Redactieblog

288 x bekeken

Bestuurlijk eigenbelang

Bij het ontstaan van LTO Nederland ging het om het pluche.

Een poosje geleden is een boek uitgekomen over de eerste tien jaar van LTO Nederland. Het Groene Front Voorbij heet het, geschreven door historicus Daniël Broersma en uitgekomen bij Nahi. In het boek legt Broersma uit waarom LTO Nederland ontstaan is, en waarom het in de eerste jaren zo mis ging. Herinnert u zich de janboel nog? Het Landbouwschap werd opgeheven, regionale landbouwclubs fuseerden alle kanten op, LTO werd opgericht, gekanteld en teruggekanteld, er werd geknokt om bestuurszetels, NVV en Glaskracht werden opgericht en Wien van den Brink kwam op en ging onder.
‘Achteraf kijk je een koe in kont’, luidt een boerengezegde. Toch valt er veel te leren uit het pijnlijke ontstaan van LTO. Het boek maakt duidelijk dat er in 1995 helemaal geen behoefte was aan een sterke landelijke boerenorganisatie. De omstandigheden waren veranderd. De belangen van de sectoren en de regio’s liepen zover uit elkaar dat een kleine landelijke groep voldoende was geweest om de beperkte gezamenlijkheid uit te dragen. De rest konden de regio’s en de sectoren veel beter zelf doen.
De geschiedschrijving toont twee dingen. De eerste is dat men er tien jaar over heeft gedaan om erachter te komen dat de belangen inderdaad steeds verder uiteen liepen. Glastuinbouwers, varkenshouders en zetmeel-aardappeltelers hadden nauwelijks nog iets gemeenschappelijks. De een had belang bij strenge milieuregels, de ander had er last van. De een wilde steun van Brussel, de ander een vrije wereldmarkt. Het laat zien dat het voor veel spelers van het spel ging om het pluche, om bestuurszetels, om macht. Onderling vertrouwen was ver te zoeken. Daarom werd eindeloos gesteggeld over zetelverdelingen, over poppetjes, over geld en vermogen. Dat men elkaar niet vertrouwde had weer te maken met het ontbreken van een gemeenschappelijk belang. En zo is het ook vandaag nog. Leerzaam, zo’n boek, ook voor de huidige boerenbestuurders.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.