199 x bekeken

Op weg naar een landbouw zonder subsidies

De ideeën zijn er, maar aan de uitvoering schort het nog, zegt voormalig LNV-ambtenaar Gerrit Meester. Hij betreurt het dat er nog weinig invulling is gegeven aan de EU-landbouwplannen van Verburg en Bleker.

In zijn tijd als topambtenaar stond Gerrit Meester verschillende landbouwministers bij tijdens hun onderhandelingen in Brussel. Ook de huidige staatssecretaris Henk Bleker kan de vruchten van zijn kennis plukken, want dinsdag verscheen het advies van de Raden voor de Leefomgeving en Infrastructuur over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Meester is hoofdauteur.

Het GLB wordt hervormd. Waarom is dat eigenlijk nodig?
“Wij hebben het beleid van omstreeks 2030 in ons hoofd. De landbouw moet dan behoorlijk meer op eigen benen kunnen staan dan ze nu doet. Dat is nodig, omdat er vanuit de Wereldhandelsorganisatie steeds meer druk zal worden uitgeoefend om onze steun aan de sector te verlagen. Daarnaast wordt er nu gesproken over de nieuwe meerjarenbegroting van de Europese Unie en de verwachting is dat er minder geld beschikbaar komt. Ten derde zouden de internationale concurrentieverhoudingen over twintig jaar wel eens ingrijpend kunnen zijn veranderd. Als dat de vooruitzichten zijn, moet je proberen dat voor te zijn door te zeggen: ik maak mij onafhankelijk van subsidies.”

Europa is nog lang niet zo ver. Uit de voorlopige voorstellen van Ciolos blijkt dat het subsidiebeleid grotendeels in stand blijft.

“Wij weten inderdaad dat Brussel daar nog niet aan denkt en dat de politieke krachten in de EU dat ook helemaal niet willen. Wees dan pragmatisch en gebruik tot die tijd de subsidies zo veel mogelijk om je aan te passen aan de nieuwe internationale verhoudingen. Ook kun je er zaken mee regelen die je als lidstaat zelf belangrijk vindt, zoals dierenwelzijn, of de inrichting van het landschap. De verwachting is dat prijsfluctuaties de komende jaren groter worden, plant- en dierziekten blijven een risico; creëer daar risicomanagementsystemen voor.”

Ciolos wil dat de subsidies na 2013 niet meer zijn gebaseerd op historische gegevens en pleit voor een regionale hectarepremie. U bent daar tegen. Waarom?

“Ook wij willen af van het historische model. Daarom stellen de raden voor: verminder de toeslagen en geef ‘top-ups’. Het plan van Ciolos wijzen wij echter af. De regionale hectarepremie leidt alleen maar tot een herverdeling van de toeslagen. Regio’s die nu heel hoge subsidies krijgen, zullen straks minder ontvangen, en andersom. De Veenkoloniën, de melkveehouderij in Brabant en de intensieve kalfsvleesproductie moeten dan inleveren ten gunste van ondernemers die misschien wel nooit steun hebben gehad en ook bewezen hebben prima zonder te kunnen. Wat schieten we daar nu mee op? Zeker ook omdat je weet dat er juist in de gebieden die geld gaan verliezen nog grote problemen zijn op te lossen. Bereid de bedrijven in de gebieden voor op een meer geliberaliseerde markt door gerichte betalingen voor innovatie, concurrentiekracht en duurzaamheid.”

Op deze kwestie na komt uw advies grotendeels overeen met de visie van Bleker en zijn ambtsvoorganger Gerda Verburg. Ziet u dat ook zo?

“Ik denk inderdaad dat de basisgedachte niet essentieel verschilt. Wij volgen in die zin wat Verburg in haar Houtskoolschets heeft aangegeven en in het huidige regeerakkoord staat. Maar het is jammer te moeten constateren dat daar eigenlijk nooit invulling aan is gegeven in Nederland zelf.”

U doelt op het afromen van de inkomenstoeslagen ten gunste van specifieke doelen?

“Inderdaad. De komende jaren bevinden wij ons in een transitiefase in de richting van een GLB zonder subsidies. Wij moeten die periode benutten om boeren voor te bereiden. Nederland zet met Artikel 68 (onderdeel van de GLB-regelgeving op basis waarvan afroming tot 10 procent mogelijk is, red.) slechts heel voorzichtige stapjes. Ik begrijp ook best dat het politiek gezien lastig is dat voor elkaar te krijgen. Je moet dan zeggen: jongens, we verlagen de toeslag en als je die wilt terugverdienen, moet je iets extra’s doen. Maar Ciolos denkt de andere kant op, hij wil beperkingen opleggen aan dit artikel. Als wij nu aan Brussel kunnen laten zien hoe de afgeroomde gelden kunnen worden besteed, beschik je over goede argumenten om dat tegen te gaan. Maar Nederland maakt daar nu nauwelijks gebruik van en dan heb je geen sterk verhaal.”

Dit advies komt op een moment dat de plannen van Ciolos in een vergevorderd stadium zijn. Hoeveel ruimte is er nog voor Nederland om te onderhandelen over dit soort zaken?

“Ik denk dat die ruimte er nog wel is. Als je de voorlopige voorstellen van de eurocommissaris, het raadscompromis en het Dessrapport (visie van het Europees Parlement, red.) leest, dan is er sprake van een aantal algemene ideeën. Wil je die omzetten in concreet beleid, zijn er concrete voorstellen nodig. Je kunt wel zeggen, wij willen meer duurzaamheid, maar hoe doe je dat dan? Hetzelfde geldt voor vergroening, en voor dierenwelzijn.”

Wie zijn onze medestanders in de onderhandelingen?

“Dat moet zich nog wat uitkristalliseren. Ik denk dat we het dan met name over de Fransen hebben en, hoewel sommigen daar wat minder optimistisch over zijn, de Duitsers. De Britten kijken van oudsher vooral naar de tweede pijler in verband met hun ‘rural development’, maar zij krijgen steeds meer belangstelling voor pijler één. En de andere Benelux-landen natuurlijk.”

In het advies wordt de mentaliteit om vooral op de kleintjes te letten bekritiseerd. Zijn wij te bang om geld uit te geven?

“Het gaat om de vraag welk voordeel de Nederlandse economie heeft bij het voortbestaan van de Europese Unie. En het antwoord luidt: daar verdienen we aan. En veel meer dan dat beetje, nou ja beetje, dat wij aan Brussel afdragen. Eerder hebben we de discussie gehad over de kosten die de toetreding van een aantal Oost-Europese landen met zich mee zouden brengen. Wanneer ik nu van Amsterdam naar Berlijn reis, zie ik hele colonnes vrachtwagens heen en weer rijden. In een derde daarvan zitten producten uit de landbouw en voedingsmiddelenindustrie. Als er dan een snelweg naar Polen moet worden verbeterd, of een spoorweg aangelegd, betaal ik daar graag aan mee.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.