Redactieblog

406 x bekeken 2 reacties

Thieme: Partij voor de Dieren is exponent van de tijdgeest

Eind november viert de Partij voor de Dieren haar eerste lustrum in de Tweede Kamer. De fractie van Marianne Thieme en Esther Ouwehand heeft zich in die vijf jaar gemanifesteerd als een getuigenispartij waarbij dierenwelzijn centraal staat. Als de partij kansen krijgt om in de regering te komen, zal ze daar niet voor weglopen.

door Mariska Vermaas

Fractievoorzitter Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren kijkt tevreden terug op de eerste vijf jaar in de Tweede Kamer. ”We hebben per jaar steeds meer bereikt”, aldus Thieme. Het eerste hoogtepunt was het verbod op de verrijkte kooi in 2006. Dit wordt in 2020 van kracht. Het PvdD-wetsvoorstel voor een verbod op onverdoofd ritueel slachten gaat dit najaar naar de Eerste Kamer.

Jullie worden vaak gezien als one-issue partij. Hoe ziet u dat?
”Onze visie wordt ook steeds breder zichtbaar. We zijn de enige partij voor de planeet. We kijken niet alleen naar dieren, maar ook naar behoud van de aarde. We zijn een partij voor maatschappij, dier en milieu.”

Moet de naam van de partij dan niet veranderd worden?
”Nee. Partij voor de Dieren is een geuzennaam. De naam geeft aan dat we als partij niet de mens centraal zetten. Zeker in tijden van crisis zie je dat veel partijen het eigenbelang op korte termijn centaal stellen. Ze denken vanuit de portemonnee: met snel produceren en business as usual komen we er wel bovenop.”

Is de politiek veranderd sinds de PvdD in de kamer zit?
”Andere partijen hebben ook steeds meer aandacht voor dierenwelzijn en milieu. Zo kwam D66 in de tegenbegroting ook met een vleestax. Ook de denkrichting van Groenlinks, die eerder vooral gericht was op duurzaamheidsonderwerpen zoals bijvoorbeeld windenergie en spaarlampen, wordt kritischer op de milieubelasting van vleesconsumptie. Dat leek eerder een taboe. Ook de PvdA heeft meer aandacht voor dierenwelzijn en milieu.”

Worden de politieke tegenstanders ook feller dankzij jullie?
”Ja. De landbouwcoalitie van CDA, VVD en SGP wordt ook feller. Maar ik merk ook dat de traditionele gedachte over de landbouw zoals Ger Koopmans en Ad Koppejan die verwoorden, ook binnen het CDA tot verdeeldheid leidt. Oudgedienden als Wijffels en Lubbers constateren dat het anders moet in de veehouderij. Die clash binnen de partij wordt groter. Je ziet het ook bij de VVD. Mark Rutte geeft met zijn manifest Groen Rechts uit 2008 ook aan een andere weg in te willen slaan dan de traditionele.”

De Partij voor de Dieren heeft een eigen tactiek. Gaan jullie hier ook in de toekomst mee door?
”Ja. We zijn een getuigenispartij. We willen bewustwording en het debat realiseren door deze expliciete vorm van politiek bedrijven: Door veel Kamervragen te stellen willen we ook mensen op het ministerie prikkelen om te denken over zaken die normaal niet onder de aandacht komen. Met een standpunt van de staatssecretaris over deze onderwerpen hebben we een aanjaagmogelijkheid voor het politieke debat.”

In vijf jaar tijd waren er twee landbouwministers en een staatssecretaris. Wie is de favoriet?
”Met Gerda Verburg hebben we veel aanvaringen gehad, maar ze was wel heel duidelijk in haar beleid. Henk Bleker is in politiek opzicht makkelijker in de omgang. Maar hij heeft veel gezichten en dat maakt hem niet erg betrouwbaar. Op een bijeenkomst van maatschappelijke organisaties kan hij goed gedijen en meevoelen, terwijl hij op een bijeenkomst van Limburgse boeren zegt dat ze juist de mazen van de wet moeten zoeken met hun creativiteit. De vraag is wat hij nu écht vindt. Cees Veerman heb ik in 2005 eens bestempeld als de meest dieronvriendelijke minister. Met dit kabinet zien we echter dat het veel erger kan.”

