212 x bekeken

PVV en niet SGP bepaalt succes coalitie

De Eerste Kamerverkiezingen hebben de coalitie geen meerderheid opgeleverd, maar met gedoogsteun van de SGP is de situatie voor premier Rutte zeker werkbaar. Ook op het gebied van landbouw en natuur is er in de Senaat een meerderheid voor de kabinetsplannen. Daarbij geldt één belangrijke aantekening: zodra dierenwelzijn in het geding is, kan de PVV de balans naar links doen uitslaan.

Verkiezingen waarbij je zelf niet hoeft te stemmen; dat lijkt voor een land met een traditioneel lage opkomst als Nederland een uitkomst. Maar de electie van de Senaat, maandag door de Provinciale Staten, heeft het imago van de politiek bepaald geen goed gedaan. Een geheim overleg in het Torentje en schimmige deals tussen de deelnemende partijen leidden tot veel kritiek op de getrapte wijze waarop de Eerste Kamer wordt gekozen. Premier Mark Rutte sprak een aantal dagen voor de verkiezingen zelfs over een ’bizar en uiterst merkwaardig’ systeem.

Toch is hij vooralsnog niet van plan daar wat aan te veranderen. En waarom zou hij ook? Weliswaar slaagden de coalitie- en gedoogpartijen VVD, CDA en PVV er niet in op eigen kracht een meerderheid te bereiken, maar met hulp van de eenmansfractie van de SGP kan de regering voorlopig vooruit: samen beschikken zij over 38 zetels, terwijl de oppositie het met 37 moet doen. Het lijkt er daarmee op dat na de installatie van de nieuwe senatoren in juni de meeste van de plannen van Rutte beide Kamers gemakkelijk zullen kunnen doorstaan.

De analyse dat het kabinet in deze situatie is gegijzeld door ’de verdedigers van lange rokken’, zoals senator Niko Koffeman (Partij voor de Dieren) het omschrijft, snijdt echter geen hout. De gezagsgetrouwe SGP stemt in de meeste gevallen toch wel voor de wetsvoorstellen die uit de ministerraad komen; op veel vlakken sluiten de visies van kabinet en kleinrechts goed op elkaar aan. En waar dat niet het geval is, bijvoorbeeld bij medisch-ethische kwesties, kan de ploeg van Rutte waarschijnlijk op steun van andere fracties rekenen, zoals D66 , Christenunie en Groenlinks.

Wat de landbouw- en natuurdossiers betreft zal er in elk geval geen wisselgeld aan SGP-senator Gerrit Holdijk betaald hoeven te worden. De staatkundig gereformeerden hebben zich de afgelopen jaren in zowel Eerste als Tweede Kamer trouwe bondgenoten getoond van boeren en tuinders; eerst onder aanvoering van Bas van der Vlies en nu met diens opvolger Kees van der Staaij aan het roer. Zo wil de partij Europese inkomenstoeslagen op peil houden, meer geld vrijmaken voor de jongeboerenregeling, de Ecologische Hoofdstructuur verkleinen, en het Natura 2000-beleid afzwakken; daarmee lijken de SGP-wensen sterk op die van het kabinet.

De PVV is een ander verhaal. Ook de ploeg van Geert Wilders heeft de ondernemersbelangen hoog in het vaandel staan en moet weinig hebben van wat zij omschrijft als de ’terreur van ecologen’. Maar de partij heeft óók aandacht voor dierenwelzijn en blijkt vaker dan de coalitiepartners VVD en CDA bereid dit belang op de eerste plaats te zetten. Mede dankzij de tomeloze inzet van het onvermoeibare Tweede Kamerlid Dion Graus stemt de PVV straks waarschijnlijk vóór het verbod op het fokken van pelsdieren en vóór het verbod op de onverdoofd rituele slacht.

Door de verkiezing van tien senatoren uit het kamp van Wilders is in de Eerste Kamer dan ook een diervriendelijke meerderheid ontstaan. Met steun van PVV en Christenunie zijn de linkse fracties straks in staat het staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) op sommige dossiers knap moeilijk te maken.

Vertrekkend CDA-senator en oud-dierenarts Geart Benedictus verlaat zijn zetel dan ook met een ongemakkelijk gevoel. ”In deze situatie is er in de Eerste Kamer een meerderheid voor het landbouw- en natuurbeleid van het kabinet”, zegt hij. ”Maar we zullen nog wel een aantal lastige discussies krijgen, omdat de PVV zich in sommige discussies achter de linkse oppositie schaart. Wat dat betreft ben ik benieuwd hoe het debat over het verbod op de pelsdierhouderij uitpakt.”

Koffeman, wel herkozen, is juist best tevreden met de nieuwe zetelverdeling. Vooral de halvering van het CDA (van 21 naar 11 zetels) is voor hem een geruststelling. ”Dat betekent dat VVD en PVV een grotere stem hebben in de coalitie en ik denk dat die er wat de landbouw betreft frisser in staan”, zegt hij. ”Zij zijn in elk geval niet slaafs aan de bio-industrie. Beide partijen hebben een broertje dood aan landbouwsubsidies, net als wij. Wat het natuurbeleid betreft ligt het natuurlijk anders; dat zal er in deze verhoudingen juist op achteruit gaan.”

Eén van de eerste testcases is het al eerder genoemde nertsenverbod. Indien de Tweede Kamer instemt met de door PvdA en SP voorgestelde invulling van compensatiemaatregelen, waarvoor 28 miljoen euro beschikbaar is, zal de Senaat zich opnieuw over dit wetsvoorstel buigen. In de oude samenstelling was er een patstelling ontstaan doordat de Christenunie, die over de doorslaggevende stem beschikte, maar niet tot een besluit kon komen. Die cruciale rol ligt nu bij de PVV en die partij heeft zich herhaaldelijk nadrukkelijk voor een verbod uitgesproken.

De nieuwe situatie is voor Rutte en Bleker dus werkbaar, maar stevig lobbywerk zal af en toe zeker nodig zijn om het kabinet op de rails te houden. Voetstoets uitgaan van de steun van officieuze (SGP) en officiële (PVV) gedoogpartners is een gevaarlijke strategie. Overigens is het nog maar de vraag hoe lang die laatste partij genegen is om wat dan ook te gedogen. Tijdens het debat over het financieel jaarverslag van het kabinet en de verantwoordingsstukken van de verschillende ministeries wekte Wilders vorige week de indruk weinig trek meer te hebben in samenwerking met VVD en CDA. Als dat klopt en hij daadwerkelijk die beruchte stekker eruit trekt, ontstaat natuurlijk een geheel nieuwe situatie; en dan moeten we wél weer naar de stembus.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.