194 x bekeken

Kamer krijgt laatste kans beïnvloeding nieuw GLB

Het lijkt nog ver weg, maar toch begint de tijd te dringen. De onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2013 zijn in volle gang en de mogelijkheden voor nationale parlementen om invloed uit te oefenen drogen snel op. Voor de Tweede Kamer reden om een hoorzitting, afgelopen woensdag, met belangenorganisaties en wetenschappers te houden. In een lange sessie kwamen alle aspecten van het beleid aan bod: van de inkomenspositie van de boer tot de gevolgen voor ontwikkelingslanden. Een greep uit de pleidooien.

LTO Nederland: de markt is verantwoordelijk voor de sector, niet de politiek
"’Het strategisch belang van voedselzekerheid is een belangrijk argument voor behoud van een sterk GLB. Het beleid beslaat eenderde van de totale begroting van de EU, ook na 2013. Dit lijkt veel, maar de beleidskosten voor land- en tuinbouw zijn minder dan 1 procent van de totale Europese overheidsuitgaven aan deze sector", zegt Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland.

"Een substantiële basispremie moet blijven bestaan ter compensatie voor de niet-vermarktbare strategische waarden en het interventievangnet mag niet verder worden afgebouwd. De melkquotering werkt voor goede ondernemers beperkend en functioneert in veel landen niet; dan komt er een tijd dat je daar afscheid van moet nemen. De markt is verantwoordelijk voor de sector, niet de politiek. Samenleving en economie zijn daar uiteindelijk het beste mee af.
Het aanleggen van strategische voedselvoorraden is een belangrijk hulpmiddel om de geweldige schommelingen in de prijzen van agrarische producten te dempen. Voedsel is wat anders dan auto’s. Wat dat betreft is Europa nu vooral bezig met het beleid van gisteren, terwijl de Verenigde Staten, China en India al heel ver zijn. Wij kiezen niet voor prijsregulering, omdat dit het goede ondernemerschap niet bevordert.”

Oxfam Novib: inperking Europees octrooirecht van belang voor arme landen
"Het nieuwe kabinet bedrukt het bevorderen van de zelfredzaamheid van ontwikkelingslanden. Oxfam Novib ondersteunt dat, maar vindt dat daar ook instrumenten en middelen voor moeten worden aangereikt. De herziening van het GLB is in dit verband één van de belangrijkste onderwerpen', zegt Sander van Bennekom, adviseur landbouw- en voedselaangelegenheden bij Oxfam Novib.
''Hoewel het landbouwbeleid al verschillende keren is aangepast, is er nog steeds sprake van dumping van voedsel in ontwikkelingslanden", vervolgt hij. "De export van kippenvleugels en varkenspootjes heeft dezelfde negatieve effecten op de ontwikkeling van landbouw in arme landen als meer directe vormen van dumping. Ook escalerende tarieven blijven een probleem voor de economische ontwikkeling van landen die nu afhankelijk zijn van de export van grondstoffen. Klimaatverandering betekent voor boeren in ontwikkelingslanden dat zij ander zaad moeten gebruiken. Maar dat ligt moeilijk in verband met het octrooirecht. Niet alleen maatschappelijke organisaties, maar ook Nederlandse kwekers hebben zich uitgesproken voor inperking van de octrooirichtlijn. ELI heeft toegezegd de haalbaarheid van een kwekersuitzondering te onderzoeken, maar dat heeft nog niets tastbaars opgeleverd.”

