De afkalftijd is voorbij, dus de kalveren zijn al niet meer zo heel klein. Ook die zien er lekker gezond uit.
De kalveren hier krijgen lang melk, misschien wel tot een maand of vier. Maar daar staat tegenover dat het krachtvoer ook niet die kwaliteit heeft die je als Nederlandse boer gewend bent. Het wordt zelf gemaakt. Ook vitaminen en mineralen worden er naar eigen inzicht door gemengd. Ruwvoer is geen kwaliteitshooi, maar meer een kort soort riet. Ze maaien dus gewoon te laat. Dat zie je ook bij de luzerne.
Riet wordt ook als strooisel gebruikt. De kalveren vreten dan meteen de pluimen die erin zitten. Nou, deze kalveren komen er wel. Van jongs af aan krijgen ze grof ruwvoer, dus hun magen en darmen leren al vroeg hard werken en er al het mogelijke uit halen. Met dat soort dieren heb je straks als melkkoe geen problemen. Die weten het voer wel om te zetten in melk. Dat de importkoeien het slecht doen in deze landen komt namelijk vooral doordat hun magen en darmen niet gewend zijn om te werken. Daar heb ik al eens eerder een blog aan gewijd.
Armoedige opfok blijkt topfok
Bij die blog kwam trouwens niet echt uit de verf wat ik ermee wilde zeggen. Op een bedrijf waar ik twee jaar werkte zijn nu vaarzen aan de melk die zijn ontstaan uit sperma van KI Samen. Die dieren kregen een opfok waarvan ik dacht: ‘dat wordt nooit wat’. Een opfok van heel armoedig tot zielig toe. Nu hebben ze gekalfd op dik twee jaar en geven ze gemiddeld 26 liter. Dit zonder echt krachtvoer. Ze hebben bovendien toch voldoende maat gekregen.
Op datzelfde bedrijf zijn drie jaar geleden Nederlandse vaarzen aangekomen. De 36 emigranten moesten zich waarmaken tussen 300 lokale koeien. Van die importkoeien is niets terechtgekomen. Zelfs nu, na hun derde keer kalven, kunnen ze nog amper mee. Gewoon omdat ze nu nog steeds niet het voer aankunnen. Maar hun nakomelingen gaan er wél tegenaan. Het is een kwestie van een ruige ruwvoeropfok met amper krachtvoer, maar wel met vitaminen en mineralen.
Dat zouden jullie ook eens moeten doen
Die dieren komen er wel, al is het een paar maanden later. Het voordeel is dan wel dat je echt veel minder kilo’s krachtvoer per geproduceerde kilo melk nodig hebt. En omdat de krachtvoerkosten een zeer groot deel van de toegerekende kosten zijn, telt dit flink door. Het zou heel goed zijn als een Nederlands proefbedrijf dit ook eens echt serieus zou testen in de praktijk. Want de krachtvoerkosten zullen stijgen, niet alleen in Europa, maar ook in de rest van de wereld. Het snel verteerbare kindervoedingbeleid bij de Nederlandse koeien moet veranderen. Hun magen en darmen moeten van jongs af gedwongen worden meer te werken. Het is praten tegen dovemansoren, maar weinigen zullen dit geloven. Maar de praktijk laat me hier heel duidelijk zien dat het zo werkt.
De directeur heeft op ander bedrijfje nog 100 zwartbonte koeien van een lokaal ras. Die dieren kregen het voer dat de geïmporteerde koeien ook krijgen. Het gevolg was dat ze in korte tijd moddervet waren. De Rus heeft zijn dieren toen weer snel teruggezet op het oude rantsoen.
Foto: Bert van Lier