247 x bekeken

PVV wint, maar staat overal aan de zijlijn

De provinciale verkiezingen betekenden een flinke overwinning voor de PVV. Toch neemt die partij slechts in één provincie deel aan het college van Gedeputeerde Staten. Verliezer CDA daarentegen zit als vanouds weer bijna overal aan de knoppen. Wat de uitslag betekent voor de samenstelling van de Eerste Kamer hangt af van de onderhandelingen over reststemmen.

De provincies zouden worden opgeschud, bevrijd van corruptie en teruggegeven aan de hardwerkende inwoners. Met die beloften zorgde de PVV op 2 maart voor een aardverschuiving in de regionale politieke verhoudingen. Landelijk gezien kreeg de partij, die voor de eerste keer deelnam aan de provinciale verkiezingen, ruim 12 procent van de stemmen. Dat is maar net iets minder dan het CDA, dat opnieuw een dreun kreeg en terugzakte van 25 naar krap 14 procent.

Nog geen maand later kan worden vastgesteld dat de PVV er nauwelijks in is geslaagd die mooie voornemens om te zetten in concrete beleidsplannen; bij nagenoeg alle coalitie-onderhandelingen staat de partij buitenspel.

Natuurlijk, de gesprekken zijn nog niet afgerond en tot die tijd blijft alles mogelijk. Onderhandelingen kunnen stuklopen op specifieke breekpunten, of de personele invulling van de colleges. Maar zoals het er nu naar uitziet, is alleen in Limburg, de heimat van oprichter Geert Wilders, deelname van de PVV aan Gedeputeerde Staten verzekerd. Onder leiding van lijsttrekker Laurence Stassen wordt daar gewerkt aan een college met VVD en CDA, dezelfde samenstelling dus als in Den Haag.

Hoe anders liggen de kaarten voor die laatste partij. Na de desastreus verlopen Tweede Kamerverkiezingen in juni, die de aanleiding vormden voor het vertrek van een gehavende premier Balkenende, kregen de christendemocraten begin maart opnieuw klop. Overijssel is de enige provincie waar zij nog de grootste zijn en ook daar gingen zes van de zeventien zetels verloren.

En toch zitten de bestuurders van het CDA ook de komende jaren bijna overal weer op het pluche. In tenminste negen en zeer waarschijnlijk zelfs tien van de twaalf provincies wordt gekoerst op een college mét het oude vertrouwde CDA. Omdat in Drenthe de partij toch al niet aan de knoppen zat, verdwijnt zij waarschijnlijk alleen in Groningen uit het centrum van de macht.

Hogeschoolpolitiek
Wat is nu de oorzaak van dit bijzondere – en volgens sommige niet al te fraaie – staaltje van hogeschoolpolitiek? In veel provincies is de VVD de grootste geworden en die partij lijkt weinig moeite te hebben met samenwerking met de PVV. Immers, Wilders is zelf een kind van de liberale schoot en heeft zich bovendien in Den Haag een geloofwaardige gedoogpartner getoond. Het vinden van een derde partner, vaak noodzakelijk om aan een meerderheid te geraken, is echter een heel ander verhaal.

De eerste die in beeld komt, is, ondanks het forse verlies, het CDA. Electoraal liggen de christendemocraten nu niet zo goed in de markt, maar bestuurders van CDA-huize gelden als ervaren, betrouwbaar en stabiel. Er is echter één probleem: in tegenstelling tot de VVD en de eigen landelijke partijtop voelen de provinciale afdelingen er weinig voor om met de PVV in zee te gaan.

In een gesprek met De Volkskrant stelt lijsttrekker Marianne Luyer dat de partij van Wilders ”met haar pleidooien tegen hoofddoekjes en halal-eten in het provinciehuis” te ver van het CDA af staat. ”Daar herkennen wij ons niet in.” In het artikel keert de Overijsselse gedeputeerde Theo Rietkerk zich tegen datzelfde anti-islamprogramma. ”Dat staat haaks op onze ideeën over godsdienstvrijheid”, zegt hij.

Andere fracties koesteren zo mogelijk nog minder liefde voor de PVV. Voor partijen als D66, Groenlinks en PvdA is samenwerking met de club van Wilders onbestaanbaar. De liberalen hebben daardoor weinig keuze. Hen rest geen andere mogelijkheid dan de PVV te passeren ten gunste van het CDA, waarmee de linkse fracties doorgaans een stuk gemakkelijker door één deur kunnen. In onder meer Noord-Brabant, Utrecht en Gelderland ging het precies zo, met als resultaat dat Wilders bijna overal aan de zijnlijn staat.

De positie van de PVV lijkt daarmee sterk op die van de SP vier jaar geleden. Bij de provinciale verkiezingen in 2007 boekten de socialisten een eclatante overwinning en verviervoudigde bijna het aantal zetels in de staten. In geen enkele provincie echter slaagde de SP erin dat succes te verzilveren in deelname aan colleges.

In tegenstelling tot de toenmalige SP-leider Jan Marijnissen zal Wilders er niet van wakker liggen. Elke deelname aan een provinciaal bestuur verhoogt immers het afbreukrisico voor de partij.
In de eerste maanden na de Tweede Kamerverkiezingen, waar de PVV ook flink won, bleek al hoe moeilijk het is voor Wilders om geschikte kandidaten te vinden. Een tijd lang raakte bijna dagelijks één van zijn secondanten in opspraak wegens bedreiging, oplichting of geweldpleging. Kamerlid James Sharpe voelde zich hierdoor gedwongen op te stappen. Overigens keert hij binnenkort mogelijk terug, omdat zijn oud-collega Roland van Vliet waarschijnlijk gedeputeerde in Limburg wordt en daarom zijn zetel zal opgeven.

