Redactieblog

330 x bekeken 3 reacties

Veldbezoek

Het heeft geen zin om de consument van zijn ongelijk te overtuigen.

Toen ik 15 was heb ik een beroepskeuzetest gedaan. Het advies was dat ik landmeter moest worden. ‘Dirk kan goed rekenen, maar het is een buitenjongen’. Landmeter ben ik nooit geworden, maar ook als landbouweconoom kom ik veel buiten. Het was dus een goed advies.
Zo was ik laatst met een groep buitenlanders op veldbezoek. Mooi woord voor een buitenjongen. We bezochten een groot melkveebedrijf. Een moderne, vlot Engels sprekende ondernemer met 250 koeien, en een bezoekersruimte boven in de stal.
Een flitsende presentatie, en toen de vragen. Of de koeien nog wel buiten kwamen? Nee dus, binnen was efficiënter en beter. Hij leverde aan de nationale zuivelcoöperatie. Dat bedrijf neigt naar verplichte weidegang. Dus was de vraag heel actueel.
We kregen een gedreven verhaal over de onzin van weidegang. Koeien vinden het niet fijn in wind, regen of hete zon. Enge vogels, bacteriën in de buitenlucht. Koematrassen waarnaar bejaarden in verzorgingstehuizen zouden smachten. Een veel betere greep op de kwaliteit van melk en koe. Wetenschappelijk bewijs dat opstallen niet slecht is. Weidegang kost geld. Consumenten worden verkeerd voorgelicht, laten zich meeslepen door emoties. Ze moesten zelf maar eens een dag in de regen in een weiland gaan staan. Kortom, de consument begrijpt mij niet.
Vervolgens de vraag of hij zou overstappen naar een bedrijf dat jaarrond opstallen wel toestaat. Want sommige zuivelaars zullen zich vast wel specialiseren in dat deel van de markt waar weidegang er niet toe doet. Die halen dan lagere opbrengstprijzen, maar hun boeren hebben ook minder kosten. Geen sprake van, FrieslandCampina moest de consumenten maar uitleggen dat permanent opstallen veel beter is.
Hoe is het mogelijk dat je technisch en financieel zo’n goeie bent en niets begrijpt van de markt. In een beroepskeuzetest was er vast niet ‘ondernemer’ uitgekomen. Misschien monteur of dierenarts, of landmeter.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Han

    Dirk. Je opmerking over het al dan niet >ondernemer< zijn van deze boer is denk ik één van de grootste problemen van de landbouw. Je hoort boeren altijd praten over hoe veel ze produceren, hoe groot hun stal is etc. Maar je hoort ze nooit over hoeveel euro's ze vangen voor iedere geinvesteerde Euro. Ze zijn kennelijk niet geinteressrd in een rendement, maar gaan alleen voor zo veel mogelijk tegen elke prijs. Net amateur top sporters, die ook gaan voor de roem en niets meer dan dat.

  • no-profile-image

    albert altena

    Er wordt steeds gezegd dat de consument heeft gekozen. de vraag blijft echter, hoe is die mening tot stand gekomen.
    In 1984 was er een commissie Jan Pronk om de oorzaken van zuren regen te onderzoeken. Hun conclusie was de koeien op te stallen en de mest goed gedoseerd verwerken. Dat nooit, was een terchte reactie. Omdie strijd te winnen werd de consument erbij gehaald, zoniet op het verkeerde been gezet, want de algemene opvatting onder hen is dat het zielig is dat de koeien altijd binnen moeten blijven. We zitten dus met een voldongen feit, waarbij ook het LTO meer als een splijtzwam te werk ging dan als een algemene belangen behartiger.
    Waar ik nu bang voor ben is dat de opstallers ten strijde trekken voor hun belangen. Want hoe hoger de koeien die buiten komen springen, des te slechter ze het binnen hebben. M.a.w. Het totale welzijn zal op de schaal gelegd worden Ook zal de deoordeling in het aantal uren buiten onuitvoerbaar blijken. Die discussie zal het imago zeer zeker verslechteren, en dat ik,kijkend over mijn grazende vee. vr. gr.

  • no-profile-image

    Han

    Albert. Dat het welzijn op de schaal gaat behoeft geen plobleem te zijn. Alleen wie bepaalt wat welzijn is en hoe zwaar elke factor mag wegen? Gaat welzijn uit van het menselijke vakantie gevoel; "Lekker buiten zitten voor je camper in het zonnetje?" Of gaan we uit van lekker droog met klimaat beheersing als op kantoor? Of weegt de gezondhieds controle en het regelmatige voer aanbod als belangrijkste. Ik vrees dat er aan welzijn een menselijke maat wordt gehangen in gegeven door de maakbaarheids gedachte van de mens, alles en iedereen is gelukkig als hij doet zoals IK (de bedenker) denk dat goed is.

Of registreer je om te kunnen reageren.