164 x bekeken

Burgerconsument is inconsequent

De burger wil geen megastallen, maar koopt tegelijkertijd als consument wel goedkoop vlees. Dat is niet consequent, meent biologisch boerin Irene van de Voort.

Wat een interessant cijfer: 49 procent van de bevolking wijst megastallen af. Vrouwen meer dan mannen. Als doodgeknuffelde biologische boerin zie ik deze consumenten met volle mond roepen: ”Geen megastallen!” en dan doorslikken. ”Maar wat heeft u daar dan in uw mond, lieve burgerconsument?”, kan ik alleen maar antwoorden.

Straks hoor ik de natuur- en milieuorganisaties alweer roepen dat de supermarkten dit moeten oplossen. Zij zouden alleen ministallen-vlees mogen verkopen. En dan kan ik de reactie van het CBL, het overkoepelend orgaan van de supermarkten, alweer raden. ’Nee, nee, wij bedienen de markt, wij trekken aan duurzaamheid, wij verleiden de consument, maar de consument legt zelf het product in het karretje hoor. De overheid moet het oplossen.’

Maar de Nederlandse overheid kan gelukkig maar beperkt regels opleggen in de markt. Zij kunnen megastallen vlees niet verbieden in de supermarkt.

De megastallen zelf kan de overheid wel verbieden binnen het Nederlandse grensgebied. Maar de import van het megastallenvlees niet. Het vlees blijft gewoon in de supermarkt verkocht worden. Helaas, helaas. Heeft u wel eens een buitenlandse megastal gezien? In Zuid Korea bijvoorbeeld. Bij de laatste MKZ-crisis in Zuid Korea werden de varkentjes daar levend begraven. Persoonlijk vind ik dat we dat in Nederland veel netter doen in onze minimegastalletjes. Maar: eerlijk is eerlijk, goedkoop is het wel, die Zuid Koreaanse productiemethode. Dat vlees ligt voor je het weet hier netjes in bakjes opgestapeld in onze Nederlandse supermarkten.

En de consument kiest. Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: de consument zit aan dit roer. De consument en de burger, dat zijn twee handen op één buik. Die twee handen stoppen eten in één mond. En wat die mond zegt, dat kan soms helemaal niet overeenkomen met wat er in die mond gestopt wordt. De burgerconsument is dus hypocriet. Altijd en altijd kiest hij voor het goedkoopste product. En ja, dan moet je niet vragen uit wat voor stal dat komt...
Eerlijk gezegd denk ik maar een ding: burgerconsumenten zijn net varkens, wat je ze in de bak gooit, vreten ze op.

Bovendien ben ik gehecht aan mijn megastalbuurman. Scharrel, ook nog. Samen drinken we vaak gemoedelijk een biertje. Honderd keer liever met hem, dan met zo’n hypocriete burgerconsument die alles beter weet, maar eigenlijk helemaal niet weet wat hij doet. Pas als de consumptie van biologisch vlees ook naar 49 procent gaat, praten we weer verder. Voorlopig ligt de consumptie van biologisch vlees op minder dan 1 procent. Onze biologische koeien gaan weg voor de gangbare slacht. Het vlees wordt niet biologisch verkocht. Geen markt voor. Omdat burgerconsumenten het te duur vinden. Trutten.

Irene van de Voort is biologisch boerin in Lunteren en lid van de ledenraad van Biohuis

Of registreer je om te kunnen reageren.