Redactieblog

343 x bekeken

Verkoopwinst erfpacht deels belast

Volgens hof Den Bosch is een gedeelte van de verkoopwinst op een erfpachtrecht belast.

Volgens hof Den Bosch is een gedeelte van de verkoopwinst op een erfpachtrecht belast. Er is sprake van bestemmingswijzigingswinst omdat de koper een stichting is die de grond aanwendt voor natuurbeheer. De stichting heeft een prijs boven de WEVAB betaald met als gevolg dat een bedrag van € 300.000 niet onder de landbouwvrijstelling valt.

Kort samengevat is de uitspraak van het Hof Den Bosch de volgende:
Een agrariër (X) exploiteert met zijn echtgenote in maatschapsverband een landbouwbedrijf. Tot het ondernemingsvermogen behoort ruim 26 hectare cultuurgrond in erfpacht. Het erfpachtrecht is aangevangen op 1 november 1958 en heeft een looptijd van 100 jaar. In 2002 wordt de onderneming gestaakt.

Het erfpachtrecht wordt voor ruim € 900.000 verkocht aan Stichting Brabants Landschap die de grond als natuurgebied wil gaan gebruiken. In zijn aangifte over 2002 claimt X de landbouwvrijstelling voor de verkoopwinst op het erfpachtrecht. Hij stelt dat de verkoopprijs gelijk is aan de waarde in het economisch verkeer bij voortgezette agrarische bestemming (WEVAB) omdat de grond zijn agrarische bestemming heeft behouden. De inspecteur taxeert de WEVAB, rekening houdend met dertien referentiepercelen ruim drie ton euro lager en belast het verschil als stakingswinst omdat dit niet onder de landbouwvrijstelling valt.

Hof Den Bosch is het in navolging van rechtbank Breda eens met de inspecteur. Primair betwist X de WEVAB zoals de inspecteur die getaxeerd heeft, maar legt geen eigen taxatierapport ter onderbouwing van zijn standpunt over. De grond is bestemd voor natuurbeheer dus behoudt het niet zijn agrarische waarde. Uit de doelstelling van de stichting blijkt dat de stichting bereid is om voor de grond meer te betalen dan de WEVAB, aldus het hof. Dit blijkt ook uit hetgeen X aanvoert in zijn hoger beroepschrift waarin X aangeeft dat de stichting op grond van haar betere financiële positie bereid is een hogere prijs te betalen dan andere kandidaat-kopers, zijnde andere landbouwbedrijven.

Subsidiair stelt X dat er sprake is van schending van het gelijkheidsbeginsel en beroept zich daarbij op afspraken die er ooit zijn gemaakt tussen de Inspectie Kampen en enkele landbouwboekhoudbureaus over de erfpachtrechten in Flevoland. Volgens het hof is er geen sprake van rechtens gelijke gevallen.

Meer informatie: Hof 's-Hertogenbosch, MK I, 7 oktober 2010, nummer 09/00209

Of registreer je om te kunnen reageren.