311 x bekeken 4 reacties

Confronteer de consument met z’n burger

De op duurzaamheidheid beluste, welwillende burger laat zich in de winkel vaak zien als bloeddorstige consument die z’n portemonnee met z’n leven bewaakt. Goedkoop is zijn devies, schrijft Pascal Philipsen. Confronteer de consument met zijn burger, vervolgt hij. ”Door meer ’boer’ in de supermarkt te laten zien.”

De oorsprong van ons eten is nauwelijks zichtbaar in de supermarkt. De boer is nog het meest zichtbaar bij het biologische segment aan groente, fruit en vlees. Tenminste dit gevoel heb ik. Het lijkt erop alsof de primaire producent van ’gangbaar’ zich verschuilt. Of zich gewoon niet laat zien! Waarom niet?

Verwerkers als Unilever geven ons op dagelijkse basis een gevoel mee over een product. Een merkbeleving. Waar is de beleving rondom dat stomme stuk reguliere vlees in die plastic verpakking met dat kleine kleefstickertje waarop de ingrediënten vermeld staan: gelukkig staat er nog net in miniatuurletters ’varkensvlees’. Dit is anders met een tomaat. We kunnen toch zien dat het een tomaat is. En dan hebben we nog te maken met de intrinsieke kwaliteit zoals bite, smaak en geur.

De boer staat te ver af van de consument en vice versa. De stedeling is vervreemd geraakt van zijn eigen eten. Wat te doen om de kloof tussen boer en burger te dichten? In ieder geval is de boer en de tuinder eigen ambassadeur. Zeker in eigen omgeving. Maar dan hebben we de stedeling nog niet in de tang.

Daarbij komt dat de stedeling met z’n schizofrene gedrag zorgt voor negatieve marges bij de boer en kweker. De burger wil een tomaatje zonder landbouwgif en een stukje vlees van een dier dat in de modder heeft gerold. Bij de daadwerkelijke aankoop verandert de gemiddelde op duurzaamheid beluste, welwillende burger in een bloeddorstige consument die z’n portemonnee met zijn eigen leven bewaakt: goedkoop is het devies!

Confronteer de consument met z’n burger! Door meer ’boer’ in de supermarkt te laten zien. Door alle verse agroproducten te verbinden met de productiewijze en herkomst. De boer moet letterlijk en figuurlijk een stempel drukken in de supermarkt. We zorgen voor een merk: Label Boer. Een passend ontwerp dat prijkt op alle verpakkingen van ons eten. Tenminste eten van Nederlandse bodem.

Label Boer is ook voor de mainstream, voor regulier, voor gangbaar, voor goedkoop. Waarom niet? Ook deze producten worden met vakmanschap en trots door onze eigen boeren en tuinders geproduceerd.

Nadat Label Boer is geplakt, kunnen we als agrosector gaan communiceren. Op het label staat een website. Deze website is hèt gezamenlijke portaal van de boer voor de burger. Een ontmoetingsplaats waar vragen gesteld worden en beantwoord. Waar beeld meer zegt dan duizend woorden: dus productiewijzen worden middels filmpjes uit de doeken gedaan. Deze website is onderverdeeld in segmenten: varken, kip, ei, groenten, fruit, melk, enzovoort, maar blijft een centraal herkenning– en kennispunt voor de stedeling. Alle bestaande initiatieven: de zichtstallen, agrarische reisbureau, @boerenfluitjes-twitter, enzovoort zijn verbonden aan dit portaal. De agrarische sector wordt één op het worldwide web.

Er zijn veel prachtige landbouwinitiatieven om de burger te bereiken, maar ze zijn versnipperd en opzichzelfstaand. We spreken niet altijd dezelfde taal. Agrocommunicatie is gebundeld en collectief. Samen maken we ook een vuist en zijn we een serieuze partij waar niemand zomaar aan voorbij gaat.

Waarom samenwerking inzake communicatie? Nou, gewoon omdat de burger ook maar één stal ziet of één kas en niet weet wat daar gebeurt. Zitten in die stal nou kippen of varkens? Natuurlijk kent de varkenssector andere problematieken (lees: kansen) vergeleken met de tuinbouwsector. Maar we maken allemaal een hoogwaardig landbouwproduct, veilig en betaalbaar voor die ’supermarktganger’. En dat is onze kracht!

Pascal Philipsen (Eindhoven) is freelance tekstschrijver.

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Een uitstekend idee!

  • no-profile-image

    De op duurzaamheid beluste consument? De consument wil een tomaatje dat zonder landbouwgif is geproduceerd? De consument wil vlees van een dier dat door de modder heeft gerold? Wat een onzin! De consument krijgt dit allemaal opgedrongen. De gemiddelde consument houdt zich hier helemaal niet mee bezig.

  • no-profile-image

    Denk dat er veel waarheid staat in dit artikel.
    Gemiddelde consument is hier helemaal niet mee bezig maar burger wil boer wel allerlei kostprijsvehogende regeltjes opleggen.
    Kritische lezer heeft artikel niet goed begrepen!

  • no-profile-image

    Pascal je idee is goed. Misschein moet de landbouw nog verder gaan en trachten weer natuurlijke producten in de schappen te krijgen. Ik bedoel kippevlees saté moet herkenbaar zijn als vlees maar helaas ze bestaat uit een gemalen en geperste zooi (vergeef me het woord) die het woord vlees niet waard is. Zo liggen de schappen vol met eten, die onherkenbaar zijn als afkomstig van planten of dieren. Overal is een wettelijk minimum hoeveelheid van het duurste ingredient bedacht om nog de naam van dit ingredient te mogen dragen.
    Waarom moet alle voedsel eerst door een fabriek om te voldoen aan door de verwerkers bedachte eisen? bv. Water toevoegen aan vlees, melk ontromen en daarna een afgepaste hoeveelheid vet toevoegen om alles standaard te maken. Natuur is geen standaard en dat zouden we weer duidelijk moeten proberen te maken aan de burger / consument. In zeer veel landen bestaat bv. saté uit echt vlees en is niet duurder dan onze ondefinieerbare blokken aan een stokje. Zo kan ik wel doorgaan. Eén ding is zeker al deze bewerkingen kosten de consument geld en de boer wordt er zeker niet beter van en het eten niet lekkerder en gezonder. Biedt het voedsel aan op de meest natuurlijke wijze, dan is er zeker geen smaak bederf en is het weer te koppelen aan de boerderij en de streek van productie.

Of registreer je om te kunnen reageren.