Redactieblog

652 x bekeken

Fidin tegen verbod op antibiotica

De diergeneesmiddelenbranche is tegen een verbod op hoogwaardige antibiotica.

Het lijkt logisch: verkoop van middelen is in hun belang. Politiek lijkt het niet verstandig om deze visie te uiten, nu de problemen zo groot zijn. Fidin denkt hier anders over. ”Wij zijn ook voor reductie van het antibioticagebruik.”

De rol van de diergeneesmiddelenindustrie in het antibioticavraagstuk is lange tijd op de achtergrond gebleven. Het was vooral een discussie over de dierenarts en de veehouder. Recent mengde ook de brancheorganisatie voor producenten en importeurs van diergeneesmiddelen, Fidin, zich in de discussie.

De organisatie is tegen een verbod op derde en vierde generatie cefalosporinen en fluorquinolonen. Het lijkt politiek gezien een onhandige stap: het antibioticagebruik in de veehouderij is in Nederland hoog ten opzichte van de rest van Europa. De doelstelling van halvering van het gebruik voor 2013 lijkt nog lang niet in zicht. Daarnaast blijkt uit de recente Maran-rapportage dat de resistentievorming zeker niet afneemt.

Fidin staat achter de doelstelling om het antibioticagebruik in de veehouderij te verlagen. ”Maar een verbod op bepaalde typen antibiotica is daarvoor geen oplossing. Deze middelen zijn niet alleen voor de volksgezondheid belangrijk, ook in de diergeneeskunde vormen ze een laatste redmiddel. De mogelijkheid om deze middelen in uitzonderlijke omstandigheden in te zetten moeten we niet wegnemen”, vindt Frederik Schutte van Fidin. ”We moeten de middelen wel zeer prudent inzetten.”

De brancheorganisatie is ook tegen een verbod op gemedicineerd voer. ”In sommige gevallen is dit echt de beste oplossing. Als meerdere dieren in een koppel ziek zijn, weet je bijna zeker dat de rest het ook krijgt. Koppelbehandeling is dan de beste weg. Drinkwatermedicatie is niet altijd mogelijk. Bij gemedicineerd voer weet je dat de dosering goed is. Bij zelf inmengen van het medicijn in het drinkwatersysteem op het bedrijf weet je nooit zeker of alle dieren ook de juiste hoeveelheid medicatie binnen krijgen.”

In de diergeneesmiddelenbranche is de laatste jaren een sterke toename geweest van het gebruik van vaccins. ’Er zijn vaccins ontwikkeld die het antibioticagebruik doen verminderen. Denk maar aan het circo-vaccin in de varkenshouderij. Tegen deze ziekte werd in het verleden veel antibiotica ingezet. Nu er een effectief vaccin is, hoeft er minder behandeld te worden”, legt Schutte uit.

De ontwikkeling van diergeneesmiddelen is echter tijdrovend en duur. Met name de registratieprocedure kost veel tijd en geld. ”Zeker voor relatief beperkte markten, waar we in de veehouderij over spreken, is het voor diergeneesmiddelenproducenten niet altijd economisch aantrekkelijk om een nieuw middel, zoals een vaccin te ontwikkelen”, legt Björn Eussen van Fidin uit. ”De bedrijven kunnen de kosten gewoonweg niet of niet eenvoudig terugverdienen. Een verbod op producten leidt er bovendien toe dat de bereidheid om te investeren in productontwikkeling wordt weggenomen. De bedrijven die diergeneesmiddelen produceren zijn vaak gespecialiseerd in een speciale tak: ze doen overwegend óf vaccinproductie, óf productie van antibiotica en ontwormmiddelen. ”Het argument om geen vaccin te produceren omdat je als bedrijf dan mogelijk minder antibiotica verkoopt gaat dus niet op”, zegt Schutte.

Voor antibiotica geldt dezelfde lange toelatingsprocedure als bij vaccins. Bij de ontwikkeling van een nieuw type antibiotica geldt een dossierbescherming van tien jaar. Daarna is iedereen vrij om het na te maken. Dat gebeurt ook op grote schaal door de zogeheten generieke bedrijven. Bij vaccins gebeurt dat niet, omdat deze techniek heel anders is. Bovendien moeten vaccins regelmatig aangepast worden omdat de ziektekiem waartegen het werkt ook verandert.” De marges die verdiend worden op vaccins zijn ook veel hoger dan bij de generieke antibiotica.

Reductie van het gebruik van antibiotica in Nederland moet volgens Fidin vooral gebeuren door zeer nauwkeurig voorschrijven en een strenge controle daarop. ”Het gebruik in Nederland lijkt hoog ten opzichte van andere landen in de EU. Maar als je het vergelijkt met specifieke gebieden in Spanje, Frankrijk, Italië en Duitsland met een vergelijkbare veedichtheid doen de Nederlandse veehouders het helemaal niet zo slecht”, zegt Schutte. In Denemarken wordt desondanks aanmerkelijk beter gepresteerd. ”Daar is de veehouderij anders georganiseerd en bovendien controleert de overheid het gebruik veel strikter”, zegt Schutte. Goed toezicht is volgens de brancheorganisatie ook voor Nederland de beste oplossing voor het waarborgen van verantwoord antibioticagebruik.

”Nauwkeurig voorschrijven door dierenartsen en dit ook goed controleren. Dat is de weg”, zegt Fidin.

Of registreer je om te kunnen reageren.