Redactieblog

1188 x bekeken

Mestverwerking moet mestprobleem oplossen

Mest moet weer lekker gaan ruiken. Het mestprobleem moet worden opgelost, om milieuschade en imagoschade voor de veehouderij te beperken. Mestverwerking is volgens het landbouwministerie de oplossing: goed voor milieu, een nieuwe economische pijler en Nederland kan een voorloper worden op de markt voor mineralenproducten. Bleker oogst veel lof met zijn plan.

Mestverwerking is het codewoord voor het nieuwe mestbeleid. Staatssecretaris Henk Bleker van landbouw presenteerde zijn visie op het vijfde actieprogramma van de nitraatrichtlijn deze week samen met LTO Nederland en de Nederlandse Vakbond Varkenshouderij (NVV). Daarmee is het draagvlak van het voorstel geborgd: Bleker en zijn collega Joop Atsma van milieu hebben bewust gekozen om de visie samen met de ketenpartijen te vormen.

Het voorstel van Bleker is een blauwdruk van het vijfpuntenplan van LTO, waarin eerder al verplichte mestverwerking werd geopperd. Deze verplichte mestverwerking zal met name varkensbedrijven treffen, omdat zij niet grondgebonden zijn. In de pluimveehouderij wordt al veel mest verwerkt en geëxporteerd en veel melkveebedrijven kunnen de mest op eigen grond kwijt.

Ook zijn er sterke overeenkomsten met het tienpuntenplan dat CDA en VVD eerder presenteerde. Het voorstel van Bleker en Atsma gaat minder ver dan het tienpuntenplan, maar het plan moet ook nog verder uitgewerkt worden.

Doelstelling van de nieuwe aanpak van het mestbeleid is dat er evenwicht komt op de mestmarkt. Mest die niet geplaatst kan worden, mag niet meer geproduceerd worden. Door mestverwerking verplicht te stellen, wordt een constante aanvoer van dierlijke mest voor mestverwerking gegarandeerd. Eerdere initiatieven voor mestverwerking liepen hier op stuk, omdat veehouders de mest niet leverden als ze deze elders goedkoper kwijt konden. Dit betekende het eind van Promest en ook de Biomassacentrale Moerdijk heeft met aanvoerproblemen gezeten omdat pluimveehouders de mest elders goedkoper kwijt konden.

Bleker legt de verantwoordelijkheid voor de afzet van de mestverwerkingsproducten nadrukkelijk bij de sector zelf. LTO, NVV en het ministerie zien deze markt positief. Met de vooruitzichten van een groeiende vraag naar voedsel wereldwijd en een dreigend tekort aan mineralen is de verwachting dat de mineralen voor een goede prijs vermarkt kunnen worden in het buitenland.

Akkerbouwers geven aan dat in Nederland weinig vraag zal zijn naar dikke mestfracties met een hoog fosfaatgehalte. ”Door de beperkte fosfaatgebruiksnorm hebben we meer behoefte aan meststoffen met een laag fosfaatgehalte en een hoog organische stofgehalte. Organische stof wordt echt een probleem in de akkerbouw”, aldus Klaas Hoekstra van de akkerbouwvakbond NAV.
De verplichte mestverwerking zal vooral voor de varkenshouderij een investering vergen. Dat beseft

NVV-voorzitter Wyno Zwanenburg maar al te goed. ”Zeker nu de varkenshouderij economisch zwaar zit, is het erg zwaar om nog extra te investeren in mestverwerking. Maar we moeten ons realiseren dat als we niks doen, dat het ook geld kost”, aldus Zwanenburg. De NVV is positief over de inzet van Nederland om alle soorten verwerkte mest voortaan onder de derogatie te laten vallen. Tot nu toe kan alleen bij gebruik van graasdiermest 250 kilo stikstof uit dierlijke mest benut worden, in plaats van de standaardnorm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest.

De sectie meststoffendistributie van loonwerkersorganisatie Cumela is positief over het plan. ”De verwachting is dat door dit beleid de export van dierlijke mest zal toenemen. Mestdistributeurs kunnen hier een belangrijke rol bij spelen om ervoor te zorgen dat de mestexport zorgvuldig en gewaarborgd gebeurt”, aldus voorzitter Jaap Uenk. Hij voorziet dat mestdistributeurs ook belangstelling zullen hebben om gecertificeerd mestverwerker te worden, om hiermee ook een rol te spelen bij de afzet van deze producten. Het feit dat de vrije handel van dierlijke mest naar akkerbouwers zal verdwijnen is voor transporteurs volgens Uenk niet nadelig. ”Er worden nu ook al langetermijn afspraken gemaakt over de mestafzet”, aldus Uenk.

