267 x bekeken 1 reactie

Tuinbouw ziet belang buitenlands personeel onvoldoende

De tuinbouw en de politiek zien het belang van buitenlands personeel onvoldoende, vindt Aad Vijverberg. Ze lijken zich zelfs van hen af te keren, terwijl onder die groep juist geschikte arbeidskrachten voor de tuinbouw zijn.

Een tuinbouwgebied – en zeker een glastuinbouwgebied – werkt min of meer als een stad. Groeiende werkgelegenheid in een stad of in een tuinbouwgebied trekt mensen van elders aan. De agrarische sector trekt meestal mensen aan die uit min of meer geïsoleerde landbouwgebieden komen. Die mensen kennen het agrarisch bestaan van huis uit en zijn daarom in de (glas)tuinbouw veel kansrijker dan mensen uit de stad: de mensen die in de politiek de ’kansrijke’, immigranten genoemd worden.

Die laatste zijn veelal goed opgeleid en zullen zich in onze maatschappij ook sneller aanpassen. In de literatuur zijn talloze voorbeelden te vinden waaruit blijkt dat een stedeling zich maar moeilijk een plaats verovert in de agrarische sector.

Tot de jaren vijftig van de vorige eeuw verliep het aantrekken van mensen voor de glastuinbouw voorspoedig. Bij een onderzoek in de toenmalige gemeente De Lier, midden jaren vijftig, bleek dat meer dan de helft van de tuinarbeiders ’immigranten’ waren. Zij of hun ouders kwamen van buiten het glastuinbouwgebied: uit het noorden van het land of van de Zuid-Hollandse of Zeeuwse Eilanden.

In 1955 nam het Westlandse bedrijfsleven deel aan een arbeidsbeurs in Middelharnis (Goeree-Overflakkee). Enthousiast meldde de krant dat er 75 werknemers geworven waren. In 1967, ruim tien jaar later, ondernam het bedrijfsleven actie om mensen te werven in zuidoost-Drenthe. Het werd toen duidelijk dat niet in Nederland, noch in Europa nog mensen te vinden waren om naar de tuinbouw te komen. In navolging van vele industrieën ging het Westlandse bedrijfsleven werven in Marokko en in Turkije.

Met de meeste tijdelijke werknemers (gastarbeiders) verging het zoals het bijna altijd ging met tijdelijke werknemers in de agrarische sector: zij vestigden zich hier blijvend met hun gezin. Als zij ergens een mogelijkheid zagen om hun positie te verbeteren, deden zij dat. Dat betekende meestal dat zij de glastuinbouw verlieten.

Wervingsacties in minder ontwikkelde gebieden bleven noodzakelijk om voldoende personeel te werven. Na de toetreding van Midden- en Oost-Europese landen tot de EU (waaronder Polen) kwam er een nieuwe stroom ’gastarbeiders’ op gang. Ook uit die groep zullen velen zich hier blijvend vestigen en blijven zoeken naar een betere arbeidsplaats.

Het Westland lijkt zich van de vreemdelingen af te keren. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in Westland had een van de partijen als motto: ’Westland voor de Westlanders’. Het betekent zoveel als: ’jij vreemdeling, je mag hier komen werken, graag zelfs, maar als inwoner hebben we je liever niet’. De mogelijkheid om een moskee te bouwen werd in de raad geblokkeerd.

Ik vind dat de glastuinbouw onvoldoende het belang van het aantrekken van geschikte arbeidskrachten onderkend. Het lijkt of – maatschappelijk gezien – de sector met de rug naar vreemde arbeidskrachten staat. Dat is jammer, men moet zich daarover bezinnen.

Aad Vijverberg is tuinbouwonderzoeker en landbouwvoorlichter in ruste. Gisteren is zijn boekje 'Vreemdelingen in het Westland gezien vanuit historisch perspectief' verschenen in Naaldwijk.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    We kunnen stellen dat de Agrarische sector zich afzet tegen de arbeids migranten. We kunnen ook stellen dat de sector het van de gekke vindt, dat er migranten moeten opdraven om in de kassen en op de tuinen te werken, terwijl er zowel Nederlanders als ook 2de en 3de generatie immigranten werkeloos zijn en hun hand ophouden bij de sociale loketten. Het niet in de kas willen werken kan naar mijn gevoel nooit een reden zijn om dan maar bij het sociale loket rond te hangen en verder genieten van de buitenlanders die zich uitsloven jouw uitkering veilig te stellen. In wat voor sociaal klimaat is Nederland beland.

Of registreer je om te kunnen reageren.