Redactieblog

221 x bekeken

Kleine boeren zijn sleutel naar voedselzekerheid

Kleine boeren en vooral boerinnen zijn de spil in de oplossing van het voedselvraagstuk. Dat vindt Kanayo Nwanze, president van het VN-fonds voor landbouwontwikkeling Ifad. Ondersteuning van deze groep essentieel in de strijd tegen honger.

Kanayo Nwanze is sinds 2009 president van de VN-organisatie voor landbouwontwikkeling, Ifad. De Nigeriaan heeft een duidelijke visie: De toenemende honger in de wereld kan voor een heel belangrijk deel via de kleinschalige boeren worden opgelost. Buitenlandse investeerders in ontwikkelingslanden, zowel bedrijven als overheden, hoeft hier geen nadelig effect op te hebben.

Bijna een miljard mensen leiden honger. Dit aantal dreigt toe te nemen door de groeiende wereldbevolking. Hoe kan dit probleem opgelost worden?
”Kleine boeren in ontwikkelingslanden zijn de sleutel naar voedselzekerheid. In ontwikkelingslanden zijn 500 miljoen kleine boeren. Zij voeden gezamenlijk twee miljard mensen. Zij zijn dus van heel groot belang.”

Wat zijn de knelpunten voor deze kleine boeren om hun bedrijf verder te ontwikkelen?
”De kleinschalige boeren, meestal vrouwen, hebben vaak geen toegang tot financiering. Ze kunnen niet zomaar bij de bank aankloppen. De productie van deze kleinschalige boeren kan fors stijgen. Daarvoor hebben ze betere kennis, technieken en grondstoffen nodig. Ook hebben de ondernemers vaak geen goede afzetmogelijkheden.”

Hoe kunnen deze boeren ondersteund worden?
”Vooral door hen toegang te geven tot een vorm van financiering en ervoor te zorgen dat vrouwen land kunnen huren. Het overgrote deel van de kleinschalige boerenbedrijven worden door vrouwen gerund. Dat komt omdat de mannen naar de stad trekken op zoek naar een baan. De vrouwen blijven vaak met de kinderen op het platteland. In veel landen hebben de vrouwen echter geen rechten om land te kopen of te huren. Ook hebben ze vaak geen toegang tot meststoffen of goede zaaizaden en afzetmogelijkheden. Door het voor vrouwen ook mogelijk te maken gebruik te maken van deze zaken, kunnen ze hun bedrijf verder ontwikkelen. Vrouwen zijn hierbij heel belangrijk voor de ontwikkeling van de landbouw en de cohesie van de samenleving. Een goede landbouw zorgt voor welvaart en leefbaarheid op het platteland en daarmee ook voor politieke stabiliteit.”

Hoe gaat Ifad hierbij te werk?
”Veel van deze knelpunten zijn niet op te lossen via eenmalige donatie. Het gaat om meerjarige trajecten om de kleinschalige boeren op gang te helpen. Ifad is behoorlijk succesvol in het ondersteunen van deze kleinschalige boeren. De focus op deze doelgroep is uniek in de wereld. In Ethiopië bijvoorbeeld werd tien jaar geleden werd ongeveer 3 procent van de opbrengst van deze kleinschalige bedrijven naar de markt gebracht. De rest werd door de eigen familie geconsumeerd. Nu wordt 46 procent van de productie verhandeld.”

Westerse landbouwbedrijven vestigen zich in ontwikkelingslanden. Heeft dit nadelig effect voor de kleinschalige inlandse boeren?
”Nee, zolang het goed geregeld wordt niet. De nieuwe bedrijven zorgen voor kennis en verbetering van de logistiek voor de export van producten. Hier kunnen de kleinschalige boeren van leren. Je ziet bijvoorbeeld dat de Nederlandse rozenkwekers die zich in Kenia hebben gevestigd een positief effect hebben. Ze zorgen voor werk en daarmee voor inkomen. Daarnaast zie je dat rondom deze bedrijven steeds meer kleinschalige boeren zelf met de teelt van rozen beginnen. Ze hebben de techniek en de kennis van de westerse boeren gekopieerd en exporteren nu zelf bloemen.”

Met name Aziatische landen kopen grond in Afrika voor voedselproductie voor de eigen bevolking. Wat vindt u daarvan?
”Het hoeft niet gelijk schadelijk te zijn voor de Afrikaanse landen, zolang dit wordt gedaan mét de lokale bevolking. Als de lokale bevolking wordt betrokken bij de voedselproductie hoeft het geen probleem te zijn. De Afrikanen kunnen gaan werken op deze bedrijven en hebben daardoor een inkomen. Daarnaast kunnen de Afrikanen leren van de technieken die de andere landen introduceren op de gronden. Als de grond volledig geëxploiteerd wordt door de nieuwe eigenaren, zonder interactie met de lokale bevolking is het wel een probleem. Maar hierover zijn recent door de G20 afspraken gemaakt.”

U zegt dat er veel potentie is voor landbouw in Afrika. Is het klimaat wel geschikt voor verhoging van de landbouwproductie?
”De Afrikaanse landbouw loopt ver achter. Er wordt geen modern zaaizaad gebruikt en slechts 40 tot 60 procent van de vruchtbare landbouwgrond wordt benut. Er is in deze gebieden, van West- tot Oost-Afrika 50 miljoen hectare goede landbouwgrond, met voldoende water, beschikbaar.”

Welke rol kunnen Nederlandse boeren spelen bij het voedselvraagstuk?
”De groeipotentie van voedselproductie in ontwikkelingslanden is heel groot. Ze zouden dus een bedrijf kunnen opstarten in Afrikaanse landen, waar geen ruimtebelemmeringen zijn. Ze kunnen op die manier ook hun kennis delen. Delen van kennis kan ook via het jaarlijkse congres van de World Farmers Organisation jaarlijks waarbij meer dan tweehonderd boeren uit zeventig landen bijeenkom komen om kennis uit te wisselen.”

Verwacht u dat het wereldvoedselprobleem over veertig jaar is opgelost?
”Nee, maar we zullen wel een grote stap voorwaarts hebben gemaakt. De laatste dertig jaar hebben veel regeringen de landbouw verwaarloosd. Pas bij de voedselcrisis in 2007 werd het belang van de voedselproductie weer duidelijk. De overheidsinvesteringen in de agrarische sector zijn hierdoor weer gestegen. De voedselcrisis was een goede ’wake-up call’. Ook in de G20 zijn hierdoor afspraken gemaakt over voedselzekerheid. De wereldbevolking groeit heel snel, maar er is nu meer aandacht voor de landbouw, waardoor er stappen worden gemaakt. De investeringen moeten overigens niet alleen van de overheid komen. Zij kunnen zorgen voor een goede infrastructuur en ondernemersmogelijkheden. Er ligt ook een taak bij de private sector.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.