234 x bekeken

’Westelijke lidstaten willen niet écht hervormen’

Voor het eerst bepalen liefst 27 landen de toekomst van het GLB. De Oost-Europese lidstaten vinden dat ze recht hebben op een groter deel van het landbouwbudget. ”We moeten bouwen aan een Europa op basis van gelijkwaardigheid”, aldus de Poolse minister Sawicki.

De vraag hoeft niet eens te worden gesteld. Uiteraard is Polen bij de onderhandelingen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2013 leider van de twaalf ’nieuwe’ lidstaten, zegt de Poolse landbouwminister Marek Sawicki. Maar dat wil niet zeggen dat hij bezig is een nieuw machtsblok te vormen. Dat is volgens de Poolse landbouwminister meer de strategie van de Fransen en Duitsers, die uit alle macht echte hervormingen proberen te tegen te houden en de voorkeur geven aan een cosmetische operatie.

Polen is dit jaar partnerland op de internationale landbouw- en voedingsbeurs Grüne Woche. Sawicki staat dan ook in het middelpunt van de belangstelling, hoewel hij die aandacht eerder heeft te danken aan zijn visie op het GLB dan aan het Staropalskibrood dat hij in Berlijn aan de man probeert te brengen. De gedrongen 52-jarige minister steekt daarbij zijn mening niet onder stoelen of banken.

Uw Duitse collega Ilse Aigner verwees in haar openingsrede naar de Koude Oorlog en noemde het bijzonder dat u hier bent als partnerland. Vindt u dat zelf ook?
”Dit is de 25ste keer dat Polen deelneemt aan de Grüne Woche, en de tweede keer als partnerland. Daar ben ik blij om, maar het is ook onze verantwoordelijkheid. Hier richten wij ons geheel op de wensen van de consument, wat van groot belang is. Tegelijk biedt deze week mij de gelegenheid deel te nemen aan internationale symposia en gesprekken met andere politici te voeren.”

Bij de persconferentie vóór de ministerstop stalen uw Franse en Duitse collega de show; zíj kregen de vragen en waren het langst aan het woord. Voelt u zich miskend?
”Helemaal niet. Ik merk wel dat een zekere politieke correctheid ervoor zorgt dat over sommige zaken zachter wordt gesproken. Iedereen heeft het over hervormingen en vergroening van het GLB, maar dat wordt nooit geconcretiseerd. Ik ontwaar bij mijn collega’s geen hervormingsgeest; zij willen slechts de politiek van de twintigste eeuw behouden. Het zal dan ook nog lang duren voor er een akkoord ligt.”

Polen wil vooral een stevige tweede pijler. Waarom?
”Iedereen vindt dat er nu te weinig geld is voor bedrijven die zich willen ontwikkelen. Europa moet boeren niet alleen betalen omdat ze boer zijn, maar juist toekomstgerichte en duurzame programma’s financieren. Een stevige tweede pijler draagt bovendien bij aan een eerlijker verdeling van het budget. Weten uw lezers dat boeren in Letland gemiddeld maar 90 euro steun per hectare krijgen, terwijl in Griekenland 500 euro wordt betaald? Daarover moet u eens schrijven! Duitsland en Frankrijk wilden dit eerst veranderen, maar toen het zover was om zaken op papier te zetten, krabbelden zij terug; het ontbreekt hen aan politieke moed. Als die landen, en ook Nederland, écht geloven in een vrije markt met gelijke kansen voor iedereen moeten zij ophouden deze oneerlijke verdeling van subsidies te steunen.”

Nederland vreest dat uw voorstel leidt tot renationalisatie van het landbouwbeleid. Tweede pijler-steun vereist cofinanciering.
”Wie zegt dat? Dat hoeft helemaal niet. U gaat er bovendien vanuit dat cofinanciering betekent dat de nationale overheden meebetalen. Ik zie liever dat boeren en verwerkende industrie subsidies cofinancieren.

Hoe bedoelt u?
”Stel: ik ben boer en weet dat mijn bedrijf toekomst heeft. Daarom investeer ik in machines, in nieuwe technologieën. Waarom zou ik dan niet de helft daarvan vergoed kunnen krijgen door subsidies uit de tweede pijler? In dit geval betalen Brussel en de ondernemer dus samen voor de ontwikkeling van de onderneming. Nu is het nog zo dat boeren die geen euro investeren net zoveel subsidie ontvangen als zij die wel op de toekomst zijn gericht. Als wij nog langer op deze weg doorgaan, kunnen we de Verenigde Staten straks niet meer bijhouden. Kijk maar eens hoever wij nu al achter liggen op technologisch gebied.”

Daarmee zegt u dus: Nederland gebruikt een vals argument.
”Het is simpelweg een kwestie van wat je met elkaar afspreekt. Het huidige beleid is niet met ons afgesproken, het is ons opgelegd door de oude lidstaten. In de nieuwe onderhandelingen kun je tot een andere overeenkomst komen. Bovendien is het in het belang van de oude lidstaten in de toekomst te investeren, anders prijzen zij zichzelf uit de markt.”

De discussies over het landbouwbeleid gaan vooral over de verdeling van het geld tussen Oost en West. Worden daarmee de doelen van het GLB niet vergeten?
”Als dat zo is, komt dat vooral door het ’position paper’ van Frankrijk en Duitsland, dat is gericht op behoud. Het wordt tijd dat we dit soort egoïsme loslaten en kijken naar de Europese markt als geheel. Als sommige lidstaten eens wat minder tijd zouden besteden aan het bijhouden van interne politieke peilingen, kunnen we eindelijk gaan bouwen aan een Europa op basis van gelijkwaardigheid.”

U zei deze week geen voorstander te zijn van machtsblokken. Maar net zoals Frankrijk en Duitsland heeft u er zelf een gevormd.
”Polen is zeker de leider van de nieuwe twaalf lidstaten. Maar als ik een vernieuwd GLB voorstel, wordt dat plan niet alleen in Oost-Europa geaccepteerd, maar ook in Spanje, Groot-Brittannië, Portugal en Zweden. Als we naar de verhoudingen in de Europese Unie kijken, denk ik dat we grond kunnen vinden voor een compromis. Overigens, ik ben niet tegen bilaterale gesprekken en afspraken, maar die moeten wel gericht zijn op vooruitgang.”

Polen is in de tweede helft van dit jaar voorzitter van de Europese Unie. Ziet u kansen dan het tij in uw richting te laten keren?
”Ik heb drie doelstellingen voor mijzelf geformuleerd. Allereerst hoop ik dat onder mijn leiding de onderhandelingen over het nieuwe visserijbeleid kunnen worden afgesloten. Op de tweede plaats wil ik een discussie op gang brengen over mogelijkheden voor boeren om zich te verzekeren tegen onverwachte marktsituaties of slecht weer. Tenslotte moeten we bij de gesprekken over het toekomstig GLB flinke vorderingen maken. De kans dat we daarover nog dit jaar een compromis bereiken is echter zeer klein; daar is waarschijnlijk veel meer tijd voor nodig.”

Foto

Of registreer je om te kunnen reageren.