Redactieblog

371 x bekeken

Sector moet zelf verduurzaamheidsslag maken

Nederlandse gezinsbedrijven moeten kunnen blijven groeien en ontwikkelen, tot de grootte van het inkomen voor twee gezinnen. Daarnaast moet de totale veehouderijketen verduurzamen.

Staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) gaat grenzen stellen aan de groei van de veehouderij. Familiebedrijven moeten zich nog wel kunnen ontwikkelen en groeien, maar wel op beperkte schaal. Bleker denkt daarbij aan een maximale omvang van twee gezinsinkomen uit een bedrijf.

Aantallen dieren
”Als we het dan hebben over aantallen dieren, dan denk ik aan 300 tot 400 melkkoeien, 900 zeugen, 6.000 vleesvarkens en voor pluimveebedrijven 200.000 vleeskuikens of 100.000 leghennen per locatie”, geeft Bleker als richtlijn. De maximale omvang van bedrijven wordt in zijn visie over de veehouderij niet vastgelegd. Bleker vindt dat gemeenten en provincies, die ook nu bepalen wanneer een bedrijf een vergunning krijgt, hierover uiteindelijk een oordeel moeten geven. ”Dat is de taak van de regio. Zij hebben het beste inzicht in de situatie ter plekke en de mogelijkheden die daarbij horen”, aldus Bleker.

Bleker vindt dat zijn voorgestelde omvang van familiebedrijven past bij de Nederlandse structuur, het landschap en het platteland. ”Internationaal gezien hebben we dan middelgrote bedrijven, maar dat past bij Nederland. Deze maximale omvang past ook bij de fysieke ruimte die wordt geboden aan de veehouderij.”

Schaalgrootte
Het kabinet ziet geen aanleiding om nu direct in te grijpen in de omvang van Nederlandse veehouderijen. ”95 procent van de bedrijven is kleiner dan de omvang van twee gezinsinkomens uit een bedrijf. Op dit moment zijn er in Nederland 486 locaties – 1 procent van de bedrijven – waar meer dan 300 NGE (Nederlandse grootte-eenheid) wordt gehouden. Op 96 bedrijven wordt meer dan 500 NGE gehouden. Ik zie dan ook geen aanleiding om nu direct in te grijpen op de schaalgrootte van de huidige bedrijven”, aldus Bleker. Hij wijst er wel op dat de Gezondheidsraad in 2012 met een onderzoek komt naar de effecten van concentraties vee op de volksgezondheid. ”Dat kan aanleiding zijn om dan alsnog in te grijpen.”

Bleker wil wel extra wetgeving ontwikkelen om ongebreidelde groei van bedrijven tegen te gaan. Deze wetgeving moet een grens kunnen stellen aan de omvang van een bedrijf op basis van volksgezondheidsaspecten, sociaal-economische effecten of ethiek. ”Ik kom volgend jaar met een voorstel”, kondigt Bleker aan. In deze wet zullen geen concrete normen worden gesteld. ”Er worden wettelijke mogelijkheden gecreëerd om de bouw van zeer grote bedrijven tegen te gaan. De wetgeving is bedoeld om gigabedrijven tegen te gaan. ”De bouw van gigabedrijven is niet goed voor Nederland. Ook niet voor de boeren die wel op de schaal van familiebedrijven boeren”, vindt Bleker.

Tanend draagvlak
Naast de richtlijn voor de omvang van de Nederlandse veehouderij, moet de sector volgens het kabinet gaan verduurzamen. ”De veehouderij heeft alleen toekomst in Nederland als hier draagvlak voor is. Dit draagvlak is tanende en er moet dus iets gebeuren”, zegt Bleker. Het kabinet wil daarom dat de totale Nederlandse veehouderijketen een duurzaamheidsslag maakt. Het kabinet wil dat in 2020 de veehouderij veilige, gezonde, kwalitatief hoogwaardige en maatschappelijk gewaardeerde producten moet maken. Hierbij moet dierenwelzijn en zorg voor dieren centraal staan. Ook moeten de risico’s voor volksgezondheid worden geminimaliseerd en mineralenkringlopen zijn gesloten.

