766 x bekeken

Ringen van vogels brengt gevaren kruisbesmetting met zich

Anne Mieke Ravenshorst
Het vangen van vogels om ze te ringen heeft grote nadelen, zegt Sjef Leermakers. Niet alleen sterven er onnodig veel, groot gevaar is de het doorgeven van vogelziekten door de ringers.

Nederland telt zo’n 460 gecertificeerde ringers die jaarlijks 270.000 wilde vogels in mistnetten vangen en van een ring voorzien. Alle vangsten worden opgeslagen in een database van de Ringcentrale in Arnhem. Deze organisatie is dit jaar honderd geworden en heeft in de vorige eeuw van alle in Nederland voorkomende vogels de trekroutes en de favoriete biotopen in kaart gebracht. Ook zijn via allerlei onderzoeken van alle soorten de overwinteringsgebieden in Afrika en zelfs tot op Antarctica (Noordse Stern) bekend.

Mede als gevolg daarvan is Natura 2000 in werking getreden, een masterplan, om alle trekroutes van voldoende rust- en foerageergebieden (stepping stones) te voorzien en te beschermen. Dit plan is nu in de hele Europese Unie in uitvoering. Prima dus.

Echter, het vangen van vogels heeft ook heel grote nadelen. In een onlangs verschenen Amerikaans grootschalig en meerjarig onderzoek werd gemeld dat het percentage dode vogels dat in mistnetten sneuvelt 0,23 procent bedraagt en het aantal gewonde vogels 0,59 procent. Dat lijkt weinig, maar als je uitgaat van die 270.000 ringgevallen, zijn dat alleen al in Nederland jaarlijks 621 dode en 1.593 gewonde vogels. Dit betreft de direct waarneembare gevallen. De vogels die als gevolg van stress, spierverrekkingen, inwendige bloedingen en onzichtbare wondjes, alsnog problemen krijgen of hun jongen niet meer verzorgen, zijn onzichtbaar.

Het is een Amerikaans onderzoek dat weliswaar niet volledig toepasbaar is op de Nederlandse situatie, maar de vangstmethode is exact dezelfde, dus groot zal de afwijking niet zijn.
Een ander groot gevaar is dat van de kruisbesmetting van vogelziekten door de ringers. Zo is vastgesteld dat de parasiet die de dodelijke vogelziekte ’t geel (trichmoniasis) veroorzaakt, in een natte omgeving met bijvoorbeeld poep of spuug, 24 uur in leven blijft. Met deze parasiet besmette lichaamssappen kunnen via de handen van de ringer gemakkelijk van de ene vogel op de andere overgaan. Sinds enkele jaren worden dan ook steeds meer niet-duiven slachtoffer van deze ziekte, die tot eind vorige eeuw uitsluitend bij duiven voorkwam.

En dan nog iets merkwaardigs: bij elke uitbraak van vogelpest zijn boeren verplicht hun kippen op te hokken, omdat er gevaar is voor besmetting door de poep van trekvogels. Intussen mogen diezelfde vogels gewoon door ringers in de hand worden genomen. De mutatie van het vogelgriepvirus in een voor mensen dodelijk variant hangt als het bekende zwaard boven ons hoofd. Ringers die vogels in de hand nemen dragen bepaald niet bij aan het verkleinen van dit gevaar.

Conclusie: Ringcentrale, bedankt voor honderd jaar gedegen onderzoek en nu stoppen graag.

Sjef Leermakers, vogelvriend, Hillegom
Deze opinie verscheen eerder in de Volkskrant

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.