215 x bekeken

'We moeten het maar eens gaan doen bij de FAO'

Een goede infrastructuur voor de landbouw, speelt een cruciale rol in het terugdringen van honger in de wereld, benadrukt Gerda Verburg. Binnenkort schrijft ze haar eerste bijdrage voor agd.media, over haar werk bij de FAO. Voor haar vertrek naar Rome, schuift ze aan voor een gesprek.

Het zijn drukke dagen voor Gerda Verburg. Vandaag (dinsdag) is de CDA’er en oud-minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vertrokken naar Rome, waar zij de komende jaren Nederland zal vertegenwoordigen bij wereldvoedselorganisatie FAO. Voordat het zover was moesten niet alleen koffers worden gepakt, maar wilde zij ook de banden aanhalen met politiek, wetenschap en bedrijfsleven – de door haar zo bejubelde gouden driehoek.

LTO-voorzitter Albert Jan Maat, Wout Dekker van Nutreco en staatssecretaris Ben Knapen (Buitenlandse Zaken) zijn slechts enkele namen op de lange lijst van hoofdrolspelers in de land- en tuinbouw die zij voor haar vertrek met een bezoekje verblijdde.

Verburg wordt de opvolgster van Agnes van Ardenne, die de post bijna vier jaar bekleedde en sinds 1 juli het Productschap Tuinbouw leidt. Van Ardenne was één van de pleitbezorgers van hervormingen bij de in 1945 opgerichte VN-organisatie. Onder leiding van de Senegalees Jacques Diouf is de FAO volgens velen uitgegroeid tot een logge, inefficiënte praatgroep, die er in de verste verten niet in slaagt zijn belangrijkste doelstelling, het uitbannen van honger in de wereld, te bewerkstelligen. Integendeel, want het aantal gezinnen dat dagelijks onvoldoende te eten heeft, neemt juist toe.

De eerder deze maand benoemde nieuwe directeur-generaal José Graziano da Silva schrok van de antwoorden die hij van medewerkers kreeg op zijn vraag waarvoor de instelling ooit in het leven is geroepen; de meesten kwamen met lange, gecompliceerde antwoorden op de proppen, zonder over honger en armoede te spreken.

Welke opdracht heeft u van de regering meegekregen?
”Doel van het kabinet is de voedselzekerheid in de wereld te vergroten door te investeren in landbouw, gekoppeld aan innovatie en verduurzaming. Ik word geacht die gedachte in te brengen bij de organisaties waar ik als permanent vertegenwoordiger ben aangesteld; naast de FAO zijn dat het World Food Program en het International Fund for Agricultural Development. Eén van de millenniumdoelstellingen (in 2000 gemaakte afspraken door 189 landen, red.) is een halvering van het aantal mensen dat in extreme armoede leeft. Als ik de laatste cijfers zie, zijn wij er nog lang niet.”

Op welke wijze kan de FAO volgens u bijdragen aan een oplossing?
”Landbouw heeft lange tijd bij veel landen niet op de agenda gestaan; het is genegeerd, verwaarloosd, er is weinig aan gedaan. Pas sinds een aantal jaren zijn er weer initiatieven op dat vlak, onder meer van de Wereldbank, en nu is het zaak de slag naar actie te maken. We kunnen wel prachtige plannen maken en verklaringen afgeven, maar we moeten het ook gewoon maar eens gaan doen. Overheden dienen ervoor te zorgen dat er een goede landbouwinfrastructuur ontstaat, die boeren in staat stelt hun te productie verhogen. Daarvoor zijn investeringen in water, energie, onderzoek en onderwijs nodig. We moeten ons daarbij niet alleen richten op kleine boeren, maar juist ook op grotere bedrijven; die zijn in staat te innoveren en de sector verder te helpen. En als landen hun eigen voedsel kunnen produceren, gaan de inkomens omhoog, kunnen kinderen naar school en kan de middenklasse zich ontwikkelen. Het begint allemaal met water, landbouw en voedsel.”

Is een effectieve aanpak met 192 landen wel mogelijk? Zelfs de G20 kon vorige maand maar met moeite overeenstemming bereiken over een aantal basale maatregelen.
”Dat komt omdat niemand precies de vinger kan leggen op de oorzaken. Maar de stap die de ministers in Parijs hebben genomen, de oprichting van een marktinformatiesysteem, is heel waardevol. De FAO gaat in opdracht van de G20 in kaart brengen wat waar geproduceerd wordt, zodat actie en reactie kan plaatshebben. Nu zijn er van tijd tot tijd wel waarschuwingen over droogte of hevige regenval, maar wat betekent dat voor de wereldvoedselvoorziening? We hebben betrouwbare data nodig.”

En de politieke wil om samen tot een oplossing te komen. Die lijkt te ontbreken.
”Natuurlijk, maar dan moet je wel bereid zijn het eens te worden over feiten en effecten. Een voorbeeld. Ik heb altijd gewerkt met het gegeven dat slechts 1 tot 2 procent van het wereldwijde landbouwoppervlak voor biobrandstoffen wordt gebruikt. Maar er zijn ook mensen die dat niet geloven en beweren dat het de belangrijkste oorzaak van de grote prijsschommelingen is. Of neem biotechnologie. Wat kun je wel niet doen met droogtebestendige gewassen? Of zoutbestendige producten? Maar dan zullen we het wel eens moeten willen worden over de wetenschappelijke conclusies.”

