Redactieblog

228 x bekeken

Werktuigenvrijstelling 57,4% voor windturbine

57,4% van de waarde van een windturbine valt onder de werktuigenvrijstelling. De berekening van de leverancier van de turbine wordt gevolgd. Dat heeft het Gerechtshof in Arnhem vastegesteld.

Kort samengevat is de kern van de uitspraak van Hof Arnhem de volgende:

Belanghebbende verwijst tot steun voor zijn stelling dat de werktuigenvrijstelling 57,4% bedraagt naar de een brief van de leverancier van de windturbine. De Ambtenaar stelt onder verwijzing naar de correspondentie dat Vestas heeft aangegeven dat de opgegeven percentages werktuigenvrijstelling niet meer gelden. Voorts wijst hij erop dat slechts een uitkomst wordt vermeld, maar dat deze niet nader kan worden geanalyseerd.

Uit de hiervoor aangehaalde brief van Vestas valt de Ambtenaar wijst daar terecht op niet af te leiden op welke wijze het daar vermelde percentage is bepaald. Aan te nemen valt evenwel dat Vestas als leverancier van deze windturbine bij uitstek kan weten uit welke onderdelen een windturbine als de onderhavige bestaat en wat de prijs van deze onderdelen is. Uit de brief valt wel af te leiden dat kennelijk per type windturbine een analyse is gemaakt en per type een percentage is bepaald van de waarde van de niet onder de werktuigenvrijstelling vallende delen van windturbines van de verschillende typen. Ook illustreert deze brief dat er kennelijk grote verschillen bestaan tussen de verschillende typen windturbines.

Onder de hiervoor geschetste omstandigheden geeft het Hof voor de bepaling van het percentage werktuigenvrijstelling de voorkeur aan het door de leverancier (Vestas) opgegeven percentage. Het Hof volgt in zoverre het standpunt van belanghebbende.


Meer informatie: LJN: BO6171, Gerechtshof Arnhem, nummer 10/00139

Of registreer je om te kunnen reageren.