Redactieblog

287 x bekeken

Vaccinatie spaart de dieren, maar afzet blijft bron van zorg

Grijpers, rood-witte linten, huilende boeren en mensen in witte pakken. In 2001 werd op 26 bedrijven in Nederland mond- en klauwzeer vastgesteld. Meer dan 270.000 dieren werden geruimd. De kans dat de ziekte uitbreekt is in tien jaar tijd niet veranderd. Het beleid is wel aangepast: de ziekte zal niet meer met massale ruimingen worden aangepakt, maar met vaccinatie. Over de afzet van producten van gevaccineerde dieren zijn echter nog geen harde afspraken gemaakt.

Stel dat het mond- en klauwzeervirus nu Nederland binnenkomt op dezelfde manier als tien jaar geleden, zou een uitbraak dan hetzelfde verlopen? Als het antwoord ja zou zijn, dan hebben we de afgelopen jaren niets geleerd, stelt de hoogste veterinair ambtenaar Christianne Bruschke van het ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie (ELI).

De dreiging van een uitbraak is altijd aanwezig en als het virus komt, dan meestal anders dan verwacht en zeker anders dan de vorig keer. Er zijn lessen getrokken uit de crisis van tien jaar geleden. Een uitbraak zal nu anders verlopen dan toen.

Helmut Saatkamp, universitair hoofddocent Economie van Dierziekten aan Wageningen Universiteit, stelt dat de kans op een uitbraak klein is. ”De veehouderij is de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd. Bedrijven zijn groter en er is veel meer aandacht voor hygiëne dan in het verleden. Bij de bouw van nieuwe bedrijven wordt veel rekening gehouden met hygiëne en diergezondheid”, zegt Saatkamp. Het aantal veebedrijven is in Nederland sterk afgenomen, terwijl de omvang van de bedrijven fors is toegenomen. Dit is gunstig voor dierziektebestrijding.

De professionalisering is ook in het veetransport doorgevoerd. ”Daar vormde een groep kleine transporteurs het grootste risico op de insleep van dierziekten. Bij de ontwikkeling van deze sector blijven vrijwel alleen goede bedrijven over, die hygiënisch handelen”, zegt Saatkamp.

Veetransport groot risico
Veetransport vormt het grootste risico op insleep van ziekten. ”We hebben in Europa een goed controlesysteem voor de internationale veehandel. Landen moeten op elkaars controlesysteem kunnen vertrouwen, daarom moet het goed zijn. In combinatie met een goede controle aan de buitengrens van de EU en een nauwkeurige registratie en traceerbaarheid van de transporten kan het risico beperkt blijven”, zegt MKZ-specialist Aldo Dekker van het Centraal Veterinair Instituut (CVI) van Wageningen UR. Het reinigen en ontsmetten van vrachtwagens die leeg terugkomen na export en eventueel binnenlandse transporten in het land van bestemming is hierbij ook heel belangrijk, benadrukt Dekker.

Na veetransporten vormt het voeren van etenswaren aan varkens een groot risico op MKZ, zegt directeur André Bianchi van het CVI. ”Deze swillvoedering is in de jaren 80 in Nederland verboden. De uitbraak in Engeland in 2001 is hoogstwaarschijnlijk veroorzaakt door swill die niet voldoende was verhit”, zegt Bianchi.

Ondanks de geringe kans op een uitbraak, bereidt de agrarische sector zich erop voor. Recent hield LTO Nederland een oefening waarin de crisissituatie tijdens een MKZ-uitbraak werd gesimuleerd. Geoefend werd hoe de organisatie zich richt op haar kerntaken: communicatie naar de leden, ondersteunen van de leden die getroffen zijn en overleg met de overheid en het bedrijfsleven.
Het bedrijfsleven bereidt zich ook voor. Zo heeft vleesconcern Vion noodprocedures klaarliggen die regelmatig worden getest en zijn er met afnemers afspraken voor continuïteit van levering. Het ministerie van ELI en diergezondheidscentra hebben eveneens draaiboeken gereed liggen.

