Redactieblog

148 x bekeken

Kabinet kiest voor middenweg bij productschappen

De productschappen mogen blijven, maar dan wel in een sterk afgeslankte vorm. Alleen de strikt noodzakelijke taken blijven. Het voorstel lijkt een compromis tussen de regeringspartijen.

Minister Henk Kamp van Sociale zaken en Werkgelegenheid wil de product- en bedrijfsschappen (PBO) fors inkrimpen. Als het aan het kabinet ligt wordt het budget voor de productschappen met 75 procent verlaagd van 250 miljoen euro nu, naar ongeveer 60 miljoen euro in de nieuwe vorm. Het aantal arbeidsplaatsen wordt meer dan gehalveerd van 730 arbeidsplaatsen nu, naar 300 arbeidsplaatsen in het nieuwe model. Het kabinet pleit ervoor om bij de productschappen ’nieuwe stijl’ te werken met één centrale backoffice. Hoeveel productschappen er uiteindelijk mogen blijven, mogen de sectoren zelf beslissen. ”Dat zou één centraal productschap met verschillende kamers kunnen zijn”, gaf Kamp als voorbeeld.

De inkrimping van de productschappen is het gevolg van het wegnemen van hun taken. Alleen de wettelijke medebewindstaken blijven bij de productschappen liggen, in combinatie met taken van publiek belang uit het oogpunt van plant- en diergezondheid, dierwelzijn, voedselveiligheid en gezondheid. Daarmee worden de promotie- en voorlichtingsactiviteiten en taken op het gebied van onderwijs en scholing bij de productschappen weggehaald. Alleen onder voorwaarden kunnen ook andere taken bij de productschappen worden neergelegd. Daarvoor moeten de minister en de Tweede Kamer dan toestemming geven.

De kritiek op de productschappen is vooral gericht op de wijze van bestuur en de financiën. Zeer hoge vergoedingen voor productschapsbestuurders en benoemingen van bestuursleden achter gesloten deuren deden geen goed aan het imago van de schappen. Het financieel beleid kreeg ook geen pluim: boeren en tuinders zijn verplicht hoge heffingen te betalen, waarmee de schappen onder andere een fors eigen vermogen hebben opgebouwd.

De meeste boeren en tuinders vinden het echter wel te ver gaan om de schappen af te schaffen, zo bleek uit een peiling eerder dit jaar. Reden: er is geen echt alternatief. Overname door de overheid van de vaak zeer technische zaken is niet eenvoudig.

Het standpunt van de regering lijkt op een mooi compromis tussen de regeringspartijen CDA en VVD, de partijen die voor behoud en voor afschaffen zijn. Gekozen is voor een middenweg. Helemaal afschaffen en de verplichte taken onderbrengen bij de ministeries zou in het huidige kabinetsbeleid ook ongeloofwaardig zijn. Het kabinet gaat uit van de kracht van ondernemers en wil het de ondernemers laten doen. Bovendien moet fors bezuinigd worden op het overheidsbestel. Een boodschap dat het productschap wordt opgeheven en de taken naar de overheid gaan, is dan onverkoopbaar.

De vraag is hoe de Tweede Kamer het plan zal beoordelen. Er lijkt een meerderheid voor afschaffen van de schappen, maar de vraag is of de soep ook zo heet gegeten wordt. Sowieso is het de vraag of in de Tweede Kamer aan de vooravond van het reces nog gegeten wordt: de productschappen zijn dé grote organisator van de feestelijke Binnenhofbarbecue. Deze promotie-activiteit zal volgens het voorstel van het kabinet in de toekomst niet meer tot het takenpakket van de schappen behoren.

Of registreer je om te kunnen reageren.