Redactieblog

247 x bekeken 1 reactie

Brink: LTO Noord gaat niet op stoel van ondernemer zitten

Henk Brink staat sinds eind januari onverwacht aan het roer van LTO Noord. Als vice-voorzitter neemt hij tijdelijk de taken waar van Tammo Beishuizen. De Drentse melkveehouder wil niet op de stoel van ondernemers gaan zitten. ”De boer blijft baas op eigen erf en LTO Noord probeert de ruimte om te ondernemer te maximaliseren via belangenbehartiging.”

LTO Noord bestaat vijf jaar. Waar staat de organisatie?
”We hebben ons goed gepositioneerd en georganiseerd en zijn financieel gezond. De kracht van LTO Noord en LTO Nederland is dat we overal het gezicht van de landbouw zijn. Over welk onderwerp het ook gaat, waar ook in het gebied: LTO Noord is de gesprekspartner namens de landbouw. Natuurlijk krijgen we niet overal onze zin, maar we praten overal mee en hebben daarmee invloed op het beleid. We hebben een organisatie die tot in de haarvaten is vertegenwoordigd. Dat is de kracht van de organisatie. Daar is heel Nederland jaloers op.”

LTO Noord is een fusie-organisatie van WLTO, GLTO en NLTO. Is het lastig om zoveel verschillende bloedgroepen bij elkaar te houden?
”Nee, we zijn echt één organisatie, maar vrijheid mag er zijn. Als uitgangspunt nemen we de zaken die ons binden en niet de verschillen. De betrokkenheid bij de organisatie is heel groot. Dat zie je bij de bijeenkomsten die we organiseren. In 2010 hebben zich 418 nieuwe leden aangesloten en 1.002 leden hebben opgezegd. De organisatiegraad van de land- en tuinbouw daalt zeker niet vanwege de schaalvergroting en naar verhouding zijn meer grotere dan kleinere bedrijven lid van LTO Noord.”

Waarom zeggen leden op?
”Jaarlijks stopt 3 procent van de agrarische bedrijven. Soms zeggen mensen ook op uit onvrede. We zullen het nooit voor ieder individueel lid helemaal goed doen. Als we met een standpunt komen waar iedereen het mee eens is, dan is je standpunt te vlak. Op basis van argumenten kun je met elkaar in discussie gaan. Leden mogen kritisch zijn. Er zijn zoveel onderwerpen dat ze altijd op een aantal punten een andere visie hebben. Maar over het algemeen vind ik dat iemand die geen lid is, zijn bedrijf niet serieus neemt. De druk van maatschappij en politiek op de agrarische sector is groot. Daarvoor moet je iemand hebben die jouw belangen behartigt, ook in de keten als dat moet.”

Is LTO Noord anders dan ZLTO en LLTB?
”De basis van de organisaties is gelijk. Het verschil zit in de provinciale belangenbehartiging. LTO Noord telt negen provincies, terwijl de andere organisaties actief zijn in één of twee provincies. Dat vraagt een andere organisatie. We werken heel bewust provinciaal op het gebied van omgeving. Het beleid en het politieke klimaat verschilt sterk per provincie, waardoor iedere provincie een eigen aanpak vraagt.”

Zijn die verschillen zo groot?
”Ja. Kijk bijvoorbeeld maar naar Utrecht. Dat is niet echt een agrarische provincie, maar daar is wel het Pact van Utrecht gesloten met de provincie en de natuurorganisaties. In Flevoland, een echte agrarische provincie, is het nog niet gelukt een dergelijke overeenkomst te sluiten.”

Hoe gaat LTO Noord te werk?
”De leden staan centraal. We willen voor de leden maximale ruimte om te ondernemen. Daarbij moet je wel opletten dat je zorgvuldig werkt. Je moet niet vandaag ruimte creëren die je morgen als een boemerang weer terug krijgt. De lange termijn is ook van groot belang. Aan het eind van de rit zijn we toch voor de leden bezig. Natuurlijk moeten we in de belangenbehartiging wel een zorgvuldige weg bewandelen, maar we willen wel het maximale resultaat behalen.”

Gaat het alleen om belangenbehartiging?
”Nee. Naast collectieve belangenbehartiging is versterking van het ondernemerschap een kerntaak. Zo investeert LTO Noord via LTO Noord fondsen in kennisnetwerken zoals de Melkveeacademie, Pootgoedacademie en Varkensnet. Deze kennisnetwerken worden verzameld in AgriConnect, waarbij ook kennisnetwerken voor andere sectoren worden ontwikkeld. Bij AgriConnect werken we samen met LLTB.”

Is het niet beter om de kennis te delen met alle regio’s, dus ook met ZLTO?
”Boeren en tuinders in het ZLTO-gebied kunnen ook meedoen in het netwerk. ZLTO kiest zelf voor een eigen werkwijze van kennisontwikkeling en verspreiding.”

LTO Noord is wel eens beticht van weinig visie. ZLTO en LLTB hebben een duidelijke visie over bijvoorbeeld samenwerking met Wakker Dier of weidegang. Hoe ziet u dat?
”LTO Noord heeft zeker visie. Neem bijvoorbeeld de rol van Annechien ten Have in de discussie met ketenpartijen in de varkenshouderij. Tammo Beishuizen heeft ook een duidelijke weg ingeslagen met het manifest voor het landelijk gebied dat LTO met terreinbeherende organisaties heeft gesloten. Het project Schoon en Zuinig komt ook uit de LTO Noord-koker. We zijn dus wel zeker met visie en strategie bezig. LTO Noord durft zeker te kiezen. Maar aan het eind van de rit zijn het de leden die bepalen wat ze er mee doen. Je mag de leden een spiegel voorhouden, maar LTO Noord gaat niet op de stoel van de ondernemer zitten. De ondernemer blijft baas op eigen erf.”

Maar is het niet de taak van een belangenorganisatie om de ondernemer sturing te geven?
”Wij geven onze leden een kader waarbinnen elke ondernemer zijn strategie bepaalt. De bestuurders van LTO Noord zijn overal actief bij. Wat gebeurt er om ons heen? Die informatie geven we de leden, die zelf beslissen hoe ze ermee om gaan. De landelijke visie en sturing op de middellange termijn ontwikkelen we via LTO Nederland. Daarom hebben we vijf thema’s centraal gesteld. Het gaat om verduurzaming van de land- en tuinbouw, goed werkgeverschap, onderzoek en onderwijs, ruimtelijk plattelandsbeleid en internationaal landbouwbeleid.”

De samenwerking binnen LTO Nederland wordt geïntensiveerd. Is het niet beter om weer één landelijke organisatie op te richten?
”We hebben met LTO Nederland één landelijke belangenorganisatie. We hebben één voordeur met daarachter een aantal kamers van regio’s en sectoren.”

Maar is het wel terecht om drie organisaties te houden in een krimpende agrarische sector?
”LTO Noord zal zich nooit verzetten als samenwerking efficiënter en beter kan. We hebben naar een formule gezocht waarin de drie regionale organisaties zo goed mogelijk kunnen samenwerken. Op de thema’s werken we samen en ook sectorale belangenbehartiging doen we zoveel mogelijk landelijk. De gebiedsbeleid blijven we in de regio regelen. Ook al zou je tot één totale organisatie komen, dan blijft je toch de verschillen houden die provinciaal aangepakt moeten worden. Een fusie is niet noodzakelijk zolang de samenwerking goed werkt.”

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Iemand die geen lid is neemt zijn bedrijf niet serieus? Walgelijke kerel!!!!

Of registreer je om te kunnen reageren.