271 x bekeken 1 reactie

Een emmer biologie met een druppeltje chemie

Christel Labee
Boeren we over vijfentwintig jaar chemieloos? Niet helemaal, reageert Peter Leendertse van CLM op agd’s Groene Canon over gewasbescherming. Er is nog veel nodig én mogelijk, zegt hij.

door Peter Leendertse

Door de komst van chemische gewasbeschermingsmiddelen zijn we lui geworden en hebben we gewassen veredeld die kwetsbaar zijn voor ziekten en plagen, aldus gewasfysioloog Paul Struik. Weliswaar is de veredeling ook – met succes – gericht op hogere opbrengsten en goede kwaliteit, maar ”we zijn daarin te ver doorgeschoten”.

De visie van Struik bevat een belangrijke sleutel om de nadelen van de chemie te beperken: om ziekten en plagen wereldwijd het hoofd te kunnen bieden is hernieuwde aandacht voor resistentie nodig. En minder kwetsbare gewassen vormen een cruciale stap naar gewasbescherming zonder te hoge inzet van chemie.

Dat is nodig, want de chemische gewasbescherming zit nog steeds in het verdachtenbankje: in het water vinden we te hoge concentraties van middelen, en regelmatig is er onrust rond residuen op voedsel of over blootstelling van omwonenden. Terecht wijst Struik ook op de soms dramatische situaties in de landbouw in Derde Wereldlanden.

Het ideaalbeeld van velen is daarom gewasbescherming zonder chemie. Is dat realistisch? Boeren we over vijfentwintig jaar chemieloos? Niet helemaal, denken we, er is nog veel nodig én mogelijk.
Door slim combineren en innoveren kunnen ook gangbare telers een heel eind komen zonder verlies van opbrengst en kwaliteit. Dit kan door de biologie nog veel meer te benutten.

Denk – naast minder kwetsbare rassen – aan het stimuleren van een gezonde bodem en van natuurlijke vijanden via functionele agrobiodiversiteit. Ook het actief inzetten van biologische bestrijders en het toepassen van natuurlijke gewasbeschermings-middelen bieden nog volop nieuwe kansen.

Wanneer dan toch nog chemie nodig is, biedt plaatsspecifieke toepassing en zuivering van restwater de oplossing voor chemie zonder neveneffecten. Via sensorgestuurde plaatsspecifieke toepassing wordt 40 tot 90 procent middelbesparing mogelijk. Via zuivering met osmose-of biofilter kan restwater gezuiverd worden.

Toekomstmuziek? In het project Innovaties in het kwadraat ontwikkelen we momenteel met telers en bedrijven teeltsystemen die preventie, biologische en mechanische bestrijding, plaatsspecifieke chemie, innovatieve technieken en zuivering optimaal combineren (www.clm.nl/projecten/innovatiesinhetkwadraat.html).

Ook in verschillende andere projecten wordt gewerkt aan gezonde bodems, functionele akkerranden, sterke gewassen en precisie-chemie.
Kortom: op naar duurzame gewasbescherming met een emmer biologie en –waar nodig- een druppeltje chemie.

Peter Leendertse is teamleider teelt en gewasbescherming bij het centrum voor landbouw en milieu CLM

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Dat deze benadering technisch mogelijk is, wil ik dirct geloven. Maar hoe staat het met de exta kosten? Gaan ons zelf niet uit de markt prijzen als we deze hoogstandjes gaan invoeren en de concurent in een ruimdenkend land niet. Bij de varkensvlees productie zijn al heel ver met super >schoon< produceen, maar helaas de concurent wint het van ons met zijn lagere kosten door minder zware milieu en dierenwelzijns eisen. Moet de akker en tuinbouw ook via dit pad worden afgeserveerd? Is de wens van Nederland om de landbouw in Schoonheid te laten sterven?

Of registreer je om te kunnen reageren.