Redactieblog

309 x bekeken

Laagpathogene vogelgriep komt vaker voor

Laagpathogene vogelgriep komt in Europa vaker voor. Het risico van laagpathogene vogelgriepvirussen is dat ze kunnen muteren naar hoogpathogene vogelpestvirussen.

De hoogpathogene virussen zijn ziekmakender dan laagpathogene varianten. Voor pluimvee zijn hoogpathogene virussen vaak dodelijk en het virus verspreidt zich ook sneller dan laagpathogene varianten. Voor mensen kunnen hoogpathogene virussen ook gevaarlijk zijn.

Het H5N1-virus is hiervan het bekendste voorbeeld. Wereldwijd zijn hieraan rond de 150 mensen overleden. De uitbraak van H7N7 in 2003 was ook een hoogpathogene variant. Hierbij kregen sommige mensen die bestrokken waren bij de ruimingen van de dieren ook gezondheidsklachten. Het RIVM meldt dat naar schatting duizend mensen geïnfecteerd raakten met het virus. Een dierenarts is toen aan het virus overleden.

Laagpathogene vogelpest komt vaker voor. In verband met het risico tot mutatie naar een hoogpathogene variant geldt voor H5- en H7-virussen een meldingsplicht. In 2010 en 2011 zijn in Europa vijf besmettingen met laagpathogene vogelpest gemeld bij de werelddiergezondheidsorganisatie OIE.

In maart 2010 werd een pluimveebedrijf in Denemarken getroffen door H7N1 en in Frankrijk brak H5N3 uit. In mei vorig jaar werd een Nederlands pluimveebedrijf in Deurne getroffen door H7N3. In november 2010 dook H5N2 op in een pluimveebedrijf in Duitsland en een Roemeens bedrijf werd in deze maand besmet met H5N3.

Dit jaar zijn er in Europa nog geen meldingen van laagpathogene vogelpest. In Azië en Canada zijn wel gevallen bekend met H5N2 en H7N2.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.