Hoe de veehouderij dit gaat bereiken is aan de sector zelf. ”De hele keten moet afspraken maken over het duurzamer produceren van vlees, melk en eieren”, vindt Bleker. Hij gaat de sector geen voorwaarden opleggen, maar sluit aan op de voorstellen van de commissie-Van Doorn. De controle en handhaving van de overheid gebeurt hierbij op basis van de Europese wet- en regelgeving. ”De sector met het zelf regelen en zelf een verdienmodel ontwikkelen waardoor de Nederlandse veehouders de extra investeringen in dierenwelzijn en duurzame productie kunnen terugverdienen. Dat moet de sector zelf regelen. De tijd dat de overheid dit deed in de vorm van een geleide economie is voorbij”, vindt Bleker.

De rol van de retail is hierbij van groot belang, omdat zij een grote verantwoordelijkheid hebben in de prijsvorming van de duurzaam geproduceerde producten. Op de vraag of Bleker vertrouwen heeft in de rol van de retail hierbij, reageert hij dat dit de enige manier is om het te doen. ”En kijk maar naar de afspraken over het sterrenvlees tussen supermarkten, retail en de Dierenbescherming. Het kan dus.”

Geen verplichtingen
Bleker wil de Nederlandse boeren geen extra verplichtingen opleggen, omdat daarmee het gelijke speelveld op de Europese markt verdwijnt. ”Dan prijzen we de Nederlandse boeren uit de markt”, aldus Bleker. De verduurzamingsslag zoals voorsgesteld door de commissie-Van Doorn wordt dus alleen op initiatief van de sector doorgevoerd. ”Voor boeren die produceren voor de internationale markt heb ik geen prikkel om hen ook te stimuleren duurzamer te gaan produceren”, erkent Bleker.

Met de verduurzaming van de Nederlandse veehouderijketen kan Bleker nog niet voorkomen dat Nederland dierlijke producten die minder duurzaam zijn geproduceerd blijft importeren. Dat is in strijd met internationale handelsafspraken. Wel probeert Bleker via Europa de eisen aan importproducten gelijk te stellen aan de productie-eisen zoals die in Europa gelden.
De overheid wil de transitie naar een meer duurzame veehouderij wel stimuleren door ondersteuning van onderzoek en innovatie op dit terrein. Dat gebeurt via het topsectorenbeleid. Daarnaast wil de overheid waar mogelijk belemmeringen wegnemen in de regelgeving en mededinging.

Als in 2020 blijkt dat de verduurzaming op initiatief van de sector niet lukt, gaat de overheid op zoek naar middelen om die verduurzaming toch op te leggen. Tot die tijd komen er geen opgelegde maatregelen.

LTO positief
LTO Nederland is positief dat het kabinet de weg naar een meer duurzame veehouderij steunt. ”Maar ik ben pas tevreden als we de slag van de duurzaamheid ook hebben gemaakt”, zegt Albert Jan Maat, voorzitter van LTO Nederland. ”We zijn met de duurzame zuivelketen al aardig op weg en nu is het tijd om ook voor andere sectoren met alle ketenpartijen afspraken te maken over verduurzaming van de keten”, aldus Maat.

Hij verwijst naar de varkenshouderij waarin al wordt gewerkt aan afspraken. ”We hebben een gezamenlijk doel: de kiloknaller moet uit het schap”, zegt Maat. Hij vindt niet dat het kabinet te weinig inzet toont in dit dossier. ”LTO is sterk op de markt. Daar moeten we het ook oplossen. De eerste verantwoordelijkheid ligt bij de markt en niet bij de overheid. Maar je mag wel van de overheid verwachten dat de overheid hierin gaat faciliteren”, aldus Maat. Hij benadrukt dat de huidige weg van gewoon doorproduceren zoals het nu gebeurt ook geen oplossing is, al zal de verduurzaaming een harde weg zijn.

Wakker Dier teleurgesteld
Wakker Dier reageert teleurgesteld op de visie van Bleker. Volgens Wakker Dier durft Bleker als CDA’er voor de boeren geen stelling te nemen in de kwestie. Wakker Dier constateert dat Bleker structureel weigert om de ontwikkelingen van de megastallen tegen te gaan. Stichting Natuur en Milieu (SNM) vindt dat er wel veel mooie woorden in de visie van Bleker staan, maar dat het daar ook bij blijft. SNM vindt dat de overheidd heldere grenzen moet stellen, zoals een verbod op megastallen, het uitbannen van antibiotica en het verplicht verwerken van mest.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.