Behalve overeenstemming over de feiten is er geld nodig, heel veel geld. Onmiddellijk na zijn benoeming liet Graziano da Silva weten dat hij wil dat de FAO-leden de hand van de knip moeten halen. Te vaak is het bij goede bedoelingen gebleven, vindt hij. Maar in deze tijd van economische crisis ligt een dergelijk verzoek lastig, zelfs voor een rijk land als Nederland.
Het kabinet-Rutte heeft zichzelf juist ten doel gesteld 18 miljard euro te bezuinigen en haalt een niet onaanzienlijk deel daarvan uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. In een recent interview met NRC Handelsblad zei Van Ardenne dat mede hierdoor Nederland zal zakken in de internationale pikorde. Wordt er dan nog wel geluisterd naar de kersverse ambassadeur als zij ideeën niet kan ondersteunen met voldoende middelen?

Verburg is daar niet bang voor. Nederland is nog altijd één van de grootste donateurs van de FAO, benadrukt zij. Ondanks de bezuinigen wordt nog steeds voldaan aan de internationale ontwikkelingsnorm van 0,7 procent van het bruto nationaal inkomen. ”Er wordt óók een zware wissel getrokken op bijvoorbeeld defensie en het persoonsgebonden budget. Het moet uit de lengte, of uit de breedte komen, en dan vind ik dat wij een verantwoorde keuze hebben gemaakt. Natuurlijk, het zijn ingrijpende maatregelen, maar die zijn nodig om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen. Mijn handtekening staat er ook onder en daar loop ik niet voor weg.”

Terugkijkend op uw ministerschap, kunt u een hoogte- en dieptepunt noemen?
”Een absoluut dieptepunt was zonder twijfel dat ik moest besluiten om drachtige geiten en schapen te ruimen in verband met Q-koorts. Het hoogtepunt is dat ik er in ben geslaagd van Nederland in Brussel een voorloper te maken, in plaats van een partij die in de staart probeert bij te sturen. Ik heb ervoor gezorgd dat wij er vroeg bij waren toen de eerste gesprekken over het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) begonnen. Dat is echt een wissel die is omgezet en naar ik begrijp nog steeds zo staat. Eerder hebben wij te veel laten gebeuren in Brussel, denk maar aan Natura 2000. Ik heb wat rek en ruimte in dat proces gebracht en staatssecretaris Bleker wil daar nog verder in gaan. Het moet nog blijken of dat gaat lukken; Natura 2000 is een ontzettend ingewikkeld verhaal gebleken.”

In een eerder interview noemde u als hoogtepunt dat boeren en natuurbeschermers dichter bij elkaar zijn gekomen. Bleker lijkt het tegenovergestelde te hebben bereikt met zijn bezuinigingen.
”Ik vind dat inderdaad een hoogtepunt, mede omdat het de beheerplanprocessen bij Natura 2000 vergemakkelijkt. Maar ik heb mij voorgenomen mijn opvolger niet voor de voeten te lopen. In de Tweede Kamer heb ik ook heel bewust voor een andere portefeuille gekozen.”

In Rome bevindt u zich straks wat meer in de luwte. Vindt u dat jammer, of bent u daar eigenlijk wel blij mee?
”Ik zal in elk geval Nederland missen. Als ik van een buitenlandse reis terugkom en over de groene weiden met koeien vlieg, denk ik altijd: wat is dit toch een prachtig land. En ook de hitte van het politieke debat, dat zal afkicken zijn.”

Misschien wel één van de meest verhitte debatten voerde Verburg in de nadagen van haar ministerschap, afgelopen najaar, achter de schermen in haar eigen partij. Tot op het laatste moment vocht zij voor de instandhouding van het ministerie van LNV, háár ministerie, dat op het punt stond te worden samengevoegd met Economische Zaken. Die strijd verloor zij, maar op een ander vlak boekte Verburg wel succes. ”Er was sprake van een verregaande ontmanteling van het landbouwbudget”, brengt zij in herinnering. ”Uiteindelijk heb ik tijdens de laatste nacht uitonderhandeld dat de inzet van de regering zou worden: handhaving op tenminste het huidige peil. Ik heb gezien dat de regering die afspraak is nagekomen en dat is mij zeer dierbaar.”

Vertaalslag
Oud-landbouwminister en voormalig Tweede Kamerlid Gerda Verburg geeft in agd.media met enige regelmaat haar bespiegelingen van haar werk in Rome. Zij is benoemd tot permanent vertegenwoordiger van Nederland bij onder meer de wereldvoedselorganisatie FAO en het World Food Program (WFP). Zij houdt zich bezig met landbouw, voedselzekerheid en klimaatverandering. Eens in de circa zes weken vertaalt zij het Romeinse werk naar het Nederlandse boerenerf en brengt zo de ver-van-mijn-show voor boeren dichterbij. De verhalen verschijnen in agd.weekend en op agd.nl. De eerste aflevering verschijnt eind juli/begin augustus.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.