84 x bekeken 1 reactie

Provincies bepalen lot van minderheidskabinet Rutte

De Provinciale Staten kiezen dit voorjaar een nieuwe Eerste Kamer. Het voortbestaan van het kabinet hangt hiervan af. Kamerleden zullen de komende weken dan ook vaak op campagne zijn.

Dinsdag ontwaakt de Tweede Kamer uit haar winterslaap en begint aan de tweede helft van dit parlementaire seizoen. Eén datum staat alvast in ieders agenda met een dikke, rode lijn omcirkeld: woensdag 2 maart. Dan worden de nieuwe Provinciale Staten gekozen en de uitslag kan wel eens een vroegtijdig einde maken aan het kabinet Rutte.

Dit komt omdat de provincies via indirecte (of: getrapte) verkiezingen de samenstelling van de Eerste Kamer bepalen. Op dit moment hebben de coalitiepartijen daar door de afwezigheid van de PVV van Geert Wilders geen meerderheid. Zij moeten dus voor elke wet die zij voorstellen lobbyen bij de oppositie, die daarmee veel macht in handen heeft.

Niet zonder reden gaf de huidige fractievoorzitter van het CDA in de Senaat, Jos Werner, onlangs aan dat het kabinet bij een verkiezingsnederlaag beter kan opstappen. Het heeft volgens hem weinig zin om verder te regeren als de Eerste Kamer elk voorstel kan blokkeren. "Zonder meerderheid in de Senaat zakt het kabinet door de bodem", zei hij in NRC Handelsblad.

Er staat dus veel op het spel bij de provinciale verkiezingen, maar wat de uitslag zal worden is nauwelijks te voorspellen. Een blik op de peilingen leert dat coalitie en oppositie elkaar nagenoeg perfect in evenwicht houden. Volgens een onderzoek van Synovate, gehouden vlak voor het reces, zouden VVD, CDA en PVV samen 49,8 procent van de stemmen krijgen; net te weinig dus. Maurice de Hond voorspelde in dezelfde week juist een nipte overwinning voor die drie partijen samen.

Daar vallen wel wat kanttekeningen bij te maken. De twee onderzoeken betroffen verkiezingen voor de Tweede Kamer en dus niet de Provinciale Staten, die doorgaans minder kiezers trekken. Voor partijen die het voor een groot deel van proteststemmen moeten hebben, zoals PVV en SP, kan de uitslag dan ook nog wel eens tegenvallen.

Bovendien mogen de Statenleden zelf weten op wie zij hun stem uitbrengen. Een CDA’er uit Groningen die zich niet kan vinden in de samenwerking van zijn partij met Geert Wilders staat het vrij zijn of haar stem aan een andere fractie te geven. Dat is overigens een reëel risico voor de christendemocraten, en daarmee het gehele kabinet, aangezien de partij ernstig vereeld is over de huidige regeringsdeelname.

Tenslotte speelt de grootte van de provincie nog een rol. Bij de verkiezing van de senatoren, die op 23 mei plaatsheeft, mag elk van de 564 leden van de Provinciale Staten een stem uitbrengen. Aan alle stemmen is een waarde gekoppeld, die afhankelijk is van het aantal inwoners; hoe meer inwoners een provincie telt, hoe hoger de stemwaarde. Dit is ook logisch, want daarmee wordt voorkomen dat dunbevolkte gebieden onevenredig veel gewicht in de schaal kunnen leggen.

Hoewel de provinciale verkiezingen draaien om de regionale besturen, zullen deze dit jaar meer dan ooit een landelijk karakter krijgen. Het belang van de uitslag voor het voortbestaan van het kabinet maakt dat veel Kamerleden, als zij volgende week hun werkzaamheden hebben hervat, net zo vaak in hun provincie als in Den Haag te vinden zullen zijn.

Eén reactie

  • no-profile-image

    Het lijkt of ook de Eerste Kamer meer hecht aan politieke stokpaardjes dan het besturen van Nederland. Mij lijkt een insteek van "Is deze wet of maatregel goed voor het land" dan d einsteek van "Past het wel in ons politieke geloof". Op deze wijze is en blijft Nederland lijden onder de didctateur van de politieke meerderheid. Laten de Haagse Heren eens op zakelijke wijze met elkaar debateren en niet langer op politieke geloofs items elkaar de Kamer uit vechten. Dit doen ze nu al meer dan een eeuw en roepen ookal zolang, dat wij het best denkbare Democratische bestel hebben en dat ieder zichzelf respecterend land een systeem als het onze zou moeten invoeren, ongeacht de geaardheid van de bevolking. In Nederland is nauwelijks te regeren, want iedere 4 jaar hebben we een andere samenstelling van de 2de Kamer en de regering. Waarbij Links en Rechts het per definitie >oneens< zijn, ookal willen ze dezelfde kant op. Laten we dus eindelijk eens inzien, dat de kleur van de ambtelijke staf in grootte lijnen bepaald, welke koers we varen.

Of registreer je om te kunnen reageren.