Redactieblog

252 x bekeken

'Ik zou wel tussen de koeien willen liggen'

Ruim 80 procent van de jongeren in Nederland woont in de stad. Ze komen weinig in de natuur en komen vrijwel niet in contact met de land- en tuinbouw. Reden te meer voor het ministerie van landbouw om eens in gesprek te gaan met jongeren over landbouw en natuur.

Zo belandde staatssecretaris Henk Bleker op een pak stro in een stadstuin in de Haagse Schilderswijk. Hij ging in gesprek met jongeren van divers pluimage: van oer-Hollandse jonge boeren van het platteland tot jongeren uit de multiculturele wijken van Rotterdam, Den Haag en Amsterdam.

De jongeren blijken weinig interesse te hebben voor de herkomst van hun voedsel. ”Het maakt met niet zoveel uit, waar het gemaakt is. Als het maar goed is geproduceerd”, zegt een Amsterdamse student. De meningen hierover blijken verdeeld. ”Als Brabantse ben ik natuurlijk wel trots op de streek waar ik vandaan kom. Daarom drink ik bewust Brabants water”, zegt Carmen Wijnen uit Den Bosch. Jari uit Den Haag kan daar wel inkomen. ”Al eet ik liever een stukje vlees uit Brabant dan uit Den Haag. De stad is toch wel vies met al die uitlaatgassen.”

Jonge boeren hebben grote moeite met het negatieve beeld dat veel stedelingen hebben van boeren. ”Terwijl we het juist hartstikke goed doen. We moeten meer lef hebben en dat gaan communiceren.”, vindt Syt Bikker uit Groot Ammers.

In het kader van de nationale dialoog over megastallen zijn jongeren op bezoek geweest bij veebedrijven. ”Bij sommige boeren hebben we gewoon onverwacht aangebeld en we mochten zo het bedrijf zien”, vertelt HAS-student Bikker. ”Het was toen buiten heel warm en in de stal stond de muziek aan en was het, mede door de ventilatoren lekker koel. Een van de meisjes uit de stad zei toen: ”Ik zou er zo tussen willen gaan liggen”. Dat is voor mij het bewijs dat de boeren het helemaal niet verkeerd doen in Nederland”, vindt Bikker. Adila Akkabi uit Den Haag is een van de stedelingen die bedrijven bezocht. ”Ik was nog nooit in een megastal geweest. Maar de koeien hebben het goed in de stal. Als je het zelf ziet is het heel anders dan de beelden die je op tv en op internet ziet.”

Tijdens het gesprek werd duidelijk dat jongeren uit de stad nauwelijks in contact komen met landbouw en voedselproductie. Toch blijken de jongeren het belangrijk te vinden om te weten hoe het voedsel geproduceerd wordt. ”Mijn beeld over de veehouderij is het beeld dat via de media wordt verspreid. Beter is het als je je persoonlijke ervaringen van boerderijen kan combineren om uiteindelijk tot een mening te komen”, vindt Carmen. Ook andere jongeren vinden het belangrijk dat kinderen in contact komen met de landbouw, door er zelf te gaan kijken. ”Ze moeten het zelf beleven en niet alleen uit boekjes leren:”, vindt een van de deelnemers. ”En als je het op school verplicht stelt, weet je zeker dat alle jongeren ermee in contact komen”, vult Jari aan.

Aan de boeren ligt het volgens Bleker niet: zij hebben de staldeuren altijd open. ”Maar met open dagen zie je nooit mensen uit de stad. Het zijn meer collega-boeren en de buurt die kan komt kijken”, zegt een student van de HAS in Leeuwarden. Een mogelijkheid om met de koeien naar de stad te gaan, wordt door de stedelingen enthousiast ontvangen. :”Dat is wel leuk, maar vergeet niet dat we ook nog geld moeten verdienen op de bedrijven. Melkveehouderij is een economische activiteit”, aldus Bikker.

Of registreer je om te kunnen reageren.