Redactieblog

245 x bekeken

HIR melkquotum terecht bij winst geteld

Een herinvesteringsreserve (HIR) ontstaan bij de verkoop van melkquotum wordt niet volledig gebruikt voor daadwerkelijke investeringen. Voor een bedrag van € 346.286 wordt de HIR na verloop van drie jaren tot de belaste winst gerekend.

Kort samengevat is het arrest van de Hoge Raad de volgende:

Een melkveehouder heeft in 2000 zijn melkquotum verkocht en de boekwinst aan een HIR toegevoegd. Per 31 december 2004 is een gedeelte van de HIR nog niet aangewend voor een vervangende investering en de inspecteur voegt het restant toe aan de winst. Belanghebbende stelt dat, gelet op de bijzondere aard van het bedrijfsmiddel, zij meer tijd nodig had om tot een herinvestering te komen.

Het Hof Den Bosch is met de inspecteur van mening dat de aard van het bedrijfsmiddel niet met zich brengt dat een langere duur dan vier jaar noodzakelijk is om tot vervanging te komen. Belanghebbende heeft voorts niet aannemelijk gemaakt dat zij voor 31 december 2004 al een begin van uitvoering had gemaakt met aanschaf of voortbrenging van het vervangend bedrijfsmiddel.
Een overeenkomst van juni 2006 acht het hof niet een voortzetting van de onderhandelingen uit 2000, nog afgezien van het feit dat deze overeenkomst in ieder geval tot het moment van de mondelinge behandeling voor het hof in 2009 nog niet tot een concrete herinvestering had geleid.

De Hoge Raad heeft het ingestelde cassatieberoep ongegrond verklaard onder verwijzing naar art. 81 Wet RO. Het vonnis van het Hof blijft in stand.

Meer informatie: Hoge Raad 4 februari 2011, nummer 09/04210, LJN BP2996

Of registreer je om te kunnen reageren.