132 x bekeken 1 reactie

Alders: verduurzaming niet alleen voor liefhebbers

Het is vijf voor twaalf, dat is Hans Alders wel duidelijk geworden. De afgelopen maanden leidde de voormalig PvdA-milieuminister op verzoek van staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) de maatschappelijke dialoog over de toekomst van de veehouderij. Hij luisterde naar burgers, boeren, wetenschappers en maatschappelijke organisaties en kwam tot de conclusie dat alle partijen het over één ding roerend eens zijn: het moet anders met die sector.

Want de grenzen van wat burgers van de sector accepteren, zijn bereikt. Op het gebied van dierenwelzijn, milieu, volksgezondheid, schaal en landschappelijke inpassing stelt de samenleving steeds strengere eisen aan de werkwijze van veehouders. Niet alleen de burgers die zich actief verzetten, bijvoorbeeld via burgerinitiatieven tegen megastallen, zijn ongerust; er is sprake van een breed gedeeld gevoel. Het moet daarom anders, zegt Alders. Maar hoe?

In zijn rapportage over de dialoog, die hij vrijdagochtend aan Bleker heeft overhandigd, geeft hij geen eenduidig antwoord. Het was niet zijn opdracht om een advies te schrijven, benadrukt hij verschillende keren. ”Ik heb een verslag gemaakt van de discussies en het is nu aan de staatssecretaris of en op welke wijze hij die laat meewegen in zijn beleid.” Maar, zegt hij, het staat vast dat we niet op de huidige weg kunnen doorgaan. ”De discrepantie tussen wat wettelijk is toegestaan en maatschappelijk acceptabel wordt gevonden, is groot.”

U heeft een aantal maanden intensief met alle betrokkenen gesproken. Wat is u het meest bijgebleven?

”Iedereen voelt dat het zo niet langer kan, dat is een breed gedeelde zorg. De veehouderij moet een plaats behouden in Nederland, dat staat vast, maar niet op de huidige manier. Ook de sector zegt dat, en dat is nog al wat. Je zult maar voorzitter zijn van de varkenshouderijvakgroep van LTO en voor de troepen staan met de boodschap: wij zetten in op de blijvers en wachten niet op de wijkers. Als je naar het recente verleden kijkt, valt op dat telkens wanneer wij ons op een kruispunt bevonden en zaken konden worden veranderd, dat nét niet is gebeurd. Op het laatste moment werd gekozen de groep die mee wilde of niet mee kon in bescherming te nemen. In de discussies die wij met de stakeholders hebben gevoerd, bestond grote overeenstemming op dit punt.”

Hoe denkt u de partijen zover te krijgen dat zij dit maal wél het kruispunt oversteken?

”Ik vind dat de overheid moet zorgen voor een stip aan de horizon waar naar toe kan worden gewerkt. Maak duidelijk aan de veehouderij: dáár moet je aan voldoen. En maak daar een resultaatsverplichting van, geen inspanningsverplichting. Je moet het bindend maken op dat punt, we doen het niet alleen voor de liefhebbers. En dat het voor sommige bedrijven pijnlijk zal zijn, geen misverstand. Dit is heavy stuff.”

Op dit punt is er nu juist veel kritiek op het beleid van Bleker. Hij wil toe naar 100 procent duurzame stalen in 2023, maar doet weinig boter bij de vis.

”Hier moet ik ook oppassen met wat ik zeg. Ik weet niet of dat waar is. Wat ik wél weet, is dat Bleker het beleid van de duurzame stallen niet naast zich neer heeft gelegd; staatsrechtelijk geldt het dus nog steeds. Bovendien is hij van plan het antibioticabeleid aanzienlijk strenger te maken dan zijn voorganger minister Verburg ooit heeft gedaan. Hij zit dus zeker niet stil. Anderzijds begrijp ik best dat de stakeholders vinden dat er nog iets uit één of ander potje moet bijkomen. Je kunt als overheid niet alles over de schutting gooien, want dan zegt de boer: sorry, maar dit kan ik niet.”

U geeft geen advies, de Commissie-Van Doorn deed dat wel. En slaagde er ook nog eens in partijen in beweging te krijgen zonder bemoeienis van overheden. Is uw rapportage daarmee niet al achterhaald?

”Onze rapporten liggen wat betreft conclusies zeer dicht bij elkaar. Ik heb veel gesproken met Daan (Van Doorn, red.), wij wisten van elkaar wat er gebeurde, en ik heb zijn input ook gebruikt. Natuurlijk hebben we de ketenpartijen nodig. Vroeger dachten we soms: als we LTO hebben benaderd, hebben we ook de verwerkers benaderd, en de supermarkten, want die zullen zich allemaal hetzelfde opstellen. Quod non. Je moet naar alle onderdelen kijken. Maar er is meer nodig dan het commitment van de keten alleen. In dit soort veranderprocessen vol onzekerheden heb je een aantal zekerheden nodig. Wat mij betreft is er juist op dat punt een rol weggelegd voor de overheid, het is een gemixt beeld.”

Vooraf bij bestond bij de sector de vrees dat de discussie op emoties zou zijn gebaseerd, in plaats van feiten. Was dat inderdaad het geval?

”Voor een groot deel hebben partijen feiten met elkaar gewisseld. Maar het ging ook over onzekerheden. Neem volksgezondheid. Er zijn veel rapportages die aantonen dat er risico’s zijn, en trends, maar waarin geen definitieve uitspraken worden gedaan. Toch is het duidelijk dat er iets niet goed aan het gaan is.”

Daarmee impliceert u: ja, emoties speelden ook een rol.

”Ja, natuurlijk. Maar van beide kanten. Wij hebben bijvoorbeeld een discussie gehad over de vraag of agrarische bedrijven op het platteland horen, of beter kunnen worden verplaatst naar industrieterreinen. Ik verzeker u dat het aantal deelnemers dat zei dat veehouders zich op de Maasvlakte moeten vestigen op één hand was te tellen. Boeren zeggen uit de grond van hun hart: wij horen op het platteland. Dat geldt zelfs voor ondernemers die een marginaal bestaan leiden: dit is mijn land, mijn bestaan, verklaren zij. Moet je dat afdoen als emotie? Misschien dat er bij de Reconstructie fouten zijn gemaakt, dat men té technocratisch te werk is gegaan met als gevolg dat er spanningen zijn ontstaan op het platteland. Dat los je niet op door elkaar te beschuldigen op basis van emoties te spreken, door te jij-bakken.”

Deze dialoog vloeit voort uit het verzet tegen megastallen. Toch spreekt u, net als Van Doorn, nauwelijks over aantallen. Zijn megastallen – wat dat dan ook zijn – acceptabel?

”Ik zeg niet dat er geen discussie is over schaal, maar het is een andere discussie. De begrenzingen voor de sector liggen in de fysieke en sociale draagkracht van gebieden. Dan heb je het niet over de grootte van één bedrijf, want dat zegt niet zo veel; het gaat om de concentratie van bedrijven. Wij hebben dus niet op de manier zoals u bedoelt naar de problematiek gekeken. En dat geldt ook voor de burgerinitiatieven, die overigens wel kritiek hadden op de opzet van de dialoog.”

Zij vinden dat u niet voldoende naar hen heeft geluisterd. En de Partij voor de Dieren stelt dat 90 procent van de burgers niet op de hoogte was van uw werkzaamheden.

”Wij hebben er bewust voor gekozen het onderzoek van Veldkamp (recent representatief onderzoek onder burgers over megastallen, red.) in alle stappen van de dialoog te betrekken. Wij hebben via de internetdialoog hoogbetrokkenen met elkaar laten discussiëren, zijn met burgerpanels bij veehouderijen op bezoek geweest en hebben alle stakeholders twee dagen lang samen opgesloten om met elkaar te discussiëren. Daarnaast hebben we nog partijen actief opgezocht. Wakker Dier wilde bijvoorbeeld niet bij de stakeholdersbijeenkomst zijn, omdat dit niet zou passen bij hun organisatie; daar hebben we apart nog mee gepraat. En alle schriftelijke bijdragen zijn opgenomen in de rapportage. Ik kan mij niet voorstellen dat als er nog meer burgers of partijen bij betrokken zouden geweest er sprake zou zijn van andere conclusies.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Hans Alders blijft een politici. Veel woorden maar weinig zeggen. Het anders willen maar het hoe niet aangeven. Effect op verduurzaamheid? Hans hief een glas, deed een plas en laat het zo als het was.

Of registreer je om te kunnen reageren.