de toenmalige minister van LNV, zei het in 2008 in haar toekomst visie zo mooi: ”De concrete invulling van een duurzame veehouderij moet in zijn veelkleurige en diverse verschijningsvormen vanuit de dynamiek en het samenspel tussen de ondernemers en de samenleving zelf komen.”

Een goede dialoog is vooral goed luisteren. Ondernemers van de toekomst moeten oor hebben voor wat er leeft in de samenleving. Blijkbaar is efficiënte schaalvergroting op bedrijfsniveau niet langer een voorwaarde voor bedrijfsontwikkeling. Die grens is bereikt, het is niet goed genoeg en het moet beter. Grens verleggen dus, kleiner bouwen, en terug naar de maatschappij.

Bouke Durk en Berend Jan Wilms hebben een melkveehouderij in Schoonebeek en willen uitbreiden tot duizend koeien.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.