415 x bekeken 1 reactie

Snelle opkoopregeling gewenst

De slechte situatie in de varkenshouderij vereist maatregelen. Een opkoopregeling biedt uitkomst, stelt Johnny Hogenkamp. Er moeten fors minder varkens komen.

Het is de hoogste tijd dat er een flink tekort aan varkens komt. Het buigt en barst aan alle kanten in de varkenshouderij; snel een opkooptender organiseren.

Of het komt omdat ik dagelijks alle kanten van de varkenshouderij ervaar, zie en spreek, dat weet ik niet. Wel weet ik dat talloze gezinnen met een varkenshouderij alle levensvreugde ontnomen is. Dat eerste leveranciers aan die bedrijven op omkiepen staan. Dat meerdere varkensbedrijven geen medicijnen en entstoffen meer geleverd krijgen. Banken die plotsklaps geconfronteerd worden met lege voersilo’s en vele tonnen aan opgelopen debiteuren, noodkredieten worden verstrekt. Bedrijven zijn aan nieuwe eigenaren geholpen, waarbij miljoenen zijn weg geboekt. Varkens die tot drie keer toe verpand zijn. Zo kan ik nog wel even doorgaan.

Ondertussen regeert de gelatenheid in de sector. De schijn wordt op gehouden. Niemand die opstaat en zegt: ”Laten we de beurzen in oktober eens schrappen en de 5 miljoen die we daarmee in de zak houden besteden aan een masterplan”.

Veel varkenshouders wachten op de buurman die omvalt, ondanks zijn mooie bedrijf, harde werken en prachtig gezin. 80 procent is ziek, waarvan 40 procent terminaal en 40 procent mag het infuus behouden. 20 procent redt zich altijd, je mag ze goede ondernemers noemen, wellicht hebben ze meer talenten aangeboren gekregen.

Wijzen naar anderen lost niks op. Leveranciers die dachten de zaken goed voor elkaar te hebben, ervaren nu aan den lijve dat er geen geld meer binnen komt. Slachterijen zitten met smart te wachten dat ze weer eens ’nee’ kunnen verkopen aan hun afnemers. Er moeten fors minder varkens komen en snel.

In Nederland beginnen met een opkooptender. Die houdt in dat varkenshouders inschrijven voor welk bedrag ze hun vergunningen en varkensrechten in willen leveren. Van het laagste bedrag af aan halen we minimaal 100.000 zeugen uit de markt, vervolgens spreidt dit zich over Europa uit.
Degene die al op het punt van leegdraaien staat, wil graag voor 500 euro meedoen, degene die nog lang niet 2013 klaar is wellicht voor 1.000 euro. Zeugen en biggen verkopen de mensen zelf.

Aan de stallen worden geen directe eisen gesteld, behalve dan dat er nooit geen varkens meer in gehouden mogen worden. Ruwe schatting, 100.000 zeugen maal 750 euro is 75 miljoen euro.

Natuurlijk kun je zeggen dat er in betere tijden wellicht weer uitgebreid wordt. Laat deze betere tijden zich dan eerst maar weer eens aandienen. Wat vandaag onder de oppervlakte brandt, is onmenselijk en niet langer acceptabel.

Varkenshouder Johnny Hogenkamp uit Dalfsen is voorman van Farmfocus, de producentenintegratie voor de varkenshouderij.

Foto

Eén reactie

  • no-profile-image

    Heeft dit zin met een zelfvoorzieningsgraad van 110% in Duitsland waar vanuit nu al veel geimporteerd wordt. Dan kunnen wij 7 a 8% uit de markt halen die is zo weer aangevuld. Vleesvarkenshouders moeten gezamelijk met behoorlijke aantallen varkens elke week verkopen aan een andere slachterij. De kopers van vlees hebben zo meer onzekerheid en willen door een betere prijs neer te leggen de zekerheid creëren en dat is wat er moet zijn strijd om het vlees. Waarom zijn anders alle concepten enz gekomen om vastigheid te creëren binnen de slachterij. Het Nederlands vlees keren ze niet zomaar de rug niet toe vanwege de kwaliteit en voedselveiligheid en overig eisen.

Of registreer je om te kunnen reageren.