262 x bekeken 4 reacties

’Het maakt voor het dier wel uit of het in een megastal zit’

Er gaan geluiden op dat één megastal in plaats van drie kleinere bedrijven geen slecht verschijnsel hoeft te zijn. Een helaas wijdverbreid misverstand gebaseerd op onkunde, fabels en bewuste misleiding, stelt Frank Dales.

Staatsecretaris Henk Bleker van landbouw negeert dierenwelzijn. Hij ziet groot economisch perspectief voor Nederland als leverancier van vlees, zo simpel is het. Blekers koppelt zijn visie onterecht aan het wereldvoedselvraagstuk en suggereert dat groei van de vleesproductie nodig is om de wereld te voeden. Het wereldvoedselvraagstuk is evenwel vooral een armoede- en verdelingsvraagstuk.

Megastallen zijn de desastreuze volgende stap in het proces van schaalvergroting en intensivering waar Nederland in de jaren 60 mee begonnen is. Megastallen worden niet diervriendelijker. Bij nieuw- en verbouw moeten álle pluimvee- en varkensstallen aan nieuwe EU-welzijnseisen voldoen. Die nemen enkele uitwassen weg, maar minder slecht maakt nog geen plus, het welzijn is daarmee absoluut niet goed te noemen. Megastalboeren investeren bovendien juist zo min mogelijk in welzijn. Ze kiezen immers voor groter om de kostprijs te drukken.

Daar komt bij dat er in Nederland steeds minder mensen worden opgeleid voor de veehouderij. Laag- of ongeschoold personeel wordt ingezet voor routinewerk in de steeds vaker door technieken gestuurde veehouderij, met als gevolg steeds minder aandacht per dier. Dat zal in megastallen niet beter worden.

De hygiëne in een megastal kan in theorie wel beter zijn, maar als er een besmettelijke ziekte uitbreekt treft die heel veel dieren tegelijk. Ook de fabel rond beperkte transportbewegingen wordt compleet teniet gedaan met langeafstandstransporten door Europa, richting de slachthuizen.
De veehouderij in Nederland moet zich richten op meerwaarde waaronder een hoog dierenwelzijn voor Noordwest-Europa. De Dierenbescherming helpt hierbij met het Beter Leven Kenmerk.

Inmiddels hebben zo’n tien miljoen dieren een aantoonbaar beter leven doordat de Dierenbescherming vier jaar geleden haar nek uitstak. Dat deed zij niet alleen; grote retailers, multinationals en de vleesverwerkende industrie zien de meerwaarde. Dit is de toekomst. Als het aan de Dierenbescherming ligt, wordt die niet ingevuld met megastallen.

Nooit, maar dan ook nooit zal de Dierenbescherming een ster toekennen aan bedrijven die meer dan 7.500 vleesvarkens of 1.200 fokvarkens hebben, of een gesloten varkensbedrijf van 3.800 vlees- plus 600 fokvarkens.
Was onze staatssecretaris maar zo duidelijk. Er is een stevige, onafhankelijke regisseur nodig – de rijksoverheid – die de verschillende maatschappelijke belangen en een zorgvuldige afweging ervan bewaakt.

Het is wel degelijk de rijksoverheid die een duidelijke bovengrens aan bouwblok en stalomvang moet stellen, om dreigende schaalvergroting en industrialisering van de verschillende veehouderijtakken te stuiten. Nu het nog kan.

Frank Dales is algemeen directeur Dierenbescherming.

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    Hoe kan een bedrijf met 600 fokvarkens en 3800 vleesvarkens nou gesloten zijn?
    Ik ken voorbeelden van boven de grenzen die dhr. Dales aangeeft en wel 'Stervlees' produceren.
    Waarom zou een dier in een stal met 7499 varkens het beter hebben dan een dier in een stal van 7501 varkens?
    Dhr. Dales zou zich eerst eens wat beter in de sector moeten verdiepen alvorens hij deze uitspraken doet.

  • no-profile-image

    Jammer dat zo'n directeur niet op de hoogte is van de praktijk. Er zijn inderdaad ook in mijn buurt voorbeelden van bedrijven met een DB Ster die meer dieren hebben dan hij aanmerkt als bovengrens.

  • no-profile-image

    Bij gelijk blijvende opbrengsten en stijgende kosten MOET je groeien.

    Maar wat versta je onder een MEGA-stal?

  • no-profile-image

    Frans , heeft een visie waar je het wel of niet mee eens kan zijn.
    Meer en meer varkens per bedrijf heeft er niet toe geleid dat het bedrijfsresultaat mee groeide.
    Het is nog voor de boer nog voor het varken , een toekomst om naar uit te zien.
    Een vrije markt, de varkens aan de hoogste bieder verkopen .
    Dat is een mooie droom. De harde werkelijkheid is . Dat de grote spelers op de markt het voor het zeggen hebben.
    Er is een lange tijd geweest dat de coöperaties en particulieren
    elkaar in even wicht hielden . Er veemarkten. waren. honderden slagers,.grossiers, exporteurs,veehandelaren,
    die samen de prijs van het varken maakte.
    Z.L.T.O/LT.O de boerenbedrog organisaties die de boeren
    belangen behartigden. Zijn uit gegroeid tot MULTINATNALS
    met wereld belangen . VION. RENDAC . CHV. En de vele ,vele
    b.v die er onder, naast hangen .Hebben nog maar een belang
    het eindproduct van de boer voor zo weinig mogelijk, in handen krijgen.Deze Multinationals samen met de particulieren MULTINATIONALS. zijn de nieuwe macht hebbers. Die niet alleen de prijs bepalen .Ook hoe u dat (mag) doen.Het is misschien nog zo gek niet, om nieuwe vrienden te zoeken. Voor een beter leven en toekomst voor d boeren en varkens. Nout Jansen de vicevoorzitter van het L.T.O zegt dat megastallen nodig zijn om dat in 2050 de bevolking is gegroeid van 7 naar 10 miljard. DAT IS OVER 40
    JAAR meneer NOUT. .


Of registreer je om te kunnen reageren.