161 x bekeken

Boer en tuinder hebben alles in huis voor duurzame productie

Ger Timmer
Wereldwijd wacht ons schaarste aan voedsel, grondstoffen en energie. Voor de Nederlandse land- en tuinbouw liggen er geweldige uitdagingen. De agrarische sector onderscheidt zich door verdienkracht en de mogelijkheden om verder te verduurzamen, zegt Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland.

De agrarische sector levert circa 19 procent van duurzame energie in ons land, 60 procent van de windenergie en 40 procent van de vergisting biomassa (40 procent). Er staan op bedrijven intussen rond 140 vergisters. Er lopen tal van projecten met de energieneutrale kas, aardwarmte, warmteopslag en bio-wkk (warmte-krachtkoppeling). In combinatie met vele ’kleine’ toepassingen op bedrijfsniveau zoals het terugwinnen van warmte is het perspectief veelbelovend.
Onze sector heeft een goede uitgangspositie en beschikt over grond, biomassa, oppervlakte en een omvangrijke stroom afvalproducten. Van de landelijk overeengekomen doelen in Schoon en Zuinig (30 procent-reductie broeikasgassen) hebben we al ruim de helft gehaald.

Verduurzaming is voor de toekomst van de agrarische sector ook een must. We hebben alles in huis om het nóg beter te gaan doen. De belangrijkste opdrachten:
• Efficiency-verbetering (meer produceren met minder input)
• Vermindering emissies broeikasgassen
• Minder afhankelijk van fossiele energie, van grond- en hulpstoffen
• Verwaarden rest- en afvalstromen (mest, gewasresten)

Op enkele plaatsen in Nederland is het al te zien: de agrarische sector als lokale en regionale energieproductie (buurtenergie) en energie-arme stallen. Grote vorderingen zijn gemaakt met precisielandbouw in de akkerbouw, duurzame productieketens (zuivel), gesloten mineralenketens en niet te vergeten de kas als energiebron.
Duurzaam produceren valt niet los te zien van de markt en keten. Dit dient derhalve ook succesvol aan de man te worden gebracht. Van de overheid mag een stimulerende en kordate opstelling worden verwacht.

De vraag aan provincies: kies een offensieve opstelling, geef ruimte aan bedrijfsontwikkeling en toets uitbreiding op duurzaamheid.
De vraag aan de Haagse overheid: benut het Europese landbouwbeleid breder. Zet een fors deel van het Europese geld in voor innovatie, nieuwe marktconcepten en duurzame productie. Om ons doelen te halen gaan we verbindingen met andere (keten)partijen en sectoren.

Duurzaamheid houdt niet op bij de grens. We moeten ons derhalve zien te onderscheiden als dé kwaliteitsproducent van Europa. Dus niet alleen met een puik product, maar ook technisch op een zeer hoogwaardige manier voortgebracht en uitblinkend op het gebied van duurzaamheid.
Dus goed voor milieu, klimaat en de vaderlandse economie. En dus ook voor burgers en de samenleving!

Albert Jan Maat is voorzitter LTO Nederland

Of registreer je om te kunnen reageren.