Natuurmonumenten: Europees landbouwbeleid leidt tot vernietiging biodiversiteit
Tino Wallaart, spreker namens Natuurmonumenten: "De landbouw is de grootste vernietiger van de biodiversiteit en het GLB draagt daar aan bij. Hier geldt niet het principe de vervuiler betaalt, maar de vervuiler ontvangt. Betalingen komen terecht in gebieden die kwetsbaar zijn voor vermesting en verdroging en binnen die gebieden ontvangen de meest intensieve bedrijven het meeste geld. De nationale invulling van het GLB in Nederland heeft de zaak voor natuur en landschap nog erger gemaakt.
Om hier verbetering in te brengen is het nodig de subsidies die schade aan de natuur aanbrengen te beëindigen. Ook moet er een ruimtelijke scheiding komen tussen de landbouw en aangewezen natuurgebieden, met daartussen een mengzone. De eerste pijler van het GLB (gericht op inkomenssteun, red.) dient zicht te richten op duurzaamheid door innovatie en het compenseren van boeren in die mengzones.
Wij verzoeken te bevorderen dat het systeem van directe inkomenssteun snel wordt afgebouwd, milieu- en natuurdoelen worden geïntegreerd in de eerste pijler, de inzet van publieke middelen wordt gekoppeld aan publieke doelen en de uitgaven uit de tweede pijler (plattelandsbeleid, red.) worden getoetst op efficiëntie en effectiviteit.”

Nederlandse Melkveehouders Vakbond: wij willen marktwerking niet uitschakelen, maar wel beperken
Hans Geurts, voorzitter van de Nederlandse Meljveehouders Vakbond (NMV): "Laten we eerst eens vaststellen wat onze doelen zijn. Dan kom je toch al snel uit bij de Europese verdragen, die stellen dat de bevolking van een redelijke levensstandaard moet worden voorzien. Het gaat om voedselzekerheid, voedselveiligheid en een redelijk inkomen voor de boer.
Door de liberalisering van het beleid zijn de prijsfluctuaties veel groter geworden. Je hebt daarom een basispremie nodig. De maatschappij ziet weidegang als iets dat erbij hoort, maar wij vinden dat een dienst aan de samenleving waar een extra vergoeding tegenover moet staan.
Voor melkveehouders is het zuivelbeleid belangrijker. Wij willen niet afhankelijk zijn van subsidies, maar dat kan alleen als je de markt reguleert. Er is veel onrust in de wereld en dat heeft alles met de voedselprijzen te maken. Als je stabiliteit wilt bevorderen, moet je de landbouw reguleren. Vraag en aanbod dienen op elkaar te worden afgestemd, zodat de melkprijs zich binnen een bandbreedte kan bewegen.
Dit moet een flexibel systeem zijn, dat in staat is op elke situatie in te spelen. Als de vraag toeneemt, moet de productie snel kunnen worden opgevoerd en als er te veel wordt geproduceerd, moet deze juist kunnen worden verminderd. Wij willen marktwerking niet uitschakelen, maar wel beperken.”

IPO: alleen steun voor bedrijven die nu ook toeslagen krijgen
Harry Keerweer, voorzitter van het Interprovinciaal Overleg (IPO): "De provincies hebben hun gezamenlijke visie op de toekomst van het GLB uiteengezet in een position paper. Voor een vitaal platteland dat nieuwe uitdagingen oppakt, vinden wij het noodzakelijk dat er fors budget voor Nederland behouden blijft.
In het huidige systeem ontvangen alleen bedrijven met zuivel, graan en een beperkt aantal andere producten bedrijfstoeslagen. Wij vinden dat in de nieuwe situatie alleen bedrijven in aanmerking mogen komen voor steun voor wie dat nu ook al geldt. De overgang van betalingen op basis van historische gegevens naar een nieuwe systematiek moet geleidelijk gaan, zodat de effecten op de agrarische sector en het platteland niet te ingrijpend zijn.
Op één punt zijn de provincies het niet eens met de kabinetsreactie op de mededeling van Ciolos. Het kabinet legt het primaat in het plattelandsbeleid bij ondersteuning van agrarische activiteiten; niet-agrarische activiteiten zouden door andere EU-fondsen moeten worden ondersteund. De provincies zijn hier tegen en streven naar stimulering van een brede regionale plattelandsontwikkeling uit het GLB, gericht op nieuwe uitdagingen. De plattelandseconomie moet onderdeel blijven van het landbouwbeleid.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.