U noemt het kabinet. Heeft u zelf regeringsambities?
”De politieke verhoudingen zijn sterk veranderd. Er zijn geen hele grote partijen meer, waardoor de stemmen van kleine fracties zoals PvdD soms doorslaggevend zijn. Onder voorwaarden zijn we bereid mee te doen. Landbouw is voor de meeste partijen geen breekpunt. Dat geven ze vaak aan het CDA. Voor ons is landbouw wel een breekpunt.”

Heeft u het gevoel dat u buiten de Kamer ook veel effect heeft?
”De maatschappij heeft steeds meer aandacht voor duurzaam voedsel en milieu. Steeds meer mensen maken zich zorgen over de beschikbaarheid van voedsel en grondstoffen, maar ook over de veehouderij. Kijk naar de Q-koorts en de antibioticaproblematiek die door de veehouderij is veroorzaakt. Wij zijn de exponent van de tijdgeest.”

Heeft u in vijf jaar gezorgd voor verandering in de veehouderij?
”De groep boeren die achter ons staat, groeit. Ze beseffen dat we niet tegen boeren zijn, maar dat de veehouderij anders moet. Ook zie ik dat boeren juist een tegenoffensief beginnen. Boeren die zich verenigen om te vertellen dat het niet zo slecht is in de varkenshouderij, zetten ze hun energie verkeerd in. Die energie kun je beter gebruiken om echt te moderniseren en te voldoen aan de maatschappelijke eisen, in plaats van het verkopen van een onverkoopbare boodschap. Zelfs oud-Viontopman Daan van Doorn concludeert dat het anders moet.”

U stelt hoge eisen aan de veehouderij. Waar moet de boer beginnen?
”Met ophouden te geloven dat de markt alles bepaalt. De markt kent geen ethiek en is daarmee even meedogenloos voor de boer als voor het dier. Het idee dat de overheid zich er niet mee moet bemoeien, is verkeerd. De markt kent geen genade voor boeren, dieren en het milieu.”

LTO: tempo PvdD irriteert veehouder
De Partij voor de Dieren richt zich vooral tegen de intensieve veehouderij. LTO Nederland merkt dat de politieke partij bij de LTO-achterban vaak irritatie oproept. “Met name ten aanzien van het tempo in de vernieuwing in de veehouderij. De PvdD maakt van de verduurzaming een one issue-politiek. Alsof het alleen om megastallen gaat”, vindt Hans Huijbers, portefeuillehouder duurzaam ondernemen van LTO Nederland.
LTO constateert dat door Marianne Thieme en Esther Ouwehand ook andere politieke partijen meer oog hebben voor dierenwelzijn, diergezondheid en de brede discussie over de veehouderij. “Door de PvdD hebben meer partijen in het maatschappelijke debat oog voor dit onderwerp”, zegt Huijbers. Hij constateert wel dat de PvdD bij boeren het beeld van Rupsje Nooitgenoeg opwekt. “De als extreem ervaren standpunten dragen niet bij een vruchtbare basis voor een gesprek.” LTO gaat wel eens met PvdD in overleg. “Maar de kans dat wij elkaar naderen is niet zo groot. De standpunten zijn te extreem voor ondernemers die graag stappen zetten in de vernieuwing en verduurzaming.”
Hoewel de PvdD volgens LTO een belangrijke rol speelt in het debat over dierwelzijn en de veehouderij, spelen ze niet de allesbepalende rol. “De veehouderij realiseert zich heel goed dat verduurzamen de enige stap voorwaarts is. Deze stappen zouden we ook zonder PvdD zetten.”

Foto

Laatste reacties

  • no-profile-image

    t.kwakkel

    marianne,waar is jou mascara, oogschaduw,en lippe stift gekocht.is dat allemaal diervriendelijk getest.ik denk het niet want dan betaal je de hoofdprijs.ons vertellen hoe het moet en zelf maar aanknoeien.groet teunis

  • no-profile-image

    Dijk

    Hoihoihoi het liefst draait ze de hele sector de nek om. Maar ondertussen heeft ze niet door hoe groot de gevolgen dan zullen zijn voor Nederland! Als de hele sector omvalt zijn er pas veel mensen werkloos. En eerlijke concurentie heeft ze nog nooit van gehoord. Wij moeten des Thiemes produceren en ondertussen kopen we goedkoop vlees en andere producten uit andere landen waar compleet geen controles zijn. Onder het motto als het maar goedkoop is!!

Of registreer je om te kunnen reageren.