Mocht het virus opnieuw opduiken in Nederland, dan zal de aanpak anders zijn. ”Een uitbraak van mond- en klauwzeer als in 2001, of van varkenspest zoals in 1997 zullen we niet meer meemaken”, zegt Bruschke. Dat heeft te maken met een aantal factoren: de vaststelling van de ziekte gaat sneller, de tracering van verdachte bedrijven gaat sneller en het belangrijkste verschil bij de bestrijding: er zal een vaccin worden ingezet. Bruschke zegt dat de bewustwording zowel bij veehouders als bij dierenartsen groter is. Er komen veel meer signalen dat er mogelijk iets aan de hand is. Dat betekent dat een verdenking ook sneller gemeld zal worden. ”Alles staat of valt met de eerste melding.”

Uit recent onderzoek blijkt dat veehouders en dierenartsen uit schaamte en schuldgevoel een verdenking niet altijd direct melden. Ook zijn ze bezorgd over de gevolgen van een melding. Aldo Dekker: ”Door de snelle PCR-test weten we binnen 24 uur of een bedrijf besmet is of niet. Daardoor hoeft een veehouder niet meer te vrezen voor een lange bedrijfsblokkade.”

LTO Nederland vindt dit heel belangrijk. ”De basis van dierziektebestrijding is vroege detectie”, vindt de organisatie, die vindt dat er geen drempel mag zijn voor meldingen van verdenkingen. Saatkamp heeft het gevoel dat veehouders op dit vlak nu meer het sectorbelang inzien dan tien jaar geleden, waardoor ze eerder geneigd zijn om het te melden.

Bewindspersoon bellen
Is er een besmetting vastgesteld, dan gaat Nederland 72 uur op slot. Vervoer van landbouwhuisdieren en dierlijke producten is dan verboden, legt Christianne Bruschke uit.
”Het eerste wat ik doe na het bericht van het CVI dat er een besmetting is? Dan bel ik de bewindspersoon en de secretaris-generaal – de baas van het ministerie. Op dat moment ligt de regelgeving al klaar om Nederland voor 72 uur op slot te zetten. Na de formele besmetverklaring duurt het niet meer dan een half uur tot die beslissing is afgekondigd. Zo’n standstill wordt meteen van kracht, zodat veehouders niet de kans hebben nog met dieren te gaan slepen. Dat geeft ons de tijd om de situatie te beoordelen en zorgt er bovendien voor dat de ziekte zich niet verder verspreidt. We kunnen het besmette bedrijf ruimen en de bedrijven in een straal van één kilometer eromheen, inclusief de gevaarlijke contactbedrijven daarbuiten”, zegt Bruschke.

Hobbydieren worden niet geruimd, omdat uit epidemiologisch onderzoek is gebleken dat die dieren geen bijdrage leveren aan de verspreiding van de dierziekte. Dat geldt overigens niet voor besmette hobbydieren, en ook niet voor hobbymatig gehouden veestapels, die kunnen worden aangemerkt als een bedrijf.

De periode van standstill wordt ook gebruikt om na te gaan of er risicotransporten zijn geweest en waar die naartoe zijn gegaan. ”De risico-analyses die we nu hebben geven ons veel meer informatie dan we in 2001 hadden”, zegt Bruschke.

Nederland is ingedeeld in meer dan twintig zones. Bij een uitbraak wordt Nederland aan de hand van die zones opgedeeld in een besmet gebied en in vrije gebieden. Binnen het gebied waar de ziekte heerst gelden strengere beperkingen dan daarbuiten. Eventueel vervoer van vee of dierlijke producten – voor zover dat binnen de regels is toegestaan – kan alleen binnen de aangewezen zones en niet van de ene zone naar de andere.

Belangrijk verschil tussen een uitbraak nu en de uitbraak in 2001 zal de inzet van het MKZ-vaccin zijn. Na 72 uur wordt er niet meer preventief geruimd, maar gevaccineerd. In overleg met het CVI en het referentielaboratorium in Pirbright wordt bepaald welk type vaccin nodig is, waarna farmaceutisch bedrijf Merial in Lelystad het vaccin gaat produceren. Binnen 48 uur liggen de eerste kwart miljoen doses klaar, 48 uur later opnieuw een kwart miljoen en in de vier dagen daarna nog eens een half miljoen. Tegelijk wordt het vaccinatieplan ter goedkeuring bij de Europese Commissie ingediend.

Dat plan ligt nu al klaar, het is een kwestie van invullen waar de vaccinatie wordt toegepast. De vaccinatie kan binnen drie dagen na de uitbraak beginnen. Het grote verschil met 2001: het is vaccinatie voor het leven. Tien jaar geleden waren gevaccineerde dieren ten dode opgeschreven.

