Redactieblog

292 x bekeken

Europese Rekenkamer: te veel steun naar verkeerde boeren

De Europese Rekenkamer heeft forse kritiek op de uitvoering van regeling voor Europese landbouwsubsidies. Het geld zou regelmatig bij mensen terechtkomen waarvoor het niet bedoeld is, ofwel naar boeren die zich niet meer met primaire productie bezighouden. Bovendien blijkt veel geld te gaan naar een relatief beperkte groep agrariërs.

De Europese Rekenkamer heeft grote twijfels over de uitvoering van de EU-bedrijfstoeslagenregeling. Dat blijkt uit onderzoek van de Europese Rekenkamer naar de wijze van uitkering van Europese landbouwsubsidies aan de primaire producenten.

Het bedrijfstoeslagenstelsel is in zeventien lidstaten ingevoerd. Het gaat om de vijftien lidstaten die al EU-lid waren in 2003. De tien nieuwe lidstaten van 2004 konden zelf kiezen of ze een bedrijfstoeslagrechtensysteem wilden invoeren. Twee lidstaten, Malta en Slovenië deden dit. De andere lidstaten stellen de bedrijfstoeslagrechten uit tot 2013. Zij ondersteunen boeren door een vaste hectarepremie via een enkele areaalbetaling.

Vrijwel ieder land heeft zijn eigen systeem van toeslagrechten. Zo besluit ieder lidstaat zelf wanneer de premies voor bepaalde gewassen of producten ontkoppeld worden. Dit leidt ertoe dat het systeem zeker Europees gezien erg complex is. Binnen Europa worden twintig verschillende systemen van bedrijfstoeslagrechten toegepast. In 2009 werd in totaal via de toeslagen 28,8 miljard euro uitgekeerd.

Het bedrijfstoeslachtrechtensysteem heeft als doel agrariërs te stimuleren om beter in te spelen op de vraag uit de markt en om hun inkomen te ondersteunen. Voorheen was de steun gekoppeld aan bepaalde teelten, waardoor boeren soms speciale teelten hadden omdat ze daar een premie voor konden ontvangen. Door de ontkoppeling van de steun is de landbouwpremie niet meer gebaseerd op specifieke gewassen, waardoor de ondernemer op basis van de marktsituatie zijn bouwplan bepaalt.

De rekenkamer constateert dat deze marktwerking-doelstelling is bereikt. Maar tegelijkertijd gingen er ook dingen mis. Zo is de rekenkamer kritisch op het gebruik van historische modellen voor de uitkering van de premie. Dit systeem wordt in tien van de zeventien landen toegepast, waaronder in Nederland. De toeslagrechten worden hierbij verdeeld op basis van teelten in het verleden. In Nederland zijn de toeslagrechten gebaseerd op de referentiejaren 2000 tot en met 2002. Hierdoor is het voor nieuwe boeren moeilijker om te concurreren omdat ze geen steun krijgen, in tegenstelling tot hun oudere collega’s.

De Europese Rekenkamer vindt dat er onnauwkeurig wordt omgegaan met boeren die recht hebben op subsidies. Zo zijn in het jaar van onderzoek ook premies uitgekeerd aan rechtspersonen die de primaire landbouw niet als hoofddoel hadden. Zo kreeg een ondernemer in Italië ruim een miljoen euro subsidie op 45 hectare gepacht arm grasland op 400 kilometer afstand van zijn bedrijf. De boer had in 2008 toeslagrechten zonder grond gekocht voor een waarde van 197.000 euro. Na modulatie zouden deze rechten de begunstigde tot 2013 ruim 1,08 miljoen euro opleveren, zonder dat de man landbouwactiviteiten uitvoert.

De jaarlijkse pachtprijs bedroeg 7.650 euro. Hij liet de 45 hectare begrazen door een lokaal veebedrijf, om hiermee te voldoen aan de zogenoemde cross compliance-verplichtingen voor inkomenstoeslag (de randvoorwaarden ten behoeve van het milieu en maatschappelijke doelen).

Van het totale budget voor de bedrijfstoeslagrechten, 28,8 miljard euro in 2009, ging een groot deel naar de grotere bedrijven in de EU. Dat komt vooral omdat de premie uitgekeerd wordt op basis van het aantal hectaren van een boer. Dit was bij het voorgaande systeem van uitkeringen ook het geval. ”Er is bij het toeslagrechtensysteem sprake van een tegenstrijdigheid”, vindt de rekenkamer. ”Enerzijds wordt beoogd de individuele inkomens te steunen, maar anderzijds wordt bij de verdeling ervan weinig rekening gehouden met de specifieke omstandigheden van de ontvanger.”

In Denemarken, Duitslanden Engeland zal deze situatie langzaam veranderen, omdat deze landen de historische component in de betaling langzaam zullen verminderen.

De rekenmeesters zijn ook kritisch op de milieu-effecten van het toeslagrechtensysteem. Via de cross compliance-voorwaarden zou zorgvuldige landbouwproductie voorwaarde zijn voor het ontvangen van premie. De Europese Rekenkamer constateert echter dat de er geen rechtstreeks verband bestaat tussen het niveau van inkomenssteun en de investeringen van ondernemers om te voldoen aan de productievoorwaarden. Daarnaast vragen de cross compliance-randvoorwaarden vrijwel nooit actie van de boer, waardoor de ondernemers niet gestimuleerd worden om extra maatregelen te nemen voor het milieu.

Advies
De Europese Rekenkamer adviseert de EU om haar landbouwsteun meer te richten op actieve landbouwers. Hiervoor moet een duidelijker omschrijving komen van grond die voor subsidie in aanmerking komt en van boeren die in aanmerking komen. Doel hiervan is dat er geen landbouwgeld meer terecht komt bij niet-actieve boeren.
De rekenkamer adviseert bij een nieuwe inrichting van het systeem vooral te kijken naar activiteiten die een positieve bijdrage leveren aan het behoud en de verbetering van het milieu. Ook adviseert de rekenkamer de hoogte van subsidies te baseren op de landbouwomstandigheden in verschillende regio’s in de EU. Ook moeten de hoogste individuele betalingen worden afgetopt, om een eerlijkere verdeling van de bijdragen te realiseren.

Of registreer je om te kunnen reageren.