Redactieblog

258 x bekeken

Visies verdeeld over toekomst productschappen

De product- en bedrijfsschappen (PBO) moeten sterk afslanken. In het voorstel van minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid mogen de productschappen in de toekomst alleen wettelijke taken via medebewind uitvoeren en taken met een publiek belang.

Het gaat dan om zaken op het gebied van plant- en diergezondheid, dierenwelzijn, voedselveiligheid en volksgezondheid. De Tweede Kamer spreekt begin december over het voorstel van Kamp. Voorafgaand aan het debat liet de Kamer zich informeren door bestuurders, werkgevers en werknemers en het bedrijfsleven. Hoewel de meningen over de toekomst van de productschappen sterk uiteen loopt, is iedereen het eens dat voorzetting van de huidige structuur geen optie is.

Agnes van Ardenne, voorzitter van het Productschap Tuinbouw, benadrukt dat ze niet het oude systeem van de productschappen wil bepleiten. “Maar er is dit jaar al een stille revolutie gaande bij de productschappen. Er wordt al gewerkt aan één centrale backoffice, één centrale organisatie voor medebewind en alle productschappen in één huis”, aldus Van Ardenne.

De productschapvoorzitter benadrukt het belang van de productschappen aan de hand van de hoge kwaliteit van de tuinbouwsector in Nederland. “De kennis in Nederland heeft een grote voorsprong, omdat we dit gezamenlijk kunnen aanpakken via de productschappen. We worden wereldwijd bewonderd voor het PBO-stelsel, waarbij het bedrijfsleven en de overheid nauw samenwerken.”

Onderbrengen van de taken van het productschap bij de overheid of bij de brancheorganisaties is volgens Van Ardenne geen optie. “Voor onderbrengen bij de brancheorganisaties hebben we teveel publieke taken. Door de nauwe samenwerking met ondernemers en de rol die ondernemers spelen in de productschappen is onderbrengen bij de overheid ook niet mogelijk. Dat is het bijzondere van de PBO’s. Het zijn ondernemersgedreven overheden”, aldus Van Ardenne.

Het draagvlak bij de boeren en tuinders verschilt sterk per productschap. Terwijl het draagvlak bij het Productschap Pluimvee en Eieren hoog is, is er op het Productschap Tuinbouw ook veel kritiek. “Ik moet zeggen dat ik verwacht had dat de boomkwekers en de hoveniers uit het productschap zouden stappen. Maar dat is niet gebeurd”, geeft Van Ardenne aan. Om het draagvlak hoog te houden of te verhogen willen de productschapbestuurders vooral goed werk leveren.

Werkgeversorganisaties FNV, VNO-NCW, MKB en LTO hechten ook veel waarde aan behoud van de productschappen. “De productschappen zijn functioneel gedecentraliseerde overheden, die een belangrijk middel vormen voor versterking van de economie”, zegt Jan Willem van den Braak namens de werkgeversorganisaties. Hij vindt het belangrijk dat de hele keten vertegenwoordigd is in de productschappen.

Ernst van den Ende van de Wageningen UR benadrukt dat er via de productschappen voor relatief weinig geld per ondernemer veel kennis vergaard kan worden. Sylvia Hellingman van Biocontrol is het hier niet mee eens. Zij vindt dat via de productschappen weinig efficiënt onderzoek wordt verricht en dat in de praktijk geen echte oplossing wordt geboden voor de problemen. “Mensen moeten daarom zelf kunnen kiezen om collectief onderzoek te doen, of niet.”

Bloembollenkweker Cora Bot-Koeman sluit zich hier bij aan. “Ik investeer de 15.000 euro die ik aan het productschap moet betalen liever in mijn bedrijf. Ik wil vrij ondernemen op de wereldmarkt.”
Leden van de NVAF zijn het hier roerend mee eens. “De productschappen zijn verplichte solidariteit. Groot nadeel is dat de kennis openbaar is. We zijn ons voordeel daarmee gelijk kwijt, omdat de concurrent met de kennis aan de slag gaat waarvoor wij hebben betaald”, aldus Huub Tonies van de NVAF.

Rozenkweker Joop van den Nouwenland vindt als woordvoerder van FloraHolland juist dat tuinders onderzoek moeilijk zelf kunnen organiseren, terwijl goed onderzoek juist hard nodig is. “Ik moet erkennen dat het bij de productschappen wel eens wat stroperig ging, maar nu loopt het al een stuk beter.”

Werner Buck van Friesland Campina vindt kennisontwikkeling voor de totale sector zo belangrijk, dat hij ervoor pleit om dit onder de kerntaken van de productschappen te behouden. Ook pleit hij ervoor om duurzaamheid bij de taken met publiek belang te behouden. “Onze inzet moet zijn; we doen privaat wat kan en rest publiek”, aldus Buck. “Duurzaamheid en onderzoek is in strikte zin ook een publieke taak. Iedereen heeft er belang bij dat we een goed presterende sector hebben.” Henny Swinkels van Van Drie onderschrijft dit. “Het hoge niveau van de Nederlandse land- en tuinbouw is mede te danken aan de productschappen. De Nederlandse land- en tuinbouw is hierdoor een internationaal merk geworden.”

De kamerleden debatteren begin december over de toekomst van de PBO’s. Jos de Boer van de NVAF heeft er vertrouwen in dat het einde van de productschappen in zicht is. “We strijden hier al zeven jaar voor en we hebben de crisis ook nog mee. De kamerleden zijn overtuigd dat de productschappen niet meer van deze tijd zijn. Zelfs de grote voorvechter van de productschappen, CDA-kamerlid Ger Koopmans heeft het opgegeven. Anders was hij wel langer bij de hoorzitting geweest. Als je het echt belangrijk vindt, loop je niet weg naar een andere afspraak”, zegt De Boer.

Of registreer je om te kunnen reageren.