Redactieblog

993 x bekeken

Maaien en verkopen van gras is genoeg voor cultuurgrondvrijstelling

De cultuurgrondvrijstelling in de WOZ is van toepassing voor een tuinder. Het maaien en verkopen van gras is samen met de intentie van de tuinder voldoende om de vrijstelling in de wacht te slepen.

Kort samengevat is de uitspraak van de rechtbank Breda de volgende:
Belanghebbende exploiteert een tuinbouwbedrijf. In 2008 heeft zij een perceel grond met daarop een woonhuis met aanhorigheden gekocht alsmede twee percelen cultuurgrond. In de koopakte is de totaalkoopprijs van de registergoederen van € 677.500,- gesplitst in de woning met aanhorigheden voor € 250.000,- (perceel 1) en de overige gronden voor € 427.500,- (percelen 2 en 3).

De heffingsambtenaar heeft perceel 1 met daarop de woning en aanhorigheden getaxeerd op € 434.000,-. Belanghebbende heeft zich op het standpunt gesteld dat de aankoop is geschied met het oog op uitbreiding van haar tuinbouwbedrijf en dat in afwachting van de nodige vergunningen het stuk grond regelmatig is gemaaid en het gemaaide gras is verkocht. Die verklaring van belanghebbende acht de rechtbank geloofwaardig.

De rechtbank oordeelt dat een deel van perceel 1 voor de cultuurgrondvrijstelling in aanmerking komt. Daarbij is niet van belang of belanghebbende wist of had kunnen weten dat de door haar aangevraagde vergunningen niet verleend zouden worden.

Nu de heffingsambtenaar van een onjuiste objectafbakening is uitgegaan, heeft hij niet de vastgestelde waarde aannemelijk gemaakt. De rechtbank gaat uit van de door belanghebbende betaalde koopprijs van € 250.000,- voor de woning, waarbij rekening is gehouden met de door belanghebbende beoogde tuinbouwbestemming. Het beroep wordt vervolgens gegrond verklaard.

Of registreer je om te kunnen reageren.