Handelaren in productierechten zijn sceptisch over het mestplan. ”Er wordt al twintig jaar gewerkt aan mestverwerking. Dan zou het nu in drie jaar van de grond komen”, twijfelt dierrechtenhandelaar René Manders uit Lierop. Hij voorziet dat er lang onduidelijkheid zal blijven of dierrechten nu wel of niet definitief zullen verdwijnen.

Stichting Natuur en Milieu is positief over het voorstel. ”Mestverwerking is positief voor het milieu. Het ministerie mag de innovatie op dit vlak best meer stimuleren”, aldus Sivas Akkerman van SNM. De organisatie is geen voorstander van het afschaffen van dierrechten en melkquotum, omdat dit zal leiden tot een grotere veestapel. ”We dachten dat Brabant vol was met varkens, maar toen de dierrechten landelijk verhandeld konden worden, bleek de varkensstapel nog behoorlijk te kunnen groeien. Met verplichte mestverwerking zal dit niet leiden tot meer mineralen in de bodem, maar wel tot meer uitstoot van bijvoorbeeld ammoniak. Grenzen aan de veestapel blijven dus gewenst”, aldus SNM. De organisatie pleit tevens voor een Europees verbod op fosfaatkunstmest. ”Daarmee worden boeren in heel Europa gestimuleerd om de fosfaatconcentraten uit Nederland te kopen”, vindt Akkerman.

Voorzitter Henk Flipsen van veevoerorganisatie Nevedi reageert positief. ”We werken al aan de afspraken over vermindering van fosfaat in het veevoer, waar Bleker naar verwijst. De dreiging dat er maatregelen komen als we de doelstelling niet halen, hangt als een zwaard van Damocles boven ons hoofd. Het is dus zaak dat de voerleveranciers, maar zeker ook boeren in het voeren van bijproducten zich inzetten om de fosfaataanvoer te verlagen.”

De veehouderij staat globaal positief tegenover de visie van Bleker en Atsma. De visie is echter nog een grove denkrichting. De uitwerking in details moet nog komen. ”Dit zal nog leiden tot felle discussies”, verwacht Zwanenburg. ”The devil is in the details.”


De voorstellen van Bleker en Atsma bestaan uit drie sporen.

Spoor 1: Duurzaam evenwicht tussen mestproductie en mestafzet
• Verplichte mestverwerking bij een mineralenoverschot op bedrijfsniveau. Het percentage van het overschot dat verwerkt moet worden, wordt bepaald door het ministerie. Regio (en daarmee regionale dierdichtheid en mestafzetmogelijkheden) en bedrijfsgroei spelen hierbij een rol. Mogelijk wordt bij bedrijfsgroei een hoger percentage mestverwerking opgelegd.
• Percentages verplichte mestverwerking variëren van 10 tot 30 procent van het overschot. De snelheid waarmee dit wordt opgeschaald per jaar hangt af van de regio en diersoort.
• Mestverwerking moet bij een gecertificeerde mestverwerker. Dat kan op bedrijfsniveau of centraal.
• Bedrijven die het mestoverschot volledig exporteren, hoeven geen mest te verwerken.
• Mestverwerkingscontracten moeten uiterlijk voor 31 december voor het volgende jaar worden afgesloten.
• Voor overschotmest die niet verwerkt hoeft te worden, moeten uiterlijk 15 mei mestafzetcertificaten worden gesloten, om hiermee plaatsingsruimte te garanderen.
Spoor 2: Voermaatregelen
• De hoeveelheid fosfaat en stikstof in veevoer moet omlaag. Voor varkenshouderij wordt dit vastgelegd in een verordening via het Productschap Diervoer.
• In de melkveehouderij wordt fosfaat- en stikstof in veevoer verlaagd op basis van afspraken tussen de veevoersector en de zuivelfabrikanten. Als dit tot onvoldoende resultaat leidt in 2012, zal het alsnog wettelijk worden vastgelegd.
• Doelstelling is een reductie van 10 procent fosfaat in het melkveerantsoen.
• Via het voerspoor moet de overschrijding van het nationale fosfaatproductieplafond van 173 miljoen toen worden voorkomen (in 2010 was de overschrijding 6 miljoen ton).
Spoor 3: Mineralenconcentraten
• Het ministerie van landbouw wil mineralenconcentraten uit dierlijke mest aanmerken als kunstmestvervangers. Hiervoor maakt ELI zich sterk in de EU.

Termijn: Doelstelling begin verplichte mestverwerking beginnen in 2013. Het vijfde actieprogramma nitraat wordt officieel per 1 januari 2014 van kracht en loopt tot en met 2017.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.