317 x bekeken 4 reacties

Burgers en buitenlui kloppen steeds harder op staldeur

De maatschappelijke bemoeienis met de land- en tuinbouwsector is de afgelopen decennia flink gegroeid. Daar waar buitenstaanders zich vijftig jaar geleden nauwelijks met de ontwikkelingen achter de staldeuren bemoeiden, is de druk op agrarische ondernemers tegenwoordig groot. Een overzicht.

Er moet wat veranderen, nú. In perscentrum Nieuwspoort overhandigt Hans Alders eind september aan staatssecretaris Henk Bleker (landbouw) zijn verslag van de maatschappelijke dialoog over megastallen en de toekomst van de intensieve veehouderij. In de maanden daarvoor heeft de voormalig minister van Vrom alle partijen in het veld gehoord, van Wakker Dier tot de agrarische vakbonden. Hij is tot de conclusie gekomen dat er brede overeenstemming leeft over de noodzaak tot verbeteringen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en volksgezondheid. De overheid moet het voortouw nemen door doel en middelen te schetsen.

Mansholt
De land- en tuinbouw is een bijzondere economische tak van sport. Hoewel er weinig sectoren zijn met een grotere invloed op de leefomgeving van mensen en dieren, zijn boeren lang gevrijwaard gebleven van maatschappelijke bemoeienis. In de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog kenden Den Haag en Brussel maar één prioriteit: er moest zo snel en zo veel mogelijk voedsel worden geproduceerd.

Onder aanvoering van minister en later Eurocommissaris van landbouw Sicco Mansholt wordt met groot succes de agrarische machine aangezwengeld. Hoewel zijn beleid de nodige aanpassingen vraagt van ondernemers, geeft de PvdA’er hen daar met een systeem van gegarandeerde minimumprijzen, importheffingen en exportrestituties veel voor terug. Boeren wordt geen strobreed in de weg gelegd, met een explosieve productie- en schaalgroei als gevolg.

Pottenkijkers
Maar die politiek heeft een keerzijde, zoals later ook Mansholt zou erkennen. De Club van Rome luidt in 1972 de noodklok met een rapport over de negatieve milieueffecten van een ongebreideld grondstoffengebruik. Hoewel de landbouw niet de enige steen des aanstoots is, blijft de sector nadrukkelijk niet buiten schot. Al snel raakt het begrip ’zure regen’ in zwang. Protestorganisaties schieten in binnen- en buitenland als paddenstoelen uit de grond.

In Nederland wordt in die tijd Milieudefensie opgericht, toen nog een erudiete herenclub met twaalf professoren in de adviesraad, die in navolging van de Club van Rome pleit voor een rem op bevolkingsgroei, milieuvervuiling en verspilling van grondstoffen. Bijna gelijktijdig stichtten bezorgde burgers protestorganisatie Lekker Dier, dat niet zozeer het milieu maar het welzijn van dieren in de veehouderij centraal stelt.

Vanaf dat moment hebben boeren dus te maken pottenkijkers, die in toenemende mate via de media kritiek leveren. Toch leidt dat niet onmiddellijk tot beleidswijzigingen. Voor de sector blijft het ’business as usual’. Dat is voornamelijk toe te schrijven aan de wijze waarop het groene front is georganiseerd. De ijzeren driehoek van Landbouwschap (een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie van werkgevers en werknemers), ministerie en Vaste Kamercommissie heeft een nauwelijks te slechten verdedigingsmuur om de sector gebouwd; onwelgevallige geluiden worden vakkundig buiten de poort gehouden.

Mestoverschotten
Het Landbouwschap wordt opgericht in 1954 en heeft als doel de overheid de wind uit de zeilen te nemen door zelf met goede regelgeving te komen. Al snel groeit de organisatie uit tot een wijdvertakt overlegorgaan, dat zich met name richt op collectieve belangenbehartiging en onderzoek ter bestrijding van ziektes. Door de korte lijntjes met de Haagse en Brusselse politiek ontstaat een machtig bolwerk met grote invloed op het landbouwbeleid.

