120 x bekeken

Hervorming Ciolos minder ingrijpend dan koerswijziging voorgangers

Bijna elke landbouw-commissaris krijgt de kans het beleid op nieuwe leest te schoeien. Anders dan zijn voorgangers kiest Ciolos niet voor radicale veranderingen.

Na maanden van onderhandelen, speculeren en lekken heeft eurocommissaris Dacian Ciolos (landbouw) dinsdag zijn plannen voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) gepresenteerd. Daarmee treedt hij in de voetsporen van onder meer Ray MacSharry en Franz Fischler, die in 1992 en 2003 soortgelijke operaties uitvoerden.

Maar in tegenstelling tot zijn voorgangers is de Roemeen niet een geheel nieuwe weg ingeslagen. Zijn vergroeningseisen en beperkte herverdeling van het budget maken van zijn ‘finest hour’ geen memorabel moment.

De roep om hervormingen was groot. Nieuwe uitdagingen zoals prijsschommelingen, klimaatverandering en de achteruitgang van biodiversiteit zijn volgens boerenorganisaties en natuurclubs reden het huidige beleid op andere leest te schoeien. Voeg daarbij grote verschillen in middelen tussen Oost en West én de complexiteit van de stelsels voor inkomenssteun (eerste pijler) en plattelandsontwikkeling (tweede pijler) en er is voldoende aanleiding het GLB op de schop te nemen.

Op het eerste gezicht doet Ciolos dat ook. Aan de toekenning van bijna eenderde van de bedrijfstoeslagen verbindt hij ‘groene’ eisen: gewasdiversificatie, permanent grasland en ecologische focusgebieden. In de praktijk kunnen bedrijven die daar niet aan voldoen zelfs ál hun directe inkomenssteun verliezen. Op die manier lijkt een groener landbouwbeleid gegarandeerd.

Toch is dat nog maar de vraag. Dat heeft met name te maken met het soort eisen dat de eurocommissaris stelt. Voor veel hoogproductieve lidstaten, zoals Nederland, zijn veel voorwaarden lastig en enkel tegen hoge kosten te realiseren. Het vergroeningseffect lijkt bovendien marginaal. Hoewel Ciolos een punt heeft als hij zegt dat er geen oneerlijke concurrentie binnen de EU mag ontstaan, was het beter geweest als hij meer ruimte had geboden voor nationale wensen. Terecht beklaagt LTO zich over het uitblijven van steun voor weidegang, of precisielandbouw.

Op het gebied van de herverdeling van het budget is Ciolos, begrijpelijkerwijs, redelijk voorzichtig te werk gegaan. Bij de grootste ontvangers (Malta, Nederland, België en Italië) snoept hij zo’n 5 tot 10 procent van het bedrag per hectare af. Een hard gelag voor de boeren in die landen en het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat staatssecretaris Bleker daar bezwaar tegen maakt. Toch had die korting nog steviger kunnen uitvallen gezien de uiteindelijke doelstelling van Ciolos. Hij wil naar een uniforme hectarepremie in de gehele EU in 2028, wat in het huidige tempo een onmogelijke opgave lijkt (en niet toevallig is dat ver na zijn huidige ambtstermijn).

Zelfs als de eurocommissaris de komende twee jaar de potjes handjedrukken met boze bewindslieden en klagende europarlementariërs kan winnen, zal zijn hervorming niet dezelfde status krijgen als die van MacSharry en Fischler. Dat hoeft ook niet, want radicale verandering betekent zeker niet per definitie radicale verbetering. Of een geleidelijke aanpassing het beleid zal verbeteren, moet de toekomst uitwijzen.

Of registreer je om te kunnen reageren.