Vernietiging is niet uit te leggen
Aan vaccinatie zit een keerzijde. De gevaccineerde dieren zullen het land niet uit mogen en na de slacht zullen de producten ervan slechts onder bepaalde voorwaarden de binnenlandse markt op mogen. Hierover wordt veel gesproken in de sector, maar harde afspraken zijn nog niet gemaakt. Vleesconcern Vion: ”De overheid, vleessector, supermarkten en industrie staan achter de vaccinatie en hebben zich bereid verklaard dit vlees gewoon af te nemen en aan te bieden. Het is een goed voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het is niet uit te leggen om dit vlees te vernietigen.”

”Er is helemaal niets mis met de producten van gevaccineerde dieren. Maar het is de beleving van de consument. Voor de afzet van vers vlees kan dat een probleem zijn”, legt Saatkamp uit.
Hij ziet wel mogelijkheden om de producten verder te verwerken, waardoor de acceptatie groter wordt. Zo eten mensen tijdens een dioxinecrisis geen eieren meer, maar nog wel cake. ”Dat heeft wel een waardevermindering tot gevolg”, aldus Saatkamp. Deze waardevermindering zal op het bordje van de boer en de andere ketenpartijen komen. LTO Nederland staat hier kritisch in. ”We moeten hoe dan ook voorkomen dat de individuele veehouders de dupe wordt van de enting.”
Het vlees van de gevaccineerde dieren moet gekanaliseerd verhandeld worden, in verband met de traceerbaarheid. Een belangrijke rol daarin speelt vleesconcern Vion. Een woordvoerder van het bedrijf zegt dat Vion productstromen in principe kan kanaliseren. ”Maar het moet wel een logisch doel dienen. Het onderscheid tussen niet-gevaccineerd vlees en gevaccineerd vlees doet niet ter zake.”

Logistiek probleem
De kanalisatie vraagt ook extra werk bij de handel in levend vee. Een groot deel van de Nederlandse biggenproductie wordt geëxporteerd. Hiervan zal een deel in Nederland moeten blijven en biggen die normaal bestemd zijn voor de binnenlandse markt gaan naar het buitenland.
De kanalisering van gevaccineerd vee is een groot logistiek probleem. Piet Thijsse van de Nederlandse Bond van Handelaren in Vee (NBHV) zegt dat Nederland groot is in de export van levend vee. Hij vraagt zich af hoe hard de afspraken in Europa zijn, als MKZ uitbreekt.
”Als in Zeeland een besmetting is en heel Nederland wordt platgelegd, wordt het natuurlijk heel lastig. Maar ook als we gaan zoneren in een gebied met veel varkens, moet ik nog zien hoe we dat oplossen. En kunnen we dan werkelijk vanuit de rest van Nederland nog exporteren? We hebben binnen Europa wel afspraken gemaakt, maar zodra ergens een ziekte uitbreekt, rekt iedereen de grenzen op. Dat doen we zelf ook, zie wat er gebeurt met de uitbraak in Bulgarije. Ik moet nog zien hoe hard die afspraken blijken te zijn als het moment daar is.”

Veel hangt af van de reactie op de markt. Zuivelproducten van gevaccineerde dieren zijn niet te onderscheiden van producten van niet geënte dieren. Maar het kan zomaar zijn dat belangrijke handelspartners restricties opleggen aan de export van Nederlandse producten. ”De reactie van de zuivelindustrie hangt voor een groot deel af van de reactie van de markt. Er is geen reden om melk van gevaccineerde dieren apart te gaan behandelen en dat zullen we dan ook niet doen”, zegt een woordvoerder van de Nederlandse Zuivel Organisatie (NZO). De zuivelindustrie is niet bang voor een uitbraak, maar blijft uiteraard wel altijd alert.

Uitbraak 2001: best-case scenario
In 2001 bedroeg de schade van de MKZ-crisis ongeveer een miljard euro. Dat is een berekening voor de hele sector, inclusief bijvoorbeeld het toerisme. Of de schade bij een nieuwe uitbraak hoger of lager is, is moeilijk in te schatten. Dat is afhankelijk van de omvang van de uitbraak.
”De snelheid van detectie en bestrijding spelen een grote rol. De snelheid waarmee de veehouder de ziekte meldt is van essentieel belang. De uitbraak van 2001 was een soort best-case scenario: door de uitbraak in Engeland waren we in Nederland extra alert, waardoor er heel snel gehandeld is. In een maand tijd was de ziekte na 26 besmette bedrijven onder controle, in Engeland heeft dat een half jaar geduurd met meer dan zeshonderd besmette bedrijven”, vindt Saatkamp.
De schade per getroffen bedrijf zal door de toegenomen omvang nu groter zijn dan in 2001. ”De schade voor de boer geldt vooral de periode dat het bedrijf stil ligt. Eventueel geruimde dieren worden vergoed. De financiële positie van het bedrijf is bepalend of het de periode van leegstand kan overbruggen”, legt Saatkamp uit.