Vanaf halverwege de jaren tachtig begint het schap echter scheurtjes te vertonen. Natuur- en milieu-organisaties lopen steeds meer te hoop tegen de mestoverschotten en de problemen die dit veroorzaakt. Hetzelfde geldt voor het bestrijdingsmiddelengebruik. Die geluiden sijpelen nu wel door in de politiek en leiden ertoe dat beleidsmakers tot de conclusie komen dat het zo niet langer kan. Uitgerekend een CDA-minister – boerenzoon Gerrit Braks – beperkt in 1984 de vestiging en uitbreiding van varkens- en pluimveehouderijen en verplicht een jaar later boeren tot het bijhouden van een mestboekhouding.

Hoewel ook in de sector zelf de roep tot verandering nu luider klinkt, zoekt het schap zelf tevergeefs naar een antwoord op de mestproblematiek in de hoop eventuele volumebeperkingen te voorkomen. Als in 1995 verschillende landbouworganisaties fuseren tot LTO Nederland en deze nieuwe club besluit de belangenbehartiging zelf op zich te nemen, blijven er voor het eens zo machtige Landbouwschap weinig taken over. Vanaf dat moment leidt het een sluimerend bestaan, totdat minister Klaas de Vries (Sociale Zaken) in 2001 uiteindelijk de stekker eruit trekt.

Partij voor de Dieren
Met het Landbouwschap op sterven na dood groeit in de jaren negentig in Den Haag het besef dat de milieuproblematiek zich niet eenvoudig laat temmen. Met name op het ministerie van Vrom, dat regelmatig botst met dat van LNV, wordt voor de agrarische sector (én andere bedrijfstakken) beperkende regelgeving gemaakt. Zo brengt de al eerder genoemde Alders in 1990 een CO2-heffing voor industrie, verkeer en huishoudens tot stand, schrijft hij in 1992 de Nota klimaatverandering en publiceert hij samen met landbouwminister Bukman de Interimwet ammoniak en veehouderij. Kort daarvoor worden onder Braks plannen gemaakt voor de aanleg van een grootscheeps natuurnetwerk, de Ecologische Hoofdstructuur, dat later met Natura 2000 een Europese evenknie krijgt.

Wind in de zeilen
De natuur- en milieubeweging heeft dan dus de wind in de zeilen. Maar hoe zit het met organisaties die opkomen voor het welzijn van dieren? Vóór Lekker Dier, dat later zou opgaan in Wakker Dier, was er al de Dierenbescherming. Deze organisatie wordt in 1864 opgericht en tot de eerste doelstellingen behoren de afschaffing van het couperen van oren en staarten bij honden en paarden en verbetering van de slachtvoorschriften.

De boodschap van de gematigde Dierenbescherming en het activistische Lekker Dier vindt in samenleving en politiek weerklank als in 2001 ruim een kwart miljoen koeien, varkens, schapen en geiten worden geruimd om het Mond-en-klauwzeervirus in te dammen. De beelden van grijpers vol dode dieren hebben grote impact op de bevolking en doen meer dan voorheen vragen rijzen over schaalgrootte en de behandeling van dieren.

In de daarop volgende jaren worden successen geboekt op het gebied van kistkalveren, legbatterij-eieren en castratie van varkens. Ondertussen wordt de Partij voor de Dieren opgericht, die in 2006 twee zetels behaalt bij de Tweede Kamerverkiezingen. Als vooruitgeschoven post van zowel dierrechten- als natuur- en milieuorganisaties verzet de fractie onder leiding van oud-directeur Marianne Thieme van Wakker Dier zich hevig tegen macht van de landbouw, met wisselend resultaat. Tegelijkertijd nemen illegale acties zoals het loslaten van nertsen of bedreigen van ondernemers volgens veiligheidsdienst AIVD in aantal en hevigheid toe.