Daar komt nog eens bij dat de provincies, na wellicht de waterschappen, de minst zichtbare bestuurslaag voor burgers vormen. Kiezers zijn amper geïnteresseerd in wat er op de provinciehuizen gebeurt en baseren hun keuze bij verkiezingen vooral op de verrichtingen van de verschillende partijen in de landelijke politiek.

Voor de PVV-achterban geldt dat nog eens versterkt, omdat het debat over de islam vooral aan het Binnenhof wordt gevoerd en niet in pakweg Haarlem, Utrecht of Arnhem.

Voorproefje
Waar Wilders wél in is geïnteresseerd, is een stevige voet aan de grond in de Eerste Kamer. Op 23 mei kiezen de Provinciale Staten in een geheime stemming de leden van de Senaat. Daarbij staat veel op het spel. De drie partijen die samen de landelijke coalitie vormen – VVD, CDA en PVV – is er alles aan gelegen een meerderheid te behalen om te voorkomen dat elk plan van het kabinet in de Eerste Kamer sneuvelt. Met de recent aangenomen (maar nog niet uitgevoerde) motie tegen de bezuinigingen op de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) hebben zij daar alvast een voorproefje van gekregen.

Of dit gaat lukken, blijft tot op het laatste moment spannend. Volgens de meest recente berekeningen staat de coalitie op 37 zetels, één te weinig voor een meerderheid. Maar achter de schermen wordt nog volop onderhandeld om de reststemmen te gelde te maken.
Zo sloten Jan Nagels 50plus en de Onafhankelijke Senaatsfractie (OSF) deze week een akkoord dat die laatste partij aan zetel kan helpen. De OSF (vertegenwoordiging van verschillende provinciale partijen) kreeg bij de verkiezingen net te weinig stemmen voor een plekje in de Eerste Kamer, terwijl 50plus tekort kwam voor een tweede senator. Volgens de gemaakte afspraken stemt in mei een aantal statenleden van de partij van Nagel op de OSF.

Overigens is niet iedereen binnen die laatste partij gelukkig met de samenwerking; voorzitter van de Statenfractie van de Partij voor Zeeland Johan Robesin heeft aangekondigd op 23 mei op de PVV te zullen stemmen.

Van doorslaggevende betekenis kan de opstelling van de SGP zijn. Die partij, met één zetel, geldt als regeringsgezind en zal de coalitie mogelijk gedogen. Als Rutte erin slaagt goede afspraken met de SGP te maken, heeft hij zijn meerderheid.

Maar dat lijkt simpeler dan het is. Want de kleine christelijke partij kan ook nog besluiten haar reststemmen aan een andere fractie te gunnen. Het meest in aanmerking komen dan het CDA (coalitie) en Christenunie (oppositie). Daarnaast kunnen ook nog andere partijen de SGP aan een extra senator helpen. Zoals het er nu naar uitziet, gaat de zetel die daarmee wordt gewonnen ten koste van de PVV.

CDA, Christenunie en SGP hebben inmiddels samen om tafel gezeten. Uit de gevoerde gesprekken valt af te leiden dat het onwaarschijnlijk is dat de twee kleinste fracties een gezamenlijke lijst zullen opstellen, zoals zij in het verleden wel eens hebben gedaan. Volgens de Christenunie zou dat voor de achterban verwarrend kunnen zijn.

Dat wil echter niet zeggen het niet tot samenwerking zal komen. Volgens oud-partijvoorzitter van de SGP Wim Kolijn wordt er volgende week opnieuw gesproken. Zelf geeft hij de voorkeur aan het CDA, omdat een groot deel van de SGP liever op de coalitie zou stemmen.

Dikke streep
Wat betekenen al deze politieke machinaties voor het landbouwbeleid van de komende jaren? Los van het feit dat dit grotendeels in Brussel wordt bepaald (in oktober komt Eurocommissaris Dacian Ciolos met zijn plannen voor de jaren na 2013), zet het huidige kabinet sterk in op economische levensvatbaarheid en wordt natuur op het tweede plan geplaatst. Hoewel de invulling van dat laatste beleidsterrein formeel de bevoegdheid is van de provincies, worden in Den Haag de facto de besluiten genomen; daar staat immers de geldkraan (die staatssecretaris Henk Bleker van landbouw tot grote onvrede van diezelfde provincies overigens heeft dichtgedraaid). En omdat in de meeste provincies VVD en CDA aan de macht blijven, traditioneel boervriendelijke partijen, zal de sector niet ontevreden zijn met de voorlopige resultaten van de coalitie-onderhandelingen.

Met betrekking tot de Senaat ligt dat iets anders. Indien het kabinet er niet in slaagt daar een meerderheid te verkrijgen, wat dus niet ondenkbaar is, gaat er door heel veel plannen en bezuinigingen een dikke streep. De EHS wordt dan uitgevoerd zoals gepland, aan Natura 2000 wordt niet getornd en de Crisis- en herstelwet wordt geschrapt. Maar als dat werkelijk de uitkomst van de stemming op 23 mei is, ontstaat er zeer waarschijnlijk een geheel nieuwe situatie; dan liggen Tweede Kamerverkiezingen in het verschiet.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.