De grootste invloed op de schade heeft de afzet van gevaccineerd vlees. ”Als de waarde van deze producten ernstig wordt verlaagd omdat ze niet voor de normale waarde kunnen worden verkocht, loopt de schade snel op.”

De gevolgen voor verwerkende bedrijven zijn moeilijk in te schatten. ”Bedrijven werken tegenwoordig internationaal, dus de uitval van binnenlandse productie kan worden ingevuld met buitenlandse productie. Daarnaast zullen de prijzen in het buitenland stijgen, waar de bedrijven op concernniveau een graantje van kunnen meepikken”, aldus Saatkamp.

Ziektebestrijding met inzet van het vaccin heeft een ander nadeel ten opzichte van ruimingen: Nederland zal langer moeten wachten tot er weer een MKZ-vrije status is. Zou de ziekte door middel van stamping out (ruimingen) bestreden worden, dan zou Nederland drie maanden na de laatste screening weer vrij verklaard worden van MKZ. Bij de inzet van vaccin duurt dat zes maanden. Dat betekent dat Nederland zes maanden lang de dierlijke productie uit het besmette gebied zelf moet verwerken. Dat is een logistiek probleem, waarvoor de oplossing nog niet helemaal is uitgekristalliseerd.

Houding van Rusland
Als Nederland weer vrij is van de ziekte, is de afzet van dierlijke producten binnen de Europese Unie weer vrij. Of landen buiten de Europese Unie zich ook weer openstellen voor Nederland is dan een kwestie van onderhandelen. Dat niet elk land zich houdt aan de standaarden van de internationale organisatie voor diergezondheid (OIE) blijkt uit de houding die Rusland inneemt naar aanleiding van een geval van laagpathogene aviaire influenza in Deurne. ”Dan zal ik moeten onderhandelen om weer toelating te krijgen”, zegt Bruschke.

MKZ blijft wereldwijd aandacht vragen

MKZ is sinds 2005 twee keer in Europa opgedoken: in 2007 lekte het virus uit een laboratorium in het Engelse Pirbright, waardoor enkele bedrijven besmet raakten. Recent brak het virus uit in Bulgarije, vermoedelijk via wilde zwijnen uit Turkije. De situatie lijkt nu onder controle.

Wereldwijd komt MKZ nog veel voor. In 2011 zijn er nieuwe infecties met mond- en klauwzeer gemeld in veertien landen. Het virus is met name actief in Afrika en Oost-Azië. Nieuwe uitbraken op het Afrikaanse continent, in Angola, Botswana, Libië, Zuid-Afrika, Mozambique en Zimbabwe, zijn vooral het gevolg van illegaal transport van vee. In delen van Afrika wordt structureel preventief gevaccineerd tegen MKZ.

In gebieden waar niet wordt gevaccineerd, duikt het virus af en toe op. In Azië zijn grote problemen in Zuid-Korea, Noord-Korea en China. De beschikbare informatie uit China en Noord-Korea is beperkt. In Zuid-Korea zijn 150.000 runderen en 3,3 miljoen varkens geruimd. Dat is bijna een kwart van de totale veestapel. MKZ brak op 147 bedrijven uit. Vorig jaar had Japan grote problemen het virus te bedwingen. 291 bedrijven raakten besmet, 300.000 dieren zijn geruimd.

Tegen MKZ is een effectief vaccin beschikbaar. In veel landen in Afrika en Azië wordt routinematig gevaccineerd tegen het virus. In Europa, Noord-Amerika en grote delen van Zuid-Amerika is preventieve vaccinatie verboden. Ook landen in Azië die actief zijn op de wereldmarkt vaccineren niet. Het non-vaccinatiebeleid heeft vooral economische belangen: zo is zichtbaar dat de dieren niet geïnfecteerd zijn.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.