Redactieblog

383 x bekeken

Politieke invloed op voedselprijzen wordt minder

Welk beleid kan worden ingezet om ervoor te zorgen dat er voldoende voedsel beschikbaar is voor iedereen. Dat is een vraag waar deskundigen zich wereldwijd over buigen. Een antwoord is echter niet eenvoudig.

Terwijl Kanayo Nwanze, president van het VN-fonds voor landbouwontwikkeling Ifad, de oplossing ziet in ondersteuning van de kleine boeren in ontwikkelingslanden, pleiten de Amerikaanse vertegenwoordigers van het wereldvoedselprogramma Jonathan Shrier en Ertharin Cousin juist voor het inzetten van álle middelen om meer voedsel te gaan produceren. Niet alleen door ondersteuning van kleine boeren in ontwikkelingslanden, maar ook door in eigen land efficiënter te gaan produceren.

Vleesconsumptie
Dat er meer voedsel geproduceerd moet worden om in 2050 de wereldbevolking te kunnen voeden staat vast. Maar de schattingen over hoeveel er extra geproduceerd moet worden lopen uiteen van 50 tot 100 procent meer productie. De ontwikkeling van het voedselpatroon speelt hierbij een belangrijke rol. Als de vleesconsumptie in Azië toe neemt, zal de agrarische productie meer moeten stijgen. Maar tegelijktijd zijn in de westerse landen de eerste signalen zichtbaar van juist een afname van de vleesconsumptie.

Naast gebruik voor voedsel, zullen agrarische producten ook ingezet worden als grondstof voor biobrandstoffen en wellicht ook voor andere toepassingen, nu de prijzen van fossiele brandstoffen en mineralen sterk stijgen. Gewasteelt voor de productie van bioplastics is daar een voorbeeld van.

Stijgende vraag
Alles is in ieder geval gericht op een stijgende vraag naar agrarische producten, met name naar plantaardige producten. Maar hoe wordt deze productie nu op een goede manier gestimuleerd? Via internationale handelspolitiek en landbouwpolitiek proberen landen daar invloed op uit te oefenen. Zo zorgde het Europese landbouwbeleid lange tijd voor stabiele prijzen door de interventiemaatregelen en productiebeperking via quotering. Deze strategie leidde tot enorme overschotten aan boter, graan en wijn. Door aanpassing van het beleid zijn deze interventievoorraden inmiddels verdwenen.

Liberalisering van de markt lijkt het devies. Na de voedselcrisis in 2007, blijkt echter dat liberalisering van de markt ook tot zeer grote prijsschommelingen leidt. Het vertrouwen in de markt, in combinatie met speculaties zorgt ervoor dat de prijzen nu sterker schommelen op signalen, dan voor 2007. Een duidelijke verklaring is hier niet voor.

Olieprijzen
Een opmerkelijke verband lijkt er te zijn tussen de olieprijzen en de metaalprijzen en voedselprijzen. De schommelingen van de afgelopen jaren lopen bij deze drie producten mooi gezamenlijk op. De link tussen olieprijzen en voedselprijzen zal bovendien sterker worden, aangezien de Verenigde Staten hun landbouwbeleid vrijwel volledig richten op productie van gewassen die ook geschikt zijn voor de productie van biobrandstoffen. Voor een bepaald percentage – voor rijst is dat hoger dan voor mais en graan – is de prijs nog steeds niet te bepalen. Sentiment op de markt en inzichtelijkheid van de voorraden zal hierbij een rol spelen.

Vanwege de sterk schommelden prijzen is het voor landen die willen ingrijpen in de markt moeilijk om te bepalen voor welke prijs dit moet gebeuren. Het moet op een laag prijsniveau, zodat arme mensen toch kunnen beschikken over voldoende voedsel. Tegelijkertijd moet de prijs niet te laag, omdat hierdoor boeren geen inkomen hebben en er niet meer geïnvesteerd wordt in de sector. Een moeilijke afweging.

Kostprijs
Beter is dat de prijzen van de agrarische producten weer bepaald worden door de kostprijs van productie. Dan kunnen boeren blijven bestaan en blijven investeren in de ontwikkeling van de sector. Dat is de laatste decennia door lage prijzen onvoldoende gebeurd.

Al met al is het in beleid moeilijk bepalen hoe de landbouw gaat ontwikkelen. Het nieuwe Europese landbouwbeleid is ook niet bedoeld om landbouwproductie te stimuleren. Het is erop gericht dat boeren geld krijgen voor de diensten die ze aan de maatschappij leveren, zoals vergroening en beheer van het landschap. Op die manier moet er maatschappelijke draagvlak blijven voor het belastinggeld dat via Brussel naar de boeren vloeit.

De oorsprong van de steun – dat er goedkoop veel voedsel geproduceerd moet worden – is in Europa voorbij. Wereldwijd zal dit op termijn ook gaan gebeuren. De markt zal gaan bepalen wat boeren telen en de politiek bepaalt hoe dit moet gebeuren. Maar de politiek zal niet meer bepalen wat er geproduceerd gaat worden.

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.