116 x bekeken

Meer keuzevrijheid voor lidstaat in nieuw EU-plattelandsbeleid

Terecht ging bij de presentatie van het nieuwe GLB de aandacht uit naar inkomenssteun. Maar ook het plattelands-beleid verandert, zij het minder. Brussel wil meer flexibiliteit, extra steun voor jonge boeren en georganiseerde ketens.

Voor journalisten is het elk jaar een leuk spelletje: wie ontdekt de meest absurde bestedingen van geld uit het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB)? Sinds 2006 zijn de EU-lidstaten verplicht jaarlijks alle subsidiegegevens openbaar te maken en dat leidt steevast tot merkwaardige en soms bizarre ontdekkingen. Honderdduizenden euro’s gaan naar accordeonverenigingen, snookerclubs en schaatsbanen, of particulieren zoals de Britse koningin en de dochter van een Bulgaarse oud-landbouwminister.

Onaanvaardbaar, vonden VVD en CDA een jaar geleden. Het liberale Kamerlid Janneke Snijder stelde dat sprake is van het onnodig rondpompen van Europese middelen, terwijl haar toenmalige collega Joop Atsma betoogde dat boerengeld in boerenhand terecht hoort te komen. Beiden riepen het kabinet op de criteria voor het ontvangen van plattelandssteun flink aan te scherpen. Wie de recente voorstellen van Eurocommissaris Dacian Ciolos voor het nieuwe GBL bestudeert, moet concluderen dat dit voorlopig niet zal gebeuren.

Landelijk gebied
Als het aan de Roemeen ligt, blijft de zogeheten tweede pijler (P2) van het landbouwbeleid grotendeels in tact. Dit betekent dat het budget (jaarlijks 14 miljard voor de gehele EU)) ook na 2013 wordt besteed aan de ontwikkeling van het landelijk gebied in de breedste zin van het woord en dus niet per definitie terechtkomt op het erf van de boer; ook andere (kleinschalige) bedrijven, organisaties en overheden delen mee in deze ruif. Dit gebeurt hoofdzakelijk via de bekende Leadergroepen voor lokale en regionale initiatieven.

Toch zijn er wel degelijk aanpassingen. Zo is het plattelandsbeleid straks niet meer opgedeeld in vier assen met elk een eigen budget. Ciolos wil meer flexibiliteit en heeft daarom zes prioriteiten benoemd, zonder financiële schotten daartussen (zie kader). Dit betekent dat lidstaten meer keuzevrijheid krijgen. Daarnaast varieert hij de co-financieringspercentages om bepaalde regelingen extra te stimuleren.

Dat laatste is hij bijvoorbeeld van plan met de steun aan jonge boeren. Onder het huidige beleid kunnen starters maximaal 70.000 euro subsidie ontvangen, dat voor de helft moet worden opgebracht door de lidstaat. Vanwege die laatste bepaling hebben Nederlandse jonge boeren nu slechts recht op 25.000 euro – Bleker stelt niet meer dan 12.500 euro beschikbaar. Maar doordat Brussel straks 80 procent van de kosten draagt, wordt het voor nationale overheden aantrekkelijker om meer geld toe te kennen. Niet zonder reden zijn jongerenorganisaties NAJK en Ceja tevreden met dit onderdeel van de plannen.

Producentenorganisaties
Nieuw is tevens de stimulering van producentenorganisaties. Er komt een steunmaatregel voor boeren en tuinders om gezamenlijk producten op de markt te brengen. Het idee is dat primaire producenten daardoor minder kwetsbaar worden ten opzichte van andere ketenspelers.

Voorwaarde is wel dat de organisatie wordt erkend door de lidstaat, wat in Nederland nog wel eens problemen zou kunnen opleveren; staatssecretaris Bleker heeft laten weten dat deze bepaling kan stuiten op de mededingingswetgeving. De subsidie voor producentenorganisaties bedraagt maximaal 10 procent van de waarde van de te vermarkten goederen in de eerste vijf jaren.

Een andere opvallende nieuwe bepaling is dat lidstaten de mogelijkheid krijgen om tussen de pijlers te schuiven met budget. Zo mogen alle EU-landen tot 10 procent van de nationale enveloppe voor directe betalingen besteden aan plattelandsdoelen. Of Nederland daar gebruik van gaat maken, is nog niet bekend. Dat lijkt echter onwaarschijnlijk gezien de toch al fikse korting op P1.

Risicomanagment
Anderzijds: Ciolos wil het innovatiebeleid en regelingen voor risicomanagment geheel bij P2 onderbrengen (zie kader), waardoor geld voor bijvoorbeeld duurzame stallen of weersverzekeringen straks daar vandaan moeten komen. Daarnaast kunnen lidstaten met een laag gemiddelde van bedrijfstoeslagen – daar hoort Nederland niet toe – ten hoogste 5 procent van de tweede naar de eerste pijler doorschuiven.

Het nieuwe plattelandsbeleid moet in 2014 van kracht worden. In tegenstelling tot het stelsel voor de inkomenstoeslagen is echter geen sprake van stevige veranderingen. En één ding verandert zeker niet: wie een golf- of schaatsbaan in landelijk gebied wil aanleggen, kan daar straks nog altijd een GLB-subsidie voor krijgen.

De zes prioriteiten van de tweede pijler

  • Kennis en innovatie
    De agrarische sector en daarmee het platteland is gebaat bij vernieuwing, vindt Eurocommissaris Ciolos. Daarom komt hij met regelingen voor kennisoverdracht, inkoop van advies en investeringen in bedrijfsmiddelen.

  • Concurrentiekracht
    Jonge boeren komen in aanmerking voor een starterssubsidie, waarvoor de co-financieringseisen worden verlaagd (zie hierboven). Ook komt er extra ondersteuning (maximaal 15.000 euro per bedrijf) van kleine boeren en van bedrijven in handicapgebieden.

  • Ketenorganisatie en risicomanagment
    Er is geld beschikbaar voor het opzetten van producentengroepen (zie hierboven). Ook zijn er middelen voor dier- en plantverzekeringen en een regeling voor inkomensstabilisatie; bedrijven die over een langere periode een lager inkomen hebben dan 30 procent van hun gemiddelde komen in aanmerking voor steun.

  • Herstel, behoud en verbetering ecosystemen
    Boeren en andere landeigenaren die bovenwettelijke maatregelen treffen op het gebied van milieu en klimaat kunnen deel van de kosten hiervan vergoed krijgen. Bedrijven in Natura 2000-gebieden ontvangen in bepaalde omstandigheden steun, evenals biologische ondernemers.

  • Efficiënt grondstoffengebruik
    Hieronder vallen maatregelen die een duurzaam gebruik van grondstoffen stimuleren, of een vermindering van emissies.

  • Armoedebestrijding en economische ontwikkeling
    De Leaderaanpak blijft in stand. Hiermee wil de Europese Commissie de leefbaarheid van het platteland opkrikken.
  • Foto

    Of registreer je om te kunnen reageren.