172 x bekeken

Landbouw vaste prik in jaarlijkse Troonrede

Eén zinnetje, niet meer en niet minder. Net als voorgaande jaren bevatte de Troonrede van koningin Beatrix dinsdag een korte passage over de land- en tuinbouwsector.

Een overzicht van een aantal hoogtepunten sinds 1960, met vermelding van de toenmalige minister-president.

1960, De Quay
”De regering zal van harte medewerken aan een verdere en versnelde uitvoering van het verdrag inzake de Europese Economische Gemeenschap. Zij wil echter geen misverstand laten bestaan over haar opvatting, dat bij de Europese integratie een reële gemeenschappelijke landbouwpolitiek tot stand zal moeten komen en dat tijdig een wezenlijke verruiming van de mogelijkheden voor onze agrarische export moet worden bereikt.”

1962, De Quay
”Voor de landbouw is van grote betekenis, dat de gemeenschappelijke Europese markt op agrarisch gebied gestalte krijgt. Daardoor openen zich nieuwe vooruitzichten, al wordt ook de concurrentie verzwaard. Het agrarisch bedrijfsleven staat thans voor de taak, verhoging van productiviteit en kwaliteit tot stand te brengen.”

1964, Marijnen
”In de landbouw voltrekken zich ingrijpende structurele wijzigingen, die een grote inspanning van het agrarisch bedrijfsleven vergen. De regering zal deze ontwikkeling met een veelomvattend structuurbeleid blijven ondersteunen.”

1968, De Jong
”In de landbouw ligt het accent op de ruilverkaveling. Voor ongeveer een vierde deel van de Nederlandse cultuurgrond zijn ruilverkavelingen in uitvoering.”

1969, De Jong
”Een aantal maatregelen moet worden genomen ter beteugeling van verdere overproductie van enkele belangrijke landbouwproducten. De oplossing van dit probleem zal in de eerste plaats moeten worden gevonden in het kader van het markt- en prijsbeleid van de Europese Economische Gemeenschap.”

1976, Den Uyl
”De droogte van de afgelopen zomer heeft veel landbouwbedrijven in moeilijkheden gebracht. Waar nodig zal de regering maatregelen treffen om het agrarisch productiepotentieel op een verantwoord peil te houden.”

1979, Van Agt
”Landbouwgrond is schaars geworden en de structuur van de bedrijven moet worden versterkt. Op til is de indiening van een wetsontwerp dat, mede ter beteugeling van de prijzen, een stelsel invoert van landbouwkundige toetsing bij overdracht van landbouwgronden.”

1986, Lubbers
”De gehele westerse wereld kampt wat betreft een aantal belangrijke agrarische producten met structurele overschotten. Dat noopt internationaal tot afremmen van deze productie, opdat een open markt gehandhaafd blijft en in de Derde Wereld de ontwikkeling van eigen landbouw niet geschaad wordt. In onze landen breekt het besef door dat de beteugeling van de productie mede ten goede kan komen aan natuur en landschap.”

1991, Lubbers
”De spectaculaire ontwikkeling van de landbouw in de laatste decennia heeft ons voor grote milieuproblemen gesteld, die nu toe een oplossing gebracht moeten worden. Met het bedrijfsleven, dat in dezen voor een zware opgave staat, zal overleg worden gevoerd over de noodzakelijke maatregelen. Gegeven de ernst van de problemen zal wèl strikt de hand gehouden moeten worden aan het afgesproken tijdpad. In meer algemene zin staat onze landbouw nog voor forse aanpassingsproblemen. Europese en mondiale ontwikkelingen dwingen hiertoe. De problemen zijn niet gering.”

1992, Lubbers
”Teneinde sneller over financiële middelen te beschikken om het landelijk gebied zo groen mogelijk te houden en waardevolle natuurgebieden te beschermen, wordt gewerkt aan het oprichten van een Groenfonds. (..) Een effectief landbouwmilieubeleid vereist een breed draagvlak. Daarom is het verheugend dat agrariërs steeds meer bereid blijken hun verantwoordelijkheid te nemen.”

2000, Kok
”In de intensieve veehouderij zijn de afgelopen jaren ernstige milieuproblemen ontstaan. Vernieuwing van de landbouw zal moeten plaatsvinden door de toepassing van duurzame landbouwmethoden. Zij die hun bedrijfsvoering tijdig aanpassen, kunnen rekenen op flankerende sociale maatregelen.”

2001, Kok
”De komende jaren dient de landbouw een duurzamer karakter te krijgen, zowel in eigen land als in Europa. (..) Zowel de landbouwsector zelf als de Nederlandse en Europese overheden hebben hierin een rol te vervullen. Ook de consument kan een bijdrage leveren aan noodzakelijke veranderingen.”

2002, Balkenende
”Zowel een sterke stad als een vitaal platteland is noodzakelijk voor een duurzame ontwikkeling van ons land. Boeren en tuinders krijgen daarin een nieuwe functie, waarbij natuur, recreatie en landbouw meer in samenhang worden benaderd. De regering zal daartoe het agrarisch natuurbeheer stimuleren.”

2011, Rutte
”Dit gebeurt bijvoorbeeld door ondernemerschap en wetenschap actief bij elkaar te brengen in tien topsectoren, die een uitstekende uitgangspositie hebben op de wereldmarkt. Dat geldt onder andere voor onze kennis op het terrein van water, energie en de hoogwaardige voedsel- en landbouwsector. Daarmee kunnen we een bijdrage leveren aan de oplossing van complexe vraagstukken zoals klimaatverandering en grondstoffenschaarste, en tegelijkertijd onze economie versterken.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.