Redactieblog

150 x bekeken

Nieuw Europees beleid voor landbouw vraagt veel gepolder

De ontwikkeling van het nieuwe EU-landbouwbeleid wordt nog een hele tour van compromissen sluiten en samenwerken. De 27 sterk verschillende EU-lidstaten moeten het nog eens worden.

De discussie over het nieuwe Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is in volle gang. Na maanden van debat, honderden amendementen van de 750 Europarlementariërs en gesprekken in de wandelgangen werd vorige maand ingestemd met het plan van de Duitse rapporteur Albert Dess.

Bij zijn presentatie legde Dess de nadruk op de grote verschillen tussen de lidstaten. Het leek een excuus voor de beperkte inhoud van het rapport. Over de hoofdlijnen zijn de lidstaten het wel eens. Het nieuwe GLB moet zorgen voor een sterke landbouw, met aandacht voor natuur, platteland, innovatie en concurrentiekracht.

Het budget, dat tot 2020 bevroren is, moet billijk verdeeld worden over de lidstaten én over de boeren. Het totale systeem moet bovendien uit te leggen zijn aan burgers en consumenten. Maar hoe dit in de praktijk uitgevoerd moet worden, blijkt een heel lastige klus. Daar komt nog bij dat door het Verdrag van Lissabon de invloed van het Europese Parlement en de nationale parlementen groter is geworden. De puzzel wordt daardoor nog complexer.

”Voor het eerst in de 50-jarige geschiedenis van het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid hebben ook de nationale parlementen van de lidstaten een stem in de ontwikkeling van het beleid”, sprak voorzitter Paolo de Castro, voorzittter van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van het Europees Parlement. Het EP en de nationale parlementen staan nu op gelijke voet met de Europese Raad, waarin de regeringsleiders van de lidstaten zijn vertegenwoordigd. Het EP kan een wetsvoorstel nu verwerpen. Dat was voor het Verdrag van Lissabon niet het geval. Ook landbouwcommissaris Dacian Ciolos benadrukt dat het voor het eerst is dat het EP meer te zeggen heeft bij het ontwikkeling van het beleid.

”En dat geldt ook voor de nationale parlementen. Het landbouwbeleid speelt een belangrijke rol in het economisch beleid in de lidstaten. Het landbouwbeleid is het enige beleid dat Europees geregeld wordt, dat een grote invloed heeft op de nationale economiën. Het is daarom van belang dat ook de nationale parlementen meepraten met deze discussie”, vindt Ciolos.

Het is natuurlijk goed dat er veel inspraak is in het beleid. Maar de verschillen tussen de lidstaten zijn groot. Een akkerbouwbedrijf in Flevoland ziet er heel anders uit dan een bedrijf van een boer in de Griekse bergen of een familiebedrijf in Letland. De grote verschillen maken het proces niet eenvoudiger, zeker omdat de meningen ook binnen de landen sterk verschillen. Sommige lidstaten kozen daarom voor de weg van de minste weerstand en lieten vijf of zes sprekers aan het woord in Brussel. Daarmee zijn de gemoederen in het achterland wellicht gerust gesteld, maar met deze verdeeldheid in Brussel kunnen de andere lidstaten en partijen ook gaan shoppen om tot een meederheid te komen.

Voor elk pijnpunt zijn wel voor- en tegenstanders te vinden. Of het nu gaat om extra regels voor vergroening of niet, of snel gelijke bijdragen aan de oude en nieuwe lidstaten, of de mogelijkheden om in te grijpen in de markt. Al met al zal het een heel gepolder worden voordat er een akkoord komt waar alle lidstaten mee kunnen instemmen.

Het risico dat hierdoor een zeer gematigd akkoord komt, ligt zeker op de loer.

Of registreer je om te kunnen reageren.