166 x bekeken

Risicomanagement en Ehec, niet iets om trots op te zijn

Ger Timmer
Regelmatig komt het onderwerp risicomanagement op tafel. Ook recentelijk weer met de Ehec-crisis. De les uit deze crisis? Nog genoeg werk aan de winkel.

door Ruud Huirne

Ik wil nu niet ingaan op de vreselijke gevolgen voor de mensen die met Ehec besmet zijn, maar meer over de economische gevolgen voor de Nederlandse tuinbouw. De schade loopt binnen een paar weken op tot meer dan 200 miljoen euro! En dat terwijl de sector net uit een dal aan het kruipen was.
Banken moesten al snel bijspringen. Al met al niet iets waar een topsector trots op zal zijn, en dat allemaal op basis van een (zoals het zich nu laat aanzien) valse beschuldiging. Het is een typisch geval van een catastrofe-risico, dat wil zeggen een risico met hele kleine kans van optreden en zeer grote (financiële) gevolgen.

Wat leren we hiervan? Beter risicomanagement zou ik zeggen. Risicomanagement betreft het inspelen op mogelijke risico’s van calamiteiten, zodat de gevolgen daarvan voor de betrokken ondernemers beperkt blijven. Wat zouden we daarvoor kunnen doen in het geval van een crisis als nu bij de Ehec-bacterie?

Ten eerste zou er meer informatie verzameld moeten worden over (en onderling gekoppeld kunnen worden) zodat snel vanaf ziekenhuisopnamen teruggetraceerd kan worden richting supermarkten, en daarna verder richting sectoren en telers. Daarvoor is een sluitend ’tracking and tracing’ systeem nodig, maar dan wel een systeem dat loopt van de primaire producent tot en met de supermarkt.
Geografische spreiding van de tuinbouwproductie kan het risico van grote financiële schade ten gevolge van grenssluitingen terugdringen. Niet de regie, want die moet in ons land blijven, maar de fysieke productie zou meer dan nu het geval is kunnen plaatsvinden in nieuw te ontwikkelen kernen in het buitenland, bijvoorbeeld in Rusland. Dit is een omvangrijke operatie en hiervoor is een nieuw business-model voor de sector nodig.

Ten slotte zou er een verzekering voor de schade van dergelijke fytosanitaire risico’s opgezet kunnen worden. Het gaat hierbij immers om een risico dat een individuele tuinder of handelaar niet of nauwelijks kan beïnvloeden, en daarmee is het een ’van buiten komend onheil’. Voor schade door besmettelijke dierziekten en extreme weersomstandigheden bestaan al nationale fondsen.

De vraag is of zo’n verzekering voor de tuinbouw een private aangelegenheid is, of dat de overheid daar ook een rol in moet hebben. Mijn stelling is dat de overheid een verantwoord zelf-risicomanagement van de sector niet moet ondermijnen. De oplossing is dan een vorm van publiek-privaat samenwerking. Ik denk daarbij niet aan het voor een groot deel direct compenseren van de schade van de betrokkenen, maar veeleer aan het gezamenlijk opzetten van een verzekeringssysteem, bijvoorbeeld in de vorm van een onderlinge verzekering. De overheid zou kunnen bijdragen in de herverzekering van zo’n verzekering.

Duidelijk is dat er naar aanleiding van de Ehec-crisis werk aan de winkel is. Want risico’s kunnen niet worden uitgeschakeld, maar ze kunnen wel worden verkleind.

Ruud Huirne is algemeen directeur van het LEI en het departement Maatschappijwetenschappen van Wageningen UR.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.