Redactieblog

286 x bekeken

Koopovereenkomst grond blijkt optierecht. Grond blijft ondernemingsvermogen

Volgens de rechtbank Leeuwarden is de grond niet verkocht in 1997 maar in 2005. Als gevolg hiervan is de winst belast. De gunstige “oude” landbouwvrijstelling zoals deze in 1997 nog gold is niet van toepassing.

Kort samengevat is de uitspraak van het rechtbank Leeuwarden de volgende:
Belanghebbende, X, exploiteert met zijn echtgenote een landbouwbedrijf. In mei 1997 sluiten zij met een projectontwikkelaar een overeenkomst af over de 'verkoop’ van landbouwgronden. Partijen spreken af dat de levering zal plaatsvinden nadat en voor zover daarvoor een bestemmingswijziging (in bouwgrond) wordt verkregen.

X blijft de gronden binnen zijn bedrijf gebruiken. De verkoop neemt hij niet op in zijn aangifte maar hij vermeldt de 'verkochte’ grond niet meer op de ondernemingsbalans. In oktober 2004 geeft de projectontwikkelaar X toestemming om een deel van de grond uit de overeenkomst te verkopen aan een gemeente. De verkoop vindt plaats in 2005. De inspecteur belast de verkoopwinst als winst uit onderneming. X daarentegen is van mening dat sprake is van een onbelaste vermogenswinst. Volgens X is de grond in 1997 verkocht, in mei 2005 teruggeleverd en daarna verkocht aan de gemeente vanuit zijn privévermogen.

Rechtbank Leeuwarden stelt vast dat uit de overeenkomst uit 1997 volgt dat slechts percelen waarvoor de bestemming uiteindelijk zal worden gewijzigd in 'wonen’, zullen worden geleverd aan de projectontwikkelaar. Welke percelen dat zullen zijn, is niet duidelijk. De rechtbank is - met de inspecteur - van oordeel dat de omschrijving van het verkochte in de 'koopovereenkomst’ van 1997 onvoldoende is afgepaald om van een koopovereenkomst te kunnen spreken en dat feitelijk slechts sprake is van het verlenen van een optierecht door belanghebbende aan de projectontwikkelaar.

X is in 1997 zowel juridisch als economisch eigenaar gebleven van de in de overeenkomst genoemde gronden. De inspecteur heeft de winst bij de verkoop in 2005 terecht belast als winst uit onderneming. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat wanneer er in 1997 wel sprake zou zijn geweest van verkoop, X de keuze had om winst te nemen bij verkoop of bij latere levering maar dat X niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij winst heeft genomen in 1997.

Meer informatie: Rechtbank Leeuwarden, EK, 11 oktober 2010, nummer AWB 09/751

Of registreer je om te kunnen reageren.