Derde weg
Landbouwbeleid zonder oog voor de effecten op de natuurlijke leefomgeving en het dierenwelzijn is nauwelijks meer voor te stellen. De laatste jaren speelt ook het aspect van volksgezondheid een steeds grotere rol, met name na het Q-koortsdrama van 2009 en 2010. Burgers en buitenlui (en soms ook boeren) verzetten zich tegen de bouw van zogenoemde megastallen. Land- en tuinbouworganisaties beseffen dat terdege en zoeken in toenemende mate hun criticasters op om samen afspraken ter verbetering te maken. De krachtenbundeling in het kader van het Verbond van Den Bosch, waarbij is afgesproken dat al het vlees in de supermarkt straks duurzaam moet zijn geproduceerd, is daar een goed voorbeeld van. Ook de bevindingen van Alders laten zien dat samenwerking mogelijk is en beide partijen tot voordeel kan strekken. Niettemin zijn de belangen vaak tegengesteld en is het wederzijds wantrouwen groot. Of deze derde weg ook in de toekomst kan worden bewandeld, zal dus nog moeten blijken.

Voor dit artikel is onder meer gesproken met hoogleraar rurale sociologie Han Wiskerke en hoogleraar communicatiewetenschappen Cees van Woerkum van Wageningen UR, en onderzoeker Jan Buurma van landbouw-economisch instituut LEI.

Wakker Dier wil binnen een jaar mét boeren actievoeren, in plaats van tegen boeren

Er is al veel bereikt, maar de echte omslag in de veehouderij laat nog op zich wachten. Dat constateert campagneleider Sjoerd van der Wouw van Wakker Dier. Hij wil samen met de boeren gaan optrekken. “Wij hebben een gezamenlijk belang.”

Is de maatschappelijk houding ten opzichte van de veehouderij veranderd in de afgelopen 25 jaar?
“Zeker, in alle geledingen. Vroeger kregen dierenorganisaties vaak slechte pers, nu is het tegenovergestelde het geval; dierenwelzijn is een basisvereiste geworden. De uitbraak van de varkenspest in 1997 vormde een keerpunt, want vanaf dat moment is de weerstand tegen dierenleed enorm gegroeid. Nu staan we aan de vooravond van een tweede keerpunt: deze weerstand omzetten in concrete veranderingen. Dat is nodig, want feitelijk is er nog weinig gebeurd.”

Hoe ontvankelijk is de sector voor jullie boodschap?
“Landbouw en dierenorganisaties hebben lang tegenover elkaar gestaan, maar kunnen elkaar nu beter vinden. De sector realiseert zich dat met bulk weinig valt te verdienen en wij zien in dat nieuwe eisen ook geld kosten. Beide partijen hebben een gezamenlijk belang en daar kunnen we mee aan de slag. Binnen een jaar wil Wakker Dier mét boeren op tractoren actie voeren.”

Wat ziet u als de grootste successen van Wakker Dier?
“Het einde van de legbatterij, een stop op bloedarmoede bij kalveren en het castratieverbod. Maar daarmee kun je nog niet spreken van de omslag die wij nastreven. Ik denk dat de grootste slag moet plaatshebben in het schap van de supermarkt. Kijk naar de opmars van het Beter Leven keurmerk; ik hoop dat er binnen de supermarktwereld een concurrentieslag zal ontstaan om wie het meeste sterren heeft.”

Foto

Laatste reacties

  • joannes

    Kort samengevat zou je kunnen zeggen: verander mee, want honger (destijds) heeft een andere intelligentie dan voorspoed. En nu leeft bijna iedereen in een,vwb voedsel, voorspoed met zoveel aanbod. De klanten, consumenten, willen nu meebepalen in welke omstandigheden hun voedsel is geproduceerd.

  • Khalid en zijn maten

    Ik denk dat de Heren en dames van Wakker dier binnenkort zelf een (voorbeeld) gemengd bedrijf gaan beginnen waar dierwelzijn hoog in het vaandel staat, en daarmee laten zien dat er een goed inkomen uit te halen is....Geld om dit te financieren hoeven ze niet te lenen,want hun stichting heeft inkomsten genoeg...

  • Jonas Brabant

    De wijze waarop dit artikel is geschreven geeft mij een heel vervelende linkse bijsmaak......

  • Mozes

    Wakker dier erkent dat de grootste slag gemaakt moet worden in het schap van de supermarkt. Dit is een juiste en hoopgevende constatering.
    Ze zijn blijkbaar in gaan zien dat schoppen tegen de boer terwijl de consument zich alleen maar laat leiden door goedkoop geen resultaat kan opleveren.

Of registreer je om te kunnen reageren.