845 x bekeken

Stoppende boeren verdienen morele ondersteuning

Anne Mieke Ravenshorst
Bedrijfsbeëindiging verloopt voor de buitenwereld vaak geruisloos. Maar onder-nemers lopen emotioneel nog wel eens vast. Om uit die verlamming te komen is hulp nodig, zeggen Lizanne Roeleven en Harry Nijhuis.

Veel agrarische ondernemers staan voor de lastige vraag of zij de komende jaren hun bedrijf moeten voortzetten. Wetgeving 2013 en strengere milieueisen, hoge grondstofprijzen, lage afzetprijzen, hoge investeringen, vee- en/of plantziekten, afschaffing melkquotum 2015, het zijn allemaal oorzaken waardoor een boer of tuinder moeten stoppen.

Het gezin en soms ook overige familieleden lijden daaronder mee. Dergelijke ondernemers stellen zich vaak geïsoleerd op en zijn niet geneigd om de hiervoor gangbare adviseurs om hulp te vragen.
Vrijwilligersorganisatie Zorg om boer en tuinder (ZOB) blijkt al vele jaren het enige toevluchtsoord voor deze hulpvragers. Vele tientallen agrarische gezinnen hervonden dankzij onze sociaal-emotionele hulp hun hoop en vertrouwen in een nieuwe toekomst. Talloze keuken- en huiskamergesprekken zijn gevoerd door vrijwilligers, zelf meestal mannelijke en vrouwelijke ex-agrariërs.

Naar onze waarneming lijden nog te veel agrarische gezinnen in financiële problemen aan een valse schaamte. Tijdens gesprekken blijken ze vaak last te hebben van schuld- en faalgevoelens, depressieve gevoelens of relationele problemen. Deze gevoelens werken verlammend, wat ertoe kan leiden dat boeren geen keuze kunnen maken omdat er geen zicht is op een andere toekomst. Men weet het gewoon niet.

Een belangrijk deel van het ZOB-werk is de organisatie van bijeenkomsten waar (toekomstige) bedrijfsbeëindigers elkaar ontmoeten in een informele omgeving. Vaak komen echtparen samen. Het gaat niet zozeer over zakelijke thema’s. Er wordt vooral gesproken over gevoelens en emoties door mensen die worstelen met het dilemma van bedrijfsbeëindiging. Daarin erkennen en herkennen ze elkaar. De bijeenkomsten dragen bij aan het doorbreking van een taboe. Eindelijk kunnen echtparen met lotgenoten praten over hun gevoelens. Het deel uitmaken van een groep, zorgt ervoor dat er veel feedback, tips en complimenten aan elkaar worden gegeven. Mensen bloeien vaak op omdat ze merken niet alleen te staan en eindelijk weer iets positiefs horen.

Onze ervaring is dat de bijeenkomsten boeren en tuinders helpen uit die verlamming te komen. Mensen krijgen weer hoop en vertrouwen in de toekomst. De maatschappelijke betekenis hiervan voor het plattelandsleven wordt onderschat. Het is bovendien een bijdrage aan de geestelijke gezondheid van een belangrijke groep mensen.

Dit hard werkende deel van onze beroepsbevolking verdient deze morele ondersteuning.

Lizanne Roeleven is trainer en coach, Harry Nijhuis is voorzitter ZOB-UGO

Of registreer je om te kunnen reageren.