89 x bekeken

EP in conflict met lidstaten over budgetten na 2013

Het Europees Parlement sprak deze week over het landbouwbeleid en de meerjarenbegroting. De impopulaire boodschap aan de Commissie en de lidstaten: er is meer geld nodig, en veel ook.

In de miljardendans om de nieuwe Brusselse meerjarenbegroting heeft het Europees Parlement (EP) deze week de knuppel in het hoenderhok gegooid: de parlementariërs stellen voor de periode 2014-2020 een stijging voor van 5 procent. De uitgaven aan de landbouw mogen bovendien met geen cent dalen, vinden zij. Het EP ligt daarmee op ramkoers met een groep machtige lidstaten, die juist de kosten flink wil drukken.

Europa is even niet zo populair. De astronomische betalingen aan het noodfonds voor Griekenland dwingen burgers de broekriem nog verder aan te halen dan zij als gevolg van de economische crisis al hadden gedaan. Gevoegd bij de vermeende bemoeizucht van Brussel en hier en daar een fraudegevalletje maakt dat elke regeringsleider die zich op dit moment al te positief over de EU uitlaat zijn partij in de peilingen flink ziet zakken.

Lidstaten als Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië willen daarom dat een eventuele stijging van het budget na 2013 in elk geval onder het inflatieniveau blijft. Ook Nederland is die mening toegedaan. Europa moet zijn ambities maar wat terugschroeven, klinkt het, en zich beperken tot hetgeen noodzakelijk is. De Tweede Kamer vindt zelfs dat nog niet voldoende en eist een absolute in plaats van reële nulgroei. ”Er mag geen euro bij”, verwoordde PvdA’er Ronald Plasterk donderdag de mening van de meerderheid. ”Nul is nul.”

Het EP ziet dat anders. De parlementariërs van bijna alle politieke groeperingen stellen dat uitbreidingen van de EU in 2004 en 2007 (en mogelijk nog een aantal in de nabije toekomst) een budgetstijging noodzakelijk maken. Dat kan ook best, vinden zij, wanneer kortingen aan lidstaten voortaan taboe worden verklaard. Juist vanwege de impopulariteit van Europa voelen die landen er echter niets voor hun voordeeltjes af te staan.

De grootste post op het Europese budget is het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Daar hebben de parlementariërs dan ook uitgebreid over gesproken, met als resultaat het zogeheten Dess-rapport. Hieruit blijkt dat het EP op zijn minst handhaving van het huidige niveau van uitgaven eist, maar liever nog wat extra’s wil. Om de nieuwe uitdagingen voor de sector te financieren en tegelijkertijd een eerlijker verdeling over de oude en nieuwe lidstaten mogelijk te maken, is nu eenmaal veel geld nodig.

Op 29 juni wil de Europese Commissie haar plannen voor de nieuwe begroting presenteren. Over de inhoud valt alleen te speculeren, maar van budgetcommissaris Janusz Lewandowski is bekend dat hij niet bang is de lidstaten voor het hoofd te stoten door meer geld te eisen. Hij deed dit recent bij de begroting voor 2012. Tot grote woede van onder meer Mark Rutte vroeg hij om een stijging van 6 tot 7 procent.

Dat zou betekenen dat de lidstaten twee machtige Europese instituties tegenover zich zullen vinden: het EP en de Commissie. Wie die wil trotseren, moet stevig in zijn schoenen staan. Anderzijds: ook in de Europese politiek geldt dat wie betaalt, bepaalt. En zolang de EU niet over eigen middelen beschikt, trekken de nationale regeringen vaak aan het langste eind.

Of registreer je om